is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Buitenlandsche tijdschriften

Gezocht werd toen naar een oplossing voor electrische voortstuwing zoowel voor onder- als bovenwatervaart.

Teneinde het extra gewicht, benoodigd voor de electrische motoren en schakelborden te compenseeren, en toch het totaal gewicht gelijk te houden aan het gewicht der machine-installatie van de laatste onderzeebooten, die toen in aanbouw waren met Diesels van buitenlandsch ontwerp (en bovendien om niet meer van de beschikbare ruimte voor opstelling te vragen), was het noodig een machine te ontwerpen, die ongeveer 20 lbs. (of minder) per pk woog. Motoren voor commercieele doeleinden wogen op dat oogenblik ongeveer 100 lbs. per pk of meer.

Als resultaat van talrijke onderzoekingen en proefnemingen konden 4 onderzeebooten worden gebouwd, die met diesel-electrische voortstuwingsorganen werden voorzien. In den loop van het volgende jaar, toen het duidelijk werd, dat een noemenswaard programma voor den aanbouw van onderzeebooten in het vooruitzicht was, ontwierpen en bouwden twee andere firma's eveneens motoren, welke goedgekeurd werden. De hoofdvoprtstuwingsorganen van alle onderzeebooten, welke sedert de Pprpoise Class (1935) werden gebouwd, zijn volgens deze 3 ontwerpen, die onderling slechts weinig verschillen, geconstrueerd.

Zooals te verwachten was, kwamen gedurende het eerste jaar bepaalde fouten aan het licht. Het derde ontwerp bleek echter opmerkelijk bedrijfszeker te zijn, vergeleken bij de voortstuwingsorganen van welk ander type ook.

Zoowel de fabrikanten, het „Bureau of Engineering" als het onderzeebootpersoneel, werkten ambitieus samen voor het verzinnen en beproeven van constructieve veranderingen in den bouw van deze machines. Met voldoening kan op het oogenblik gezegd worden, dat bij de verschillende onderzeebooten, waar de verbeteringen lang genoeg geleden zijn aangebracht, afdoende bewezen is, dat de hoofdfouten opgeheven zijn en dat van deze eenheden in de toekomst het beste kan worden verwacht.

De complete machine kost per pk slechts de helft van vroegere ontwerpen. Tijdens vlootmanoeuvres is gebleken, dat deze onderzeebooten met drie machines meer konden presteeren dan alle vorige klassen onderzeebooten met alle beschikbare machines. Verdere detailverbeteringen van de ontwerpen worden voortdurend bestudeerd, meer met het doel het onderhoud van de motoren eenvoudiger te doen zijn, dan om de prestaties van de schepen te verbeteren.

Voortstuwingsorganen onderzeebooten

Enkele in aanbouw zijnde onderzeebooten zullen worden uitgerust

561