is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 5

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De ontwikkeling van het internationale recht in de jaren 1936 tot 1940

dragen, waarbij op grond van de zoogenaamde regels van Washington, welke eenigszins gewijzigd in de artikelen 8, 18 en 28 der XlIIe conventie zijn opgenomen, Engeland tot schadevergoeding werd verplicht.

Had Franco verloren, zoo zou de republikeinsche regeering zich op deze artikelen en op het Alabama-incident als precedent, beroepende, schadevergoeding van Duitschland en Italië hebben kunnen eischen.

De houding der landen, die Franco niet erkenden, vindt men in de non-interventiepolitiek. Ook deze is zoo iets aparts, dat men hieraan geen toekomstige internationaal-rechtelijke regels kan ontleenen, al nadert hun gedragslijn meer tot neutraliteit dan die der fascistische staten.

Ten opzichte van het conflict tusschen China en Japan is het probleem weer anders. Hier geldt het een strijd tusschen twee zelfstandige staten, waaraan echter het formeele karakter van oorlog ontbreekt. Van belang zijn vooral de vragen over blokkade en contrabande, welke ik in punt 8 zal bespreken. Van alle artikelen der XlIIe conventie komt, dank zij de geografische positie en het practisch ontbreken van een Chineesche oorlogsvloot, alleen artikel 7 ter sprake, den particulieren wapenhandel der neutralen toelatend.

Waar in een officieelen oorlog de handel al vrij is, zal a fortiori in dit „conflict" geen juridische grond voor het tegendeel aanwezig zijn. Volgde men de volkenbondsartikelen 16 en 17 op, welke eenige malen door den Volkenbondsraad op het conflict van toepassing zijn verklaard, dan ware een sanctiepolitiek tegen Japan te verwachten; tot een embargo uitsluitend tegen dit land, alleen maar op wapenen, is het zelfs niet gekomen. Van neutraliteit, en dus van naleven van de XlIIe conventie, zou bij een volkenbondsactie geen sprake zijn.

6. Bewapende handelsvaartuigen

Was het defensief bewapenen van handelsschepen in den wereldoorlog een feit, waartegen de Nederlandsche Regeering juridisch stelling nam, thans kan men spreken van een erkend recht hiertoe der koopvaardijvloot. Doel is, het ontkomen aan het buitrecht, het volkenrechtelijk erkende recht van oorlogvoerenden, de handelsvaartuigen, onder de vlag der tegenpartij, zonder schadevergoeding buit te maken.

Alweer is het moeilijk om de ontwikkeling van dit recht van bewapenen in de laatste jaren te beschrijven. In de groote conflicten dezer jaren is, hetzij door afwezigheid of groote zwakte der handelsvloot (Abessinië, China), hetzij om andere redenen (Spanje) van dit recht geen gebruik gemaakt. De ontwikkeling was reeds vóór 1936 voltooid, recht tot defensief bewapenen eenerzijds, toelating tot neutrale

629