is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 5

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

• a»—

havens anderzijds. Een neerslag hiervan vindt men in de onder punt 5 besproken Scandinavische neutraliteitsmaatregelen, terwijl voor de U.S.A. dit implicite blijkt uit de bevoegdheid van den president, in bepaalde gevallen hen (verdere) toelating te weigeren. Ook Nederland heeft zijn verzet tegen deze bewapening opgegeven (Francois dl. II pag. 529). Dit blijkt ook uit het feit, dat het zelf zijn koopvaardijvloot gedeeltelijk van een defensieve bewapening voorziet (zie „Marineblad" Juni 1939, blz. 804 e.v.). In art. 3 neutraliteitsproclamatie van 1939 worden de defensief bewapende koopvaarders toegelaten.

Als rechtstoestand geldt n.m.m. het volgende. Door de bewapening worden de koopvaarders geen oorlogsschepen, de bemanning geen militairen. Gebruik der bewapening om aan het buitmaken te ontkomen, is geoorloofd, de bemanning, indien na het verzet gevangen genomen, moet behandeld worden als krijgsgevangene, niet als franctireur.

Een nadeel van bewapening, die uiteraard niet tegen overmachtige tegenstanders wordt aangewend —■ in welk geval de normale wijze van prijsmaking volgt — is het volgende. Zwakke oorlogsstrijdkrachten zullen rekening houden met de bewapening, met verzet. Zij zullen, beducht voor eigen veiligheid, afzien van de formeele wijze van aanhouding en opbrenging. Het buitrecht zal voor dit soort handelsvaartuigen overgaan in een recht tot vernietiging door dié strijdkrachten, tegen welke de defensieve bewapening is aangebracht. Daarnaast staat dan de mogelijkheid door succesvol verweer te ontkomen en daarmede schip en lading te behouden.

Artikel 22 van het verdrag van Londen van 22 April 1930 is hernieuwd in het protocol van Londen van 6 November 1936, gesloten tusschen de Vereenigde Staten, Frankrijk, Italië, Japan en Engeland. Vele landen zijn hiertoe toegetreden, o.a. Duitschland; ook Nederland trad toe, zie Stbl. 3 November 1937 no. 32.

De vernieuwing was noodig, daar het vorige verdrag niet door alle landen was geratificeerd. Het protocol bepaalt, dat een handelsschip niet tot zinken mag worden gebracht of buiten staat gesteld te varen, hetzij door boven-, hetzij door onderwaterstrijdkrachten, zonder dat vooraf passagiers, équipage en scheepspapieren in veiligheid zijn gebracht. De sloepen worden alleen als veilige plaats beschouwd, als die veiligheid verzekerd is, rekening houdende met den toestand der zee, door de nabijheid van een ander schip of van land. Dit artikel zullen bewapende handelsvaartuigen niet meer kunnen inroepen, tenzij zij vooraf te kennen geven van verzet af te zien. Van een oorlogvoerende kan men moeilijk een humanitair optreden verwachten ten koste van eigen veiligheid.

630