is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 5

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

Het vermogen per liter-slagvolume is vooralsnog van den kolenstofmotor betrekkelijk gering, zoodat het gewicht per apk belangrijk hooger is dan van den olie-Dieselmotor.

Een en ander is de reden, waarom de stofmotoren wel gunstige vooruitzichten bieden voor vermogens van 500—600 apk stationair.

Alle moeilijkheden heeft men voor duur-bedrijf nog niet geheel opgelost, men zit in hoofdzaak nog met de grootere inwendige slijtage, welke bij deze motoren plaats heeft in vergelijking met gewone Dieselmotoren. De cilindervoeringen van de Schickaumotoren heeft men vervaardigd van zeer hard wit gietijzer (500 Brinell). Na 3000 draaiuren is naslijpen van de cilindervoering noodig, dit is uit economisch oogpunt reeds toelaatbaar, omdat dergelijke slijtage bij gewone Dieselmotoren, gedreven met minder geschikte of minderwaardige brandstofoliën, ook wel bereikt wordt.

Voor de zuigerveeren wordt een nikkelgieting van 500 Brinell hardheid gebruikt en de resultaten hiermede zijn gelijk te stellen met die in gasmotoren, die met niet volkomen gereinigd gas werken.

Teneinde het vervuilen en inslaan van de uitlaatkleppen te verminderen, worden kleppen gebruikt met een zeer smalle zitting en van chroomstaai van 600 Brinell hardheid vervaardigd.

Een ander bijzonder punt is de cilindersmering. Men komt inderdaad uit met een toevoer van smeerolie van 3.5 Gr/pk/u, hetgeen vrij normaal is te noemen; echter vormt de asch tezamen met de onverbrande smeerolie tusschen de zuigerveeren een dikke zware pasta, hetgeen toch niet van invloed schijnt te zijn voor een behoorlijk bedrijf.

Eveneens groote moeilijkheden heeft men moeten overwinnen met het construeeren en uitvoeren van de organen, die de poeder naar den cilinder moeten brengen. Men stond voor geheel nieuwe, onbekende vraagstukken. De normale brandstofnaaldhuizen en verstuivers van gewone Dieselmotoren zijn totaal onbruikbaar.

Kolenstof is sterk samendrukbaar, volkomen onelastisch, niet weg te pompen of te verstuiven; het vloeit niet door pijpen, ook niet door die met flauwe bochten, de stof is vrij hygroscopisch, vormt klonters en heeft ook neiging tot zelfontbranding.

Men heeft o.a. goede resultaten gekregen door de kolenstof vanuit een van binnen zeer gladden trechter door het eigen gewicht toe te voeren in een ringvormig kanaal rond een groven verstuiver. De brandstofklep wordt geopend gedurende den aanzuigslag en de poeder wordt op deze wijze in de voorverbrandingskamer van den cilinder gezogen.

De kolenstofmotor staat momenteel in het brandpunt van de technische onderzoekingen op motorgebied in Duitschland en de oplos-

672