is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 6

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

hankelijk van de wisselende politieke leiding van het departement, waartoe zij behooren. Hij vindt geen genade voor een „Chief of Naval Operations", die in een zuiver-militaire aangelegenheid principieel van meening verschilde met den „Secretary" en het toch als zijn plicht beschouwde „loyaal" te zijn, en mee te gaan met zijn politieken chef. „He was loyal to the latter, all right, but at the expense of betraying the Navy and the people".

Er zouden ongetwijfeld bij nauwkeurige analyse van zijn veelzijdigen levensweg meer grootere en kleinere karakterfouten naar voren komen, doch het is onjuist een dergelijk karakter op de snijtafel te ontleden. Laat ons daarom hooger gaan staan en wij zullen gemakkelijk erkennen, dat ook zijn minder-goede eigenschappen slechts waren de „défauts de ses qualités". Dan zullen wij uit de egale massa van een ingeslapen Marine in het begin onzer eeuw een figuur zien oprijzen, die de slapenden wekt, en nieuw leven inblaast aan een doode en vermolmde organisatie. Dan zullen wij zijn geest zien stormen over de schepen. Dan zien wij hem ramijen tegen de poorten van Washington, tot deze hem tot schrik van machtige bureaucraten worden geopend door niemand minder dan President Franklin Roosevelt.

Dan zien wij hem, omgeven door een groeiende schaar van overtuigde jongeren, stuwen door de departementale bureaux en een frissche zeebries den muffen kantoorwalm verdrijven.

Dan zien wij departement en vloot, tot één macht verbonden, te zamen bouwen aan een nieuwe Marine, gedragen door geloof in eigen kracht en kunnen.

Hij bouwt aan schepen en aan menschen; hij grijpt de organisatie aan, waar hij haar vatten kan, tot welhaast elk wapen en elk onderdeel iets meedraagt van zijn geest.

Vreesden de ouderen de ondermijning der krijgstucht, wanneer zijn ongebruikelijke methodes school mochten maken, voor de jongeren was hij als „der keerlen God", dien men gaarne volgde op zijn kruistocht, zonder hem in alles te imiteeren.

Doch met een machtige politieke figuur boven zich en de hulp van jonge enthousiaste medewerkers als ruggesteun, stond Sims niet alleen en daarom was één beeldenstormer genoeg om in weinige jaren een nieuwe Marine op te bouwen op de puinhoopen van verouderde stelsels en conservatieve ideeën.

Uiterlijk een rijzige figuur met dwingende, ietwat spottende oogen en vastbesloten mond, won hij het vertrouwen, dat hij anderen schonk, duizendvoudig terug.

Ook zonder Sims zou de Amerikaansche Marine zijn gegroeid van

790