is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 7

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Discussies

prikkelbaar, men zat met veel te veel menschen in gebrekkige verblijven; het ineenstorten van wat ons allen boven alles dierbaar was geweest, geschiedde te kort geleden om reeds enthousiast over iets geheel nieuws te worden. En is dit niet juist een bewijs dat de idealen wèl uitgingen boven het materieele? Zou men lieden die één maand na den oorlog i) reeds alle vroegere waarden zoo hadden losgelaten, dat zij „zingend van binnenuit" den nieuwen toestand zouden toejuichen niet met recht als „windvanen kunnen kenschetsen?

Over vele tirades in het beschouwde artikel zijn opmerkingen in dezen zin te maken. Teneinde echter niet te veel plaats te vergen en om niet in herhalingen te vervallen, zal ik mij beperken tot een passage, die kennelijk tot doel heeft een scherpe tegenstelling te scheppen. Ik heb het oog op den zin op blz. 723, luidende:

„Zoo eindigt dit artikel, twee maanden na den fatalen 15en Juli 1940, toen een ontevreden, tuchtlooze, verzuurde onevenwichtige marinetroep *) van 3000 man onder zeer slechte omstandigheden bij den Opbouwdienst werd ingelijfd."

Zou het tegenover het marinepersoneel niet welwillender en ook juister zijn geweest den zin als volgt te stellen:

„Zoo eindigt dit artikel, twee maanden na den fatalen 15en Juli 1940, toen een 3000-tal gedesillusioneerde marinemannen in onzekerheid omtrent het hun wachtende lot, bij den Opbouwdienst werden ingelijfd".

En zou zelfs bij deze redactie niet nóg beter naar voren zijn gekomen het succes, dat de leiders van den Opbouwdienst, zooals de heer Kramers vermeldt, met hun werk ten aanzien van stemming en geest van den troep hebben bereikt?

Heeren van de redactie-commissie, ik hoop met deze grepen uit het artikel van den heer Kramers te hebben aangetoond, waarop de slechte indruk, welke dit opstel op mij en vele anderen heeft gemaakt, berust. Ook hoop ik, dat U aan mijn verzoek tot plublicatie van dezen brief zult willen voldoen om aan hen, die een verkeerden indruk van de meening der marine-officieren over het marinepersoneel zouden hebben gekregen, te doen weten, dat vele ~~ f°° niet alle — van deze officieren het als een voorrecht hebben beschouwd, als leiders van die mannen met hen te hebben mogen samenwerken bij de verdediging van ons Vaderland.

i) Deze „tijdrekening" komt in het artikel Kramers niet voor. (Red.). *) In dezen zin dringt het woord „Marinebende" zich haast op!

919