is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 7

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

veracht willen zijn, of wij bij alle andere verlies ook nog de eer verliezen willen, dat zal altijd van ons zeiven afhangen.

De strijd met de wapenen is geëindigd, maar nu verheft zich, als wij het willen, de nieuwe strijd van beginselen, van zeden, van karakter.

Geven wij aan onze gasten een beeld van trouwe aanhankelijkheid aan Vaderland en vrienden, van onomkoopbare rechtschapenheid en liefde tot de plicht, van alle burgerlijke en huiselijke deugden als vriendelijk gastgeschenk mee naar hun Vaderland, waarheen zij toch eindelijk wel eens terugkeeren zullen.

Hoeden wij ons, hen uit te noodigen ons te verachten; door niets echter zouden wij dat zekerder doen dan doordat wij hen öf overmatig zouden vreezen, öf doordat wij onze wijze van leven zouden willen opgeven en in hunne gelijk zouden willen worden.

Verre zij weliswaar van ons de ongepastheid om als enkeling de enkelingen te willen uitdagen en prikkelen; overigens echter zal het de beste maatregel zijn overal onzen weg voort te zetten, alsof wij met ons zeiven alleen waren."

Luitenant ter zee der le klasse J. N. Sluijter.

Beleefd verzoek ik U opname van het onderstaande in de eerstvolgende aflevering van het Marineblad.

Door mijn vele adresveranderingen van den laatsten tijd bereikte mij de October-aflevering van het Marineblad eerst laat. Hierdoor was het mogelijk, dat ik reeds door collega's over den inhoud en speciaal over het artikel-Kramers was ingelicht voor ik het zelf onder oogen had gekregen.

Dit behoeft, ook t.o.v. een Redactielid, niet vreemd aan te doen, daar men zal begrijpen, dat in dezen tijd de moeilijkheden van den Secretaris niet nog kunnen worden vergroot door de verplichting, de copy aan de zeer verspreid gedomicilieerde redactieleden rond te sturen.

De beoordeelingen, die ik reeds gehoord had, getuigden van weinig waardeering en het was dan ook niet geheel zonde i vóóroordeel, dat ik het artikel-Kramers begon te lezen.

Al gauw was ik geboeid, zoowel door stijl als door de scherp omlijnde beschrijving en aan het slot kon ik slechts zeggen: „Ja, zoo was het". Dit was wat wij allen, die deze periode van de Marinehistorie hebben meegemaakt, hebben gevoeld en ondervonden, al was het dan misschien niet zoo scherp als Kramers het voor zichzelf beleefd heeft en al hadden wij dat zeker niet zoo goed onder woorden kunnen brengen. Het is goed, dat deze belangrijke episode, waarvan velen het bestaan zelfs niet vermoeden, in het Marineblad is vastgelegd. Op geen andere plaats had dit ook kunnen gebeuren.

922