is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 7

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

Luitenant ter zee der le klasse S. den Boeft.

Met zeer veel instemming heb ik het artikel van den heer Kramers over den Opbouwdienst en het Marine-Personeel in het Marineblad van October 1940 gelezen. Op de rondborstige en eerlijke wijze, die wij van den heer Kramers ook in zijn vroegere artikelen in het Marineblad zoozeer gewend zijn, wordt een relaas gegeven van de gebeurtenissen in den Opbouwdienst, dat uiteraard wel het meest zal spreken tot die Marine-Officieren, welke van den aanvang af alle lief en leed met de Marineschepelingen in dien Dienst hebben meegemaakt. Het heeft mij echter zeer verwonderd, toen ik hoorde, dat dit artikel eenig stof heeft opgewaaid en ik heb mij dan ook gehaast het nog eens critisch over te lezen. Nu ben ik niet precies op de hoogte van de bezwaren, die ertegen gerezen zijn, maar wel wil ik gaarne verklaren, dat ik persoonlijk het tenvolle onderschrijf. Het moge zijn, dat men in een stuk van 17 pagina's, dat uit de volheid des harten is geschreven, misschien zelf eens een woord anders zou kiezen, de geest, die het heele artikel ademt en het werk, dat door den heer Kramers in den Opbouwdienst is verricht, getuigen van zijn warm hart voor de Marine en de Nederlandsche Zaak.

De tijd, waarin wij leven is moeilijk en ieder Marine-Officier zal in zijn eigen innerlijk moeten uitmaken, hoe hij het land het beste dient. De band, die altijd onder Marine-Officieren heeft bestaan en de tijd, dien wij gezamenlijk hebben doorleefd, moge dan ook tot voorzichtigheid manen, alvorens den staf over een collega te breken.

Een vorig maal schreef ik in het Marineblad, dat in de periode voor den oorlog veel gesproken werd over geestelijke herbewapening. Voor zoover mij bekend, nam niemand in dien tijd aanstoot aan dat woord en toch ligt in het begrip herbewapenen, opnieuw bewapenen, een critiek op het verleden ingesloten. Men behoeft zich immers niet opnieuw te wapenen, wanneer de wapenrusting, die men draagt, volkomen hecht en deugdelijk is. Wat de heer Kramers in zijn artikel wil propageeren, is niet anders dan geestelijke herbewapening. Met volle waardeering en erkenning van de kracht, die in het Nederlandsche Volk ligt, wijst hij ook op datgene, wat verbetering behoeft. Hoe wij nu ook de situatie bezien, het is nauwelijks denkbaar, dat iemand het verleden als volmaakt zou willen zien. Er wordt thans onder Nederlanders veel gesproken over een nieuwen tijd, een begrip, dat niet omlijnd is en waaronder de één dit, de ander dat verstaat. Eén ding staat echter onomstootelijk vast: een nieuwe tijd komt er. Een oorlog als deze kan niet anders dan groote omwentelingen in de wereld brengen. Dat in dien nieuwen tijd de fouten uit het verleden niet herleven, zal toch wel ieder rechtgeaard Nederlander van harte wenschen!

924