is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 7

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

te verdrijven; en hoe Cornelis Evertsen bij Bevesier door onze Engelsche vrienden in den steek werd gelaten."

Zeiden wij te veel, toen wij van „schatten" spraken? Dir zijn de bewijzen van onzen beschavingsrijkdom, van het recht om ons zelf met fierheid op de borst te slaan. Dit is kost voor onze jeugd, fijner èn degelijker dan Dick Trom en Pietje Bel, waardiger, wijzer en opvoedkundiger dan wat het schoolsch geschiedenisonderwijs den jongen Nederlander brengt.

Hier moer heel Nederland de toekomst mede ingaan. Het is nu de tijd!*), Kr-

De Tweede Schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Jacob Cornelisz. van Neck en Wijbrand Warwijck, 1598—1600,

Deel II; journalen, documenten en andere bescheiden, uitgegeven en toegelicht door J. Keuning; uitgave De Linschoten Vereeniging, 's-Gravenhage, Martinus Nijhoff 1940; een inleiding van LXXIX bladzijden en 262 blz. journalen, 9 kaarten en 13 platen; prijs ƒ 12.50 geb.

In vollen oorlogstijd is de rij der uitgaven van de Linschoten Vereeniging wederom met 2 deelen gegroeid: een stevig deel met fijnen tekst en één deel, een mapje, bevattende uitstekende reproducties van een 8-tal flinke zeekaarten. Is het toeval, dat boeken als dit en het voorgaande werden voorbereid in den tijd, die onmiddellijk voorafging aan de overrompeling van Nederland en werden uitgegeven, kort na den verloren slag? Wij meenen van niet. Integendeel, het bewijst, dat zich een omwenteling bezig was te voltrekken in den geest van den Nederlander als een intuïtieve kennis van wat komen zou. In dien geest, nü gewond, vallen deze boeken als balsem, pijnstillend en sterkte brengende. Mannen als J. Keuning en M. Nijhoff zijn de geneesheeren van dezen tijd. Het nageslacht zal hen dankbaar zijn voor hun spankracht en hun Nederlanderschap.

Wat van den inhoud te zeggen?

Een prachtige inleiding bevat o.m. voor den marine-officier het mooiste studiemateriaal, dat hij zich wenschen kan over „Waarnemingen gedurende de reis" en „Het Kaartmaterieel van de expeditie". Dan ziet men pas, hoe jammer het is, dat een overvol lesprogramma op de Scholen-der-Zeevaart zoo weinig gelegenheid gaf om de mannen te bewonderen, die met astrolabium, zeekwadrant, graadstok

*) Het streelde onze ijdelheid, dat Kolonel Warnsinck in zijn vruchtbaar schrijversleven het Marineblad waardig keurde, om 211 pagina's van dit boek als oorspronkelijke kopij te bevatten. (Red.).

930