is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur jrg 14, 1899, no 3, 21-01-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M 3.

32

dadelijk, dat in een zelfde klasse zeer uiteenloopende bedrijven gerangschikt zijn; men ziet in dje 16 beroepsklassen zelfs onder één klasse gebracht: diamantslijpers en marmerslijpers. Telt men al de beroepen op, die in die 16 klassen voorkomen, dan komt men tot 400 a 500 bedrijven.

Het is uit den aard der zaak onmogelijk de splitsing van bedrijven voor de Kamers van arbeid zoover door te voeren en het staat dan ook vast dat in één Kamer groepen van bedrijven worden opgenomen. De vraag is nu : van welken grondslag behoort men bij het vormen dier groepen uit te gaan?

Het komt mij voor dat men tot één groep kan brengen alle bedrijven, uitgeoefend voor een gelijksoortig doel, bijv. de bedrijven tot het verkrijgen van voedings- en genotmiddelen, alle bedrijven, strekkende tot het verschaffen van verlichting, zoodat het leggen van eleetrische geleidingen en het vervaardigen van gas onder één groep zouden komen. Ook kunnen tot één groep worden gebracht alle bedrijven, die gezamenlijk strekken ter bereiking van hetzelfde doel, zooals bouwbedrijven, zoodat timmerlieden en metselaars tot één groep behooren. Op welke wijze men intusschen ook groepeert, steeds zal men een groot getal bedrijven overhouden voor welke eigenlijk in geen enkele groep plaats is.

Wat moet met laatstbedoelde bedrijven worden gedaan? De eenvoudigste weg is om die bedrijven buiten de Kamers van arbeid te laten, voor zoover althans een klein aantal personen in die bedrijven werkzaam is. Zijn zij daarentegen van grooten omvang, zoodat een groot aantal personen daarin werkzaam is, dan moet worden getracht die bedrijven onder één der groepen te brengen. Bezwaar voor die bedrijven, met welke zij zoodoende in een Kamer van arbeid vertegenwoordigd worden, levert zulks niet op, vermits uit den aard der zaak door de opneming van bedrijven als hier bedoeld, het aantal kiezers niet zooveel grooter wordt, dat zulks van grooten invloed zou kunnen zijn op de verkiezingen. De indeeling van zoodanige bedrijven heeft intusschen altijd eenig nut, omdat daardoor wordt beslist bij welke Kamer eventueele geschillen moeten worden aanhangig gemaakt. Is een bepaald bedrijf in een Kamer vertegenwoordigd, dan volgt uit art. 22 der wet op de Kamers van arbeid, dat geschillen in dat bedrijf bij die Kamer aanhangig gemaakt moeten worden. Ontstaan geschillen in een bedrijf niet in een Kamer vertegenwoordigd, dan kan de tusschenkomst van welke Kamer van arbeid ook worden ingeroepen.

Uit dat oogpunt beschouwd is het dus van belang de hierbedoelde bedrijven, ook al hebben zij weinig of geen overeenkomst met bedrijven, die in een Kamer van arbeid zijn vertegenwoordigd, in die Kamer op te, nemen.

Maar nog om andere redenen behooren aanvankelijk de groepen niet te klein te worden genomen. Vooreerst wordt dan het aantal Kamers te groot en zullen de kosten, welke door de gemeenten moeten worden gedragen, sterk stijgen. Maar bovenal is het veel gemakkelijker een bestaande Kamer, die een te groot aantal groepen bevat, te splitsen, dan twee of meer Kamers tot een te vereenigen; het is zelfs de vraag of de wet dit laatste toelaat.

Van dezen gedachtengang uitgaande, zijn de Kamers van arbeid voor de verschillende gemeenten samengesteld.»

Speciale punten, ook de bezwaren tegen de samenstelling der Kamer voor de diamantnijverheid, waarover heel wat gezegd werd, meenen wij voorbij te moeten gaan.

Én hiermede zijn wij aan het eind van onze taak, want de beraadslaging over posterijen en telegrafie is ditmaal niet van dien aard geweest, dat zij in «De Ingenieur» bijzondere vermelding zou verdienen. En verdere onderwerpen werden niet aangeroerd.

Th. Six.

Weerkundige waarnemingen te de Bildt, 8 uur voormiddag.

Barometer- Wir,d Wm™e1"' Tempera- Neerslag

1899. stand in ricntiL Beaufort graden in

| mM rienting. :ge^ut°" Celsius mM.

13 Jan. 752.7 N.W. 7 +6.9 12

14 » 756.2 W. 3 3.7 5

15 » 762.1 W. 3 2.0 —

16 » 749.2 W.Z.W. 6 9.9 22

17 » 753.6 N.N.W. 4 3.8 11

18 » 758.5 Z. 2 1.8 2

19 » 756.1 W.Z.W. 5 9.2 2

Werking der overlaten.

Bokhoven8che Oude Datum. Overlaat. Rijnmond.

„ q „ Toelichting.

1899 Y- 6 u' 8 u'

Hoogte Breedte Hoogte cM. M. oM

18 Jan 2 3 25 Bofch. overlaat 10 u. v. m. begin der

werking.

19 „ 9 60 60

20 „ 17 95 77

Rivierberichten.

Keulen. vam( >rn. Wester- Maas-

1899. 7 uur Lobith. N»™e voort tricht Venlo. Grave.

vm. g (reg. pl.) brug).

7 Jan. 39.51 11.95 9.50 9.57 10.12 43.44 12.40 8.50

8 » 39.28 12.02 9.68 9.74 10.27 43.10 12.04 8.42

9 » 39.20 11.85 9.53 9.64 10.15 43.12 11.88 8.08

10 » 39.06 11.75 9.42 9.54 10.05 43.12 11.72 7.91

11 » 38.85 11.60 9.30 9.44 9.94 42.71 11.65 7.87

12 » 38.67 11.43 9.14 9.30 9.30 42.56 11.24 7.69

13 » 38.53 11.35 9,00 9.15 9.64 42.80 10.96 7.45

14 » 38.88 11.30 8.99 9.15 9.65 44.21 10.88 7.39

15 » 40.02 11.82 9.30 9.40 9.94 44.71 13.22 8.56

16 » 40.64 12.73 10.17 10.12 10.70 44.46 14.03 9.45

17 » 41.34 13.25 10.70 10.60 11.17 44.80 14.17 9.82

18 » 42 21 13.95 11.10 11.09 11.67 44.94 14.45 9.95

19 » 42.46 14.52 11.50 12.22 — 44.96 14.76 10.15

20 » 42.46 14.73 11.70 11.83 12.43 44.74 14.83 10.25

BINNEN- EN BUITENLANDSCHE BERICHTEN. Kon. Ned. Aardrijkskundig Genootschap.

Het bestuur van het Kon. Ned. Aardrijkskundig Genootschap heeft den heer A. A. Beekman, directeur der H. B. S. te Schiedam, benoemd tot lid der Commissie van Redactie van het Tijdschrift, in de plaats van den heer dr. H. Blink te Amsterdam, die als zoodanig was afgetreden.

Het gemeentebestuur van Amsterdam heeft aan de Haarlemsche Machinefabriek, voorheen Gebr. Figee, de opdracht verleend tot het maken der eleetrische en hydraulische installatie ten behoeve van het oostelijk havengebied dezer gemeente.

Het werk omvat de opstelling in het bestaande hydraulische station van twee stoomdynamo's voor verlichting, het leggen van een compleet kabelnet voor krachtoverbrenging en verlichting der terreinen en etablissementen, het leveren en opstellen van twee electrisch-hydraulische pompen ten behoeve dier hydraulische installatie en het leveren van 7 eleetrische havenportaalkranen voor een hefvermogen van elk 2000 kg. aan de nieuwe Ykade.

Statistiek.

Bij de Staatsbegrooting voor 1899 heeft de Minister van Binnenl. zaken zijn voornemen aangekondigd om de bewerking der statistiek van regeeringswege anders in te richten en werd een nieuw koninklijk besluit omtrent dit onderwerp aangekondigd.

Dat besluit is in de Staatscourant afgekondigd.

Sedert 1892 is de taak opgedragen aan een centrale commissie voor de statistiek. Deze heeft haar opdracht om der Regeering adviezen te geven over het verzamelen, bewerken en openbaar maken van bouwstoffen enz. omtrent de meeste regeeringsstatistieken reeds ten eind gebracht. Haar taak van adviseerend lichaam zal dus gaandeweg in omvang afnemen en het zwaartepunt dus overgaan tot het zelf verzamelen enz. van statistische opgaven. Voor die taak acht de Minister de tegenwoordige inrichting minder geschikt. Hij acht voor de eischen van wetenschap en practijk een goed toegerust bureau noodig, gelijk reeds in vele andere landen bestaat, onder één hoofd, voor hetwelk de statistiek een onderwerp is van dagelijksche studie en werkzaamheid, wat van de leden eener commissie niet kan verwacht worden.

Naast dat bureau blijft echter een commissie als adviseerend lichaam behouden, om der regeering en anderen openbaren besturen deugdelijke en veelzijdige voorlichting te verschaffen en op de werkzaamheden van het bureau een wakend oog te houden.

In dien geest is de nieuwe regeling ingericht en met veel zorg in de artikelen van het besluit omschreven.

Directeuren van Waterleidingen.

Te Utrecht vergaderden Zondag jl. directeuren en beheerders van waterleidingen in Nederland.

Door de commissie voor de redactie van het reglement en de statuten werd een concept ter tafel gebracht, hetwelk na eenige wijzigingen werd goedgekeurd, waarop alsnu de koninklijke goedkeuring zal worden aangevraagd.

Tot bestuursleden werden gekozen de heeren: N. O Vogel te Rotterdam, als voorzitter. D. C. W. van Laar te Gouda, als secretaris, en J. van Hasselt te Amsterdam, P. E. Rijk te Utrecht, C. P. E. Ribbius te Delft als commissarissen.

Tevens werd besloten tot het uitgeven van een zoo volledig mogelijk verslag van de waterleidingen in ons land, als vervolg op het door den heer Vogel in 1895 saamgestelde overzicht van waterleidingen in Nederland, en verder tot het uitgeven van een vakblad.

De «Noord-Brabant,,.

Dinsdag j.1. werd te Vlissingen met gunstig gevolg van de werf »De Schelde» te water gelaten de aldaar in aanbouw zijnde kruiser Noord-