is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur jrg 14, 1899, no 6, 11-02-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

70

Mocht men den indruk krijgen als zoude het niet eenvoudig maar gecompliceerd en dus onpraktisch zijn, dan bedenke men dat beschrijving van eenig mecanisme altijd dien indruk moet opwekken, omdat men de verbeelding moet laten werken. Doordringen en nadenken vermogen een helder en klaar beeld van het ontworpene te geven, zoo lang het niet is verwezenlijkt.

Om aan te toonen dat de gecompliceerdheid niet bestaat, is in fig. 7 aangegeven, hoe het toestel er uit zal zien indien de bezettingsaanwijzer wordt weggelaten. De spoelhouder heeft den vorm B. De spoel wordt onmiddellijk in den eindstand gebracht nadat het volgplaatje V aan den passagier is ter hand gesteld; zij steunt daarbij tegen een dop p, vervullende dezelfde functie van den kop van de pen p in het vorige toestel, n.1. het vasthouden van den ring e van de spoel, wanneer het lint moet worden af- en opgewonden. De aanwijzing wanneer het lint is verbruikt blijft dezelfde, zoo ook het afwikkelen, stempelen en verbreken en de beveiliging van het toestel bij ontsporing.

Dat dit toestel eenvoudig is zal moeten worden toegegeven.

De bezettings-aanwijzer maakt dat de bewerking met een kleinigheid wordt vermeerderd, die echter zoo gering is en het gerief van het tramverkeer zoo verhoogt, dat het nadeel wegvalt tegenover het voordeel. Wil men die aanwijzing echter niet, dan kan het eenvoudige toestel worden gevolgd.

(Wordt vervi

Verbetering Noordzeekanaal.

De Kamer van Koophandel en Fabrieken te Amsterdam heeft het volgende concept-adres aan de Tweede Kamer — eenigszins aangevuld — goedgekeurd:

De opmerkingen, in het Voorloopig Verslag op de Staatsbegrooting voor het jaar 1897, betreffende de voorstellen van den toenmaligen minister van waterstaat, handel en nijverheid, ter verbetering van het Noordzeekanaal gemaakt, gaven ons aanleiding op den 12den December 1896 tot Uwe Hooge Vergadering een adres te richten.

Nu door den tegenwoordigen Minister, in overeenstemming met den toenmaals door de Staten-Generaal geuiten wensch, het geheel der voorgenomen verbeteringswerken aan het Noordzeekanaal in een wetsontwerp opgenomen en bij koninklijke boodschap van 28 October 1898 (bijlagen No. 97) aan de Tweede Kamer ter overweging is aangeboden, achten wij het, aan den

vooravond der behandeling van dat wetsontwerp, onzen plicht, over dit voor onze haven zoo gewichtige onderwerp, ons opnieuw tot uwe hooge vergadering te wenden.

Wij meenen, teneinde de literatuur over het onderwerp niet noodeloos te vermeerderen, niet beter te kunnen doen dan in herinnering te brengen hetgeen wij nu ruim twee jaar geleden schreven in ons adres van 12 December 1896, van welk adres wij te dien einde een afschrift aanbieden.

Wij achten ons echter verplicht het destijds gezegde met enkele aanteekeningen aan te vullen.

Toenemend scheepvaartverkeer van Amsterdam.

Konden wij destijds, toen alleen de gegevens voor het jaar 1895, in ons bezit waren, mededeelen, dat de scheepvaart sedert de openstelling van het Noordzeekanaal was verdrievoudigd, thans kunnen wij, op grond van de cijfers der laatste jaren constateeren, dat de tonneninhoud der te Amsterdam ingeklaarde schepen in de jaren 1897 en 1898 telkens meer dan het viervoud van die over het jaar 1875 heeft bedragen. Die tonneninhoud is sedert het jaar 1895 met ruim 1 millioen kubieke Meters toegenomen.

Wij kunnen niet verhelen, dat de cijfers over 1898 tegenover die van 1897 een onbeduidenden teruggang vertoonen ; wat niet verhindert, dat ook in 1898 de ingeklaarde tonneninhoud dien van 1896 met ongeveer 10 pCt. en dien van 1895 met ruim 20 pCt. heeft overtroffen. En de gemiddelde inhoud der schepen is opnieuw toegenomen.

Het staatje in ons vorig adres vermeld, moet aldus worden aangevuld:

Zeilsch. Stoomb. totaal, inhoud in M3. gem. inh.

1895 164 1512 1676 4,988,000 2990 M3.

1896 136 1712 1848 5,577,000 3018 »

1897 137 1803 1940 6,153,000 3172 »

1898 94 1777 1871 6,076,000 3248 »

Afmetingen der Schepen. Wezen wij in ons vorig adres op de in aanbouw zijnde schepen voor den Norddeutschen Lloyd, waarvan een, de «Friedrich der Grosse», 167 Meter lang en 18 Meter breed was, sedert zijn behalve 4 schepen van dat type, door die Stoomvaartmaatschappij nog in de vaart gebracht de «Kaiser Friedrich», die, bij een lengte van 182 Meter, 19,44 Meter breed is, en de «Kaiser Wilhelm der Grosse», lang 190 Meter en 66 Eng. voet, dat is 20.11 Meter.

De Holland—Amerika Lijn (de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaartmaatschappij) heeft successievelijk doen aanbouwen de volgende booten:

Naam. Lengte in M. «Rotterdam» 148 «Statendam» 160 «Rijndam» 167

Breedte in M. 16.15 18.28 18.90

Inhoud in reg. tonnen. 8.300 10.500 42.500

En van dat laatste type zijn voor die Maatschappij thans nog twee stoomschepen in aanbouw.

Voegen wij hier nog aan toe, dat voor de White Star Line, die reeds drie booten van 152 a 178 Meter lengte en van 18.20 a 19.50 Meter breedte bezit, nu onlangs te water is gelaten de «Oceanic» lang 704 voet, dat is 219 Meters, dan blijkt, dat de behoefte aan zeer groote scheepstypen steeds meer wordt gevoeld. Tegenover afmetingen van schepen, als hierboven vermeld, is nu te stellen het feit, dat het thans vigeerende reglement van politie voor het Noordzee-kanaal de maximale afmetingen van op dit kanaal toe te laten schepen aldus bepaalt:

Lengte 175.00 Meter.

Breedte 17.75 »

Diepgang bij normalen waterstand . . 8.00 »

Daarbij is op te merken, dat de schutkolk der nieuwe sluis te IJmuiden 225 Meter lang en op het smalste gedeelte in de sluishoofden 25 Meter wijd is, zoodat indien het kanaalprofiel speciaal in de bochten ruimer wordt gemaakt, schepen als de hierboven aangeduide op het kanaal zouden kunnen worden toegelaten, ware het niet dat bestaande bruggen noopten de maximale breedte op 173/4 M. te bepalen.

Mitsdien kunnen de grootste zes schepen van den Norddeutschen Lloyd, die thans door zijne kleinere stoomschepen vaak onze haven laat aandoen, niet te Amsterdam komen; evenmin als thans twee, weldra vier Nederlandsche stoomschepen van de Holland-Amerika Lijn, die op Rotterdam en Amsterdam vaart.

Maar dit absolute beletsel voor den doortocht der grootste schepen, hoe hoogst bedenkelijk ook voor de toekomst, is voor het oogenblik nog niet het meest schadelijke.

Gaat men toch na hoe reeds schepen van het type «Bayern», lang 135 en breed bijkans 14 M., als welke van den NordDeutschen Lloyd en de Duitsch-Australische lijn herhaaldelijk onze haven bezochten, door de nauwe bruggen reeds een moeilijke en gevaarlijke vaart hebben, dan behoeft het geen nader betoog, hoe voor tal van schepen, wier afmetingen tusschen die van dit type en die van de grootste schepen inliggen, de vaart op Amsterdam bezwaarlijk en onnoodig kostbaar wordt.

Niet alleen beginnen de Amsterdamsche reederijen de geringe vaartwijdte op het Kanaal ernstig te gevoelen, en nadert bijv. de Maatschappij «Nederland» met hare thans in aanbouw zijnde schepen reeds de grens eener veilige vaart op het Noordzeekanaal, maar de moeilijkheden bij het aanknoopen van relatiën tot het aandoen van onze haven door andere lijnen worden telkens grooter en dreigen onoverkomelijk te worden, tenzij wegruiming der te nauwe bruggen in het uitzicht kunne worden gesteld.

Dat evenwel voor zoover de afmetingen van het Kanaal en zijn kunstwerken het veroorloven, de ondernemingsgeest onze haven niet uit het oog verliest, kan o. a. blijken uit de oprichting en voorbereiding hier ter stede van verschillende vrachtvaartmaatschappijen en uit de omstandigheid, dat verschillende bestaande lijnen onze haven zijn gaan aanloopen. Wij noemen als zoodanig de «Keystone» en «Neptunes-lijnen, varende resp. van Philadelphia en Baltimore op Nederland, die thans Amsterdam aandoen, en de Duitsch-Australische lijn, benevens de OostAziatische lijn van den Nord-Deutschen Lloyd, wier stoomschepen sedert kort onze haven geregeld bezoeken.

Bijdrage der gemeente Amsterdam. Wezen wij in ons vorig adres op den belangrijken uitbreidings- en onderhoudsplicht, welke de gemeente op zich heeft genomen, het is misschien niet ongepast thans de aandacht te