is toegevoegd aan je favorieten.

De ingenieur jrg 14, 1899, no 11, 18-03-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE INGENIEUR.

14e Jaargang.

Orgaan

127

1899.-JV2 11.

VEREENIGING VAN BURGERLIJKE INGENIEURS.

fiiQlil priH «n in Mniik n dl fficonomie van Owtin Werta bi NljverliBlfl.

Prils per Jaargang:

Franco per post.

Voor Nederland: f 8.—

Voor het Buitenland met vooruitbetaling . . • 10.50 Voor leden der Vereeniging van Burgerlijke ingenieurs

worden bovenstaande prijzen met / 3.— verminderd. Men abonneert zich voor een jaargang. Over het bedrag der abonnementen in Nederland

wordt halfjaarlijks door de Administratie beschikt. Afzonderlijke nummers 20 cents. — Bewijsnummers

10 centB.

Verschijnt eiken Zaterdag,

Abonnementen, stukken en mededeelingen, boeken brochures, enz. te richten aan de Redactie: Scheveningsche Veer no. 7. te 's-Gravenhage.

Advertentiën uiterlijk Vrijdags 12 ure des voormiddags intezenden aan de Directie en Administratie van dit Blad, Pavelj oensgracht No. 19, te 's-Gravenhape

Hoofdvertegenwoordiger voor Nederland: C. W. BETCKE, Advert.-Bureau, Rotterdam.

Afzonderlijke Nummers worden, voor zoover de voorraad strekt, alléén aan Abonnés geleverd.

's-Gravenhage, 18 Maart.

Prils der Advertentiën:

f 0.25

Per regel - • • -

Groote letters naar plaatsruimte.

Abonnementen volgens afzonderlijke overeenkomst.

Advertentiën van Aanbestedingen ƒ 0.15 per regel

Idem bij 2e en 3e plaatsing ƒ 0.10 per regel.

B(i abonnement op Advertentiën worden bewijsnummers gratis toegezonden.

Over het bedrag der Abonnementen op advertentiën wordt driemaandelijks beschikt.

Verantwoordelijk Redacteur: J. van Heurn, Civ.-Ing., 's-Gravenhage.

INHOUD.

De stuw in de Solo-rivier te Ngloewak (met plaat) door W. B. van Gook. — Irrigatiewerken in Kediri. — De biologische klaring van rioolvocht door J. van der Bkeggen. — Handel en Scheepvaart van Hamburg en Bremen. — Staten-Generaal. — Gastram Den Haag—Loosduinen door W. Meischke Smith. — Weerkundige waarnemingen — Eivierberichten. — Binnen- en Buitenlandsche berichten. — Benoemingen, Yerpl. enz. — Open betrekkingen. — Gezochte betrekkingen.

De stuw in de Solo-rivier te Ngloewak.

(Met plaat.)

Jij de behandeling der Indische begrooting in de ? Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft, blijkens , de verslagen, de afgevaardigde van Kol het vol-

r* -r-ti gende gezegd omtrent het kunstwerk tot opsra-

wing van de Solo-rivier te Ngloewak:

„Aangenomen dat de plaats goed is, zou toch de constructie „van den stuwdam streng zijn te veroordeelen door een ieder, „die ervaring opdeed van Indische stuwdammen.

„Deze dam heeft op te stuwen van den bodem tot de kruin „van den stuwdam 21 Meter.

„Hij moet dan bij bandjir als maximum een hoeveelheid „water van 2750 M3. overlaten.

„Dat groote waterverval wil men leiden langs een stortbak van 1 Meter dik, dat op den natuurlijken bodem rust.

„Het groote bezwaar is hier het te sterke verval, dat men „in eens heeft genomen in plaats van te verdeelen. Bepaald „gevaarlijk is de uitschuring der bekleeding en de ontgronding „aan den teen van den stuwdam, die men door het bandjir„water met een snelheid van 7 a 8 Meter moet verwachten. „Ik heb 8 jaren lang meegemaakt de bekende lijdensgeschiedenis van den grooten stuwdam in de Sampean-rivier bij „Sitoebondo. Men is daar meer dan 30 jaren werkzaam ge„weest. Jaarlijks werd er veel geld, soms meer dan f 20,000 „uitgegeven aan Portland-cement. Vaak hebben wij als ingenieur met den opzichter 's nachts gewaakt, vol angst, vree„zende dat binnen enkele uren de vruchten van jarenlangen „arbeid zouden vernield worden en door het wegslaan van „den dam een sterk bevolkte streek van vruchtbaar makend „water zou worden beroofd. Wanneer men mij als ingenieur „in die dagen, ofschoon ik nooit met de Solo-werken in „contact ben geweest, met een werk als de stuwdam te „Ngloewak belast had, zou ik liever mijn ontslag genomen „nebben, dan een stuwdam van 21 Meter verval in dergelijke „omstandigheden uit te voeren.

„Het werk, zooals het thans is," is mijns inziens — ik druk „mij misschien te stout uit, maar de ingenieurs zullen uithaken of ik te stoute uitdrukkingen gebezigd heb — een roekeloos werk."

Naar mijne meening heeft de heeft van Kol bij het vormen van zijn oordeel over het ontwerp van de stuw te Ngloewak blijkbaar twee belangrijke factoren, die op dat oordeel een gewichtigen invloed dienen te hebben, over het hoofd gezien.

De eerste factor is het feit, dat de groote fout, die bij den

aanleg van de Sampean-stuw is begaan, welke fout de oorzaak is geweest van al de daar ondervonden teleurstellingen, bij het ontwerp van de Ngloewak-stuw zorgvuldig vermeden.

De tweede factor is het groote verschil in omstandigheden, waarin beide stuwen verkeeren.

Omtrent het eerste punt zal hieronder nader in bijzonderheden worden getreden. Omtrent den tweeden factor kan al dadelijk vermeld worden, dat de Sampean-rivier in karakter geheel en al van de Solo-rivier verschilt. De eerste is een bergrivier met een verval, dat ter plaatse van de stuw gemiddeld zeker grooter moet zijn dan 4 Meter per Kilometer. De waterspiegel ligt bij de stuw op ongeveer 32 M. boven den gemiddelden zeestand en de ontwikkelde lengte van de rivier tot aan zee bedraagt 8 K.M. De Solo-rivier daarentegen is een vlakterivier met een verval te Ngloewak van slechts 21 cM. per K.M. Het verschil in karakter tusschen beide rivieren is dus ongeveer hetzelfde als dat tusschen den Rijn nabij zijn oorsprong boven de Boden-see in het hartje van Graubünden en diezelfde rivier ongeveer ter plaatse waar hij ons land binnentreedt. De Sampean voert bij bandjir o. m. ook groote massa's rolsteenen mede. Zooals mij door den ingenieur, die thans met het toezicht op de werken is belast, is medegedeeld, is het zelfs wel voorgekomen, dat door het met woeste vaart door de rivier schietende water een blok metselwerk van een weggeslagen brug ten inhoud van ongeveer 25 M3. over den dam werd medegesleurd. De Solo-rivier stroomt ook bij hoogen stand met betrekkelijk geringe snelheid en voert geen steen mede. Men vindt in hare bedding, practisch gesproken, niets dan slib.

Het is dus geenszins te verwonderen, dat bij de Sampeanstuw het stortvlak voortdurend aan zware beschadigingen blootstond en even natuurlijk is het, dat zich die beschadigingen bij de Ngloewak-stuw niet zullen voordoen. Het metselwerk heeft van het water niets te lijden, mits dit maar geen zand en steenen bevat. In de jongst verschenen aflevering van het Indisch Instituutstijdschrift worden daaromtrent weder door den ingenieur G. L. Driessen belangwekkende bijzonderheden medegedeeld, die eiken twijfel daaraan voorgoed opheffen.

Het waren echter niet de beschadigingen van het eigenlijke damlichaam, die bij de Sampean-stuw de meeste zorg baarden, doch wel de omstandigheid, dat de stuw als 't ware in de lucht hing. De teen van het kunstwerk toch ligt niet minder dan (1) 6 Meter boven den bodem van de benedenrivier. Dat was de hoofdfout van het werk, dat is de oorzaak geweest van de vele slapelooze nachten van den heer van Kol, doch deze fout is bij de Ngloewak-stuw zorgvuldig vermeden, want daar loopt de bemetselde storthelling door tot 4 meter beneden dien bodem. Op bijgaande plaat is een lengte-profil over de

(1) In het verslag over de Openbare Werken in Ned. Indie over 1895 wordt daarvoor 9 Meter opgegeven; het cijfer van b Meter is mij medegedeeld door den ingenieur, die thans het toezicht op de werken heeft.

Je Vereenieing: van Burgerlijke ingenieurs stelt ziel In geenen deele verantwoordelijk voor de denkbeelden in de onderscneidene uijaragen ontwikkeld ol toegelicht.