is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur jrg 14, 1899, no 12, 25-03-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

141

M 18

Dresden bezichtigde werken, of de ontvangen mededeelingen omtrent de aldaar nog uit te voeren betonafdekkingen, in onze meening wijziging hebben gebracht.

Bij beide bedekkingswijzen — bij die bestaande uit asphaltpappe op houten bebording of op betonlaag — vormt de asphaltpappe — of cementmastiek, (of hoe men dit materiaal overigens noemen wil) — de bekleeding, welke waterdichtheid moet waarborgen. Het verschil bestaat derhalve uitsluitend in het dragende deel der bedekking.

Wij willen tot eene nadere beoordeeling overgaan.

De betonbekleeding bezit een groot warmtekeerend vermogen, grooter dan de houten bebording; wij achten dit een belangrijk voordeel voor afdekkingen van werkplaatsen, opslagplaatsen, seinhuizen enz, derhalve voor gesloten ruimten; voor stationsoverkappingen —- vooral voor vrijstaande aan de zijden geheel open, overdekkingen — verliest deze gunstige hoedanigheid veel van hare beteekenis. Bij zeer flauw hellende daken is met het asphaltpappedak op bebording — op minder kostbare wijze, zooals blijken zal — hetzelfde doel te bereiken door het storten van een grindlaag ter dikte van 7—10 cM. op de asphaltbekleeding. .

De betonafdekking is brandvrij. Zonder wegcijfering van het onmiskenbaar belang der brandvrij heid, ter voorkoming van gevaar en schade bij eventueelen brand van belendende bouwwerken, behoeven o. i. voor stationsoverkappingen de houten bebordingen niet vermeden te worden uit vrees voor brand, veroorzaakt door onder de overkapping verwijlende locomotieven. In België zijn bijna alle sporenoverkappingen, grootere en kleinere, met houten bebording gedekt. Ook hier te lande komen dergelijke bedekkingen voor; gevallen van brand, te wijten aan bovenvermelde oorzaak, zijn ons niet bekend.

Wij hebben daarmede de meest gunstige eigenschappen van de betonafdekking opgesomd.

Tegen de betonafdekkingen kan in de eerste plaats worden aangevoerd, dat de prijs dezer bekleedingen die van de houten bebordingen verre overtreft.

De firma Klett te Nürnberg (1) berekent den prijs van 1 M2. bekleeding met „bimsbeton" op 6 mark, d. w. z. f 3.60 ; de kosten van een M2. houten bebording behoeven de helft van deze som niet te bereiken.

Bovendien vertegenwoordigen de betonafdekkingen een groot gewicht, ongeveer het drievoudige van de houten bebording; sterkere — meer kostbare — kapconstructie zal daardoor worden vereischt.

Het zeer hooge draagvermogen, dat met betonsamenstellingen bereikt kan worden en deze voor bevloeringen eene bijzondere geschiktheid verleent, biedt o. i. voor afdekkingen geen groot voordeel. De sterkte van afdekkingen, zooals de beschreven „bimsbetonafdekking" is zonder nut en buiten verhouding tot die van de overige samenstellende deelen deioverkapping.

Zulks zou op materiaal verspilling wijzen.

Intusschen is de dikte van de betonlaag slechts tot zekere grens te beperken, ter verzekering van voldoende stijfheid der bekleeding, daar te groote doorbuiging onder eventueele belasting tot scheuren van de beton aanleiding zou geven.

Het scheuren van aan de open lucht blootgestelde betonafdekkingen is voor de duurzaamheid daarvan, naar onze meening, uiterst gevaarlijk.

De vochtige lucht zal in de spleten dringen (2) en bij hevige vorst zal ernstige beschadiging te duchten zijn.

Zelfs indien de scheuren tot de oppervlakte, tot de bepleistering, beperkt blijven, zal deze laatste onder den ongunstigen invloed van vocht en vorst aanzienlijk onderhoud blijven vorderen.

Het schijnt, dat de oppervlaktescheuren bijna niet te ontkomen zijn; wij maakten hierboven reeds melding van de talrijke haarscheurstjes, die de bepleistering vandebetonbedekking der op vasten bodem gebouwde goederenloods te Dresden-Neustadt vertoonde.

(1) . De firma Klett heeft zich de bescherming van de wet weten te verzekeren voor het vervaardigen dezer afdekkingen.

Wij wenschen op te merker, dat het denkbeeld van dergelijke samenstellingen niet nieuw is.

Eene overeenkomstige betonconstructie — voor bevloeringen — werd in Duitschland onder den raam van de Koenen'sche Decke, door de Beton- und Monierbaugesellschaft te Berlijn, reeds uitgevoerd. (Centralblatt 1897, bladzijde 579.)

(2) . Vooral de «bimsbeton», d. w. z. de dnjfsteenbeton zal bn ondichtheid der bepleistering als een spons de vocht opzuigen.

De laatstgenoemde bekleeding verkeert bovendien in hoogst gunstige omstandigheden.

Het komt ons echter voor, dat het betonmateriaal, hoe betrekkelijk veerkrachtig het ook zijn moge, bij op slappen bodem opgetrokken kapwerken, herhaalde dreuningen, b.v. veroorzaakt door treinen, niet zal kunnen weerstaan en dat de scheurtjes ongetwijfeld in grootte zullen toenemen.

Bij kapconstructiën die, zooals hier te lande reeds meermalen vertoond werd, aan plaatselijke verzakkingen onderhevig zijn, achten wij het barsten van de betonlaag onvermijdelijk en zullen de scheuringen een ernstig karakter moeten verkrijgen.

Het is om deze redenen, dat wij aarzelen om de betonbedekkingen hier te lande voor stationsoverkappingen, (1) overdekkingen, die in hooge mate aan vocht (door de locomotieven tegen de onderzijde van de bedekking uitgestooten stoom — en onzen vochtigen dampkring) en vorst blootgesteld zijn, aan te bevelen, alvorens de elders opgedane ondervindingen, voldoende aanleiding hebben gegeven om onze te dezen opzichte te wijzigen (2). „

De eerste toepassing op groote schaal, de „bimsbeton bekleeding van de te Dresden-Neustadt te bouwen overkapping, ofschoon deze door den vasten bodem ter plaatse, vermoedelijk noch van dreuningen, noch van plaatselijke verzakkingen, te lijden zal hebben, wekt derhalve alleszins onze belangstelling.

Utrecht, Januari 1899. G. W. van HeukeloM.

NASCHRIFT.

Te midden van de in het algemeen weinig belangwekkende stationswerken van België, zullen binnenkort de werken van de oude Scheldestad aller aandacht tot zich roepen.

Wij waren voor korten tijd in de gelegenheid het in aanbouw zijnde station Antwerpen en eenige der reeds voltooide inrichtingen te bezichtigen.

Volledigheidshalve willen wij met een enkel woord nog melding maken van de bedekkingswijze, die bij den bouw der krachtige, ruime perronsverkapping — één enkele overspanning, in spanwijdte de grootste overkappingen van Duitschland overtreffende — toepassing vond.

De afdekking bestaat grootendeels uit eene beglazing, flauw hellende van den nok der overkapping naar de langszijden. Nabij de vertikale zijwanden bestaat de afdekking uit op getrokken ijzeren 1-vormige liggers rustende donker marmeren platen, waarop beton-aanrazeering met cementbepleistering, deels 'gedekt door leien, deels door koperen platen tusschen roeven.

De ziel der roeven wordt gevormd door T-ijzers.

De beglazing is samengesteld uit groote vlakke platen, ter breedte van 0.75 M. ter lengte van 3 M.

De gekozen glassoort is draadglas; dit materiaal is ook gebezigd voor de afdekking van de ventilatiekap, zelfs voor de daarin aangebrachte jalouziën.

Omtrent het aanbrengen van lichtramen in de afdekkingvan sporenoverkappingen, hebben wij onze meening gegeven.

De marmeren bekleeding met koperen afdekking zal ongetwijfeld groote duurzaamheid bezitten. Zij is echter uiterst kostbaar.

(De perronoverkapping zal ongeveer 200 francs per M . overdekt oppervlak kosten.)

De Belgische Staat heeft zijn havenstad met onmiskenbare voorliefde uit ruime beurs begiftigd, derhalve is deze weelderige afdekking niet in strijd met het karakter der overige werken.

Voor eenigszins algemeene toepassing kan eene dergelijke bedekkingswijze nooit in aanmerking komen.

(1) . Wij merken op, dat onze uitspraak zich bepaalt tot bedekkingen van stationsoverkappingen. Voor afdekking van gesloten ruimten, b.v. voor goederenloodsen, werkplaatsen enz. achten wij de beto bekleeding om haar warmtekeerend vermogen en brandvnjheid in gevallen van hooge waarde. M-„<™nieur

(2) Onze vrees voor vocht en vorst wordt door den Hoorainge van de Nürnberger fabriek niet gedeeld. De in de gieterij en smeu |(| van genoemde fabriek bestaande betonafdekking, hoewel D">°*e en aan min of meer vochtige gassen, geeft, naar wij v^ne™e''e^ftiid blijken daaronder te lijden. O. i. is deze bedekk.ng -vóór «^.^ aangebracht - te jong om daarop een oordeel te gronaie _ ^ is de bedekking van eene sporenoverkappmg; op, gehee imte aan ongunstiger — wijze, dan die van eene gesloten

vocht en vorst overgeleverd.