is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur jrg 14, 1899, no 14, 08-04-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

169

M 14-

een hydraulische installatie te maken. De overweging die daartoe leidde was de volgende:

De bestaande handelsterreinen te Amsterdam bezitten een hydraulische installatie, en daar deze zich min of meer aansluiten aan het Entrepötdok, scheen eenvormigheid gewenscht. Hierdoor is de mogelijkheid voorhanden werktuigen, die op het eene terrein aanwezig zijn, bij voorkomende gelegenheden ook op het andere terrein te gebruiken, terwijl ook hetzelfde bedieningspersoneel voor de werktuigen op beide terreinen gebruikt kan worden.

Aan de nieuwe Handelskade (Y-kade) was dit niet het geval. De 1ste Y-kade en later de 2de en 3de vormen een geheel afzonderlijke groep van eilanden, slechts door een enkelen dam verbonden met de Handelskade. Hiervoor kan men dus een ander systeem nemen en zijn dan ook de electrische inrichtingen aangehouden.

Daar evenwel voor het Entrepotdok het oprichten van een eigen pompstation met stoommachines en ketels niet alleen in aanleg kostbaar, maar vooral in exploitatie onvoordeelig zou worden, zal voorloopig achter de bestaande hydraulische inrichting aan de eerste Handelskade een tijdelijke inrichting tot opwekking van electrischen stroom gebouwd worden. Deze inrichting zal stroom leveren voor de verlichting van Y-kade, Entrepötdok en Ertskade, voor de electrische kranen op de Y-kade en voor 2 electromotoren aan het Entrepötdok, die hydraulische pompen zullen drijven, waardoor water onder een druk van 50 atmosfeer voor de beweging van kranen en liften in dit dok wordt geleverd.

Gaat de Gemeente over tot de stichting van een electrisch Centraalstation voor de tram, dan zal de benoodigde electrische stroom die voorloopig door de tijdelijke inrichting aan de 1ste Handelskade geleverd wordt, uit dit nieuwe station betrokken kunnen worden. Het hoofdstuk besluit met een interessante beschouwing over de regeling van de snelheid der electromotoren voor de pompen.

Gastram Den Haag-Loosduinen.

Den 31sten Maart eindigde de zesmaandelijksche proefdienst van de Gastram.

Het êênige wat gedurende de maand Maart plaats had, was dat op den 22sten Maart aan den eleetro-magnetischen ontsteker een verbindingsknop losraakte, waardoor natuurlijk één der beide motoren buiten werking gesteld werd. Gastram No. 2 deed toen een rit heen en terug, waarna No. 1 weder den dienst op zich nam. Het gasverbruik in deze maand bedroeg 518 liter per wagenkilometer, terwijl het verleden maand 496 liter bedroeg. Dit komt waarschijnlijk wijl er in de maand Maart sneeuw en vorst is geweest. Vooral met vriezend weder als de rails droog zijn is de wrijvingsweerstand veel hooger, dan het geval is bij regenachtig weder.

De Gastram heeft zich deze maand in groote belangstelling mogen verheugen en de zesmaandsche proef in Den Haag heeft weer veel goed gemaakt wat het Duitsche fabrikaat te Dessau en Maastricht bedorven had.

Dat de proef ook in het Buitenland de aandacht getrokken heeft, wordt bewezen door de bezoekers uit Frankrijk, België, Duitschland en Engeland, die expres voor dit doel Den Haag bezochten.

Nu de proef geëindigd is, kan als merkwaardigheid vermeld worden, dat wij geen enkel reservestuk voor de tram hadden, behalve twee klossen voor de electrische ontstekers — deze werden echter niet gebruikt.

Het is een bewijs van het vertrouwen dat wij in de Gastram stelden, een vertrouwen dat niet beschaamd is geworden.

W. Meischke—Smith M. Sc. Civiel-Ingenieur.

KLEINE MEDEDEELINGEN. Stoomschip „Heelsum".

Op 5 April j.1. werd van de werf der Nederlandsche Scheepsbouw-Maatschappij met gunstig gevolg te water gelaten, in tegenwoordigheid van vele belangstellenden, het stalen stoomschip «Heelsum», gebouwd voor rekening van de StoomvaartMaatschappij «Oostzee» te Amsterdam, directeuren de heeren Alb. Vinke en G. Warnberink Vinke.

Deze maatschappij, die juist dezer dagen een gunstig verslag over het tweede jaar van haar bestaan aan de aandeelhouders

kon toezenden, kocht na de oprichting, ten einde spoedig te kunnen voorzien in haren dienst, twee stoomschepen uit de vaart, rul. de «Bussum» en de «Hilversum». De maatschappij mocht zich echter in het bezit van eerstgenoemd schip niet lang verheugen: het ging in Maart 1898 bij Duinkerken verloren. Het werd echter spoedig vervangen door den aankoop van een te Sunderland op stapel staand stoomschip, dat in Juni d.a.v. in de vaart kwam en «Leersum» werd genoemd.

Toen daardoor het tweetal weder compleet was, besloot de directie van de «Oostzee» een derde schip aan te schaffen, en kon thans gevolg geven aan haren wensch om in Holland te doen bouwen en de Hollandsche nijverheid te bevoordeelen met haar in Holland geplaatst geld.

Zij bestelde een stoomschip bij de Nederlandsche Scheepsbouw-Maatschappij te Amsterdam waarvan de kiel gelegd werd in September jl. en gaf het den naam «Heelsum». Het heeft de volgende afmetingen: lengte tusschen de loodlijnen 240 Eng. voeten of 73.20 meters; wijdte op grootspant 37 Eng. voeten of 11.28 meters; holte op grootspant 20 Eng. voeten of 6.10 meters.

Het schip is gebouwd volgens de hoogste klasse bij Lloyd s n. 1.100 Al, onder speciaal toezicht en volgens het diepframe systeem, waardoor het aanbrengen van tusschendeksbalken vervalt en de ruimen uitstekend geschikt worden voor het innemen van lange balken.

Een dubbele bodem is aangebracht van het voorste tot het achterste waterschot en, behalve het gedeelte onder de stoomketels, geheel geschikt tot het innemen van waterballast, tot een inhoud van 800 ton. Bovendien is nog de achterpiek aangelegd tot het bergen van + 50 ton water, ten einde bij ledig varen de schroef zooveel mogelijk onder de waterlijn te kunnen brengen.

Het schip is voorzien van bak, waaronder logies voor matrozen en stokers, heeft een brugdek, waarop een groot stalen middendekhuis en twee stalen zijdekhuizen, geheel ingericht tot verblijf van den gezagvoerder, de officieren en den hofmeester. Op genoemde middenhut bevindt zich een teakhouten kaartenkamer en kapiteinshut, alsmede het stoomstuurwerk. De ruimte onder het brugdek is geheel bestemd voor lading of, bij lange reizen, voor reserve-kolenbergplaats.

Op het dek zijn vier groote laadhoofden, elk bediend door een horizontale stoomlier. Achterop is een stoomspil tot bediening van trossen, wanneer door houtdeklading de stoomlieren niette gebruiken zijn. Verder is boven den roerkoning een horizontaal handstuurwerk aangebracht.

Het schip is getuigd als schooner, met stalen masten, en heeft 4 laadboomen en bovendien nog 4 lichte laadboomen tot het vlug overnemen van kolenladingen.

Het draagvermogen zal + 2350 ton bedragen, terwijl de triple compound stoomwerktuigen van 750 indicateur paardekracht het schip in beladen toestand eene snelheid zullen geven van + 9 mijlen per uur.

De stoomwerktuigen worden vervaardigd door de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel te Amsterdam. De cilinders hebben de volgende middellijnen: ÏS1^"—1Sljs—bij eene slaglengte van 36". De beide stoomketels, elk met twee vuren, hebben een totaal verwarmend oppervlak van + 2650 vierk. Eng. voeten of 246 M2.

De «Heelsum» zal 15 Mei a s. geheel gereed zijn.

Weerkundige waarnemingen te de Bildt, 8 uur voormiddag.

Barometer- w. ,, Winairacht, Tempera. Neerslag

1899. | sta^i, rW.n^ ^ tnggp ^

31 Maart 769.9 O.N.O. 1 4.9 —

1 April 764.6 Z.Z.W. 2 4.9 ,2

2 » 764.5 i W. 1 7.5 —

3 » 763.5 W. 1 9.3 1

4 » 765.3 W. 1 10.3 2

5 » 763.5 W.N.W. 6 9.5 5

6 » 761.8 W.N.W. 4 9.5 *

Na I Januari 1893 worden de opgaven der waterwaarnemingen aan de peilschalen langs de rivieren voorkomende in ae Staatscourant herleid tot het Amsterdamsche peil vo'Oens Qe UITKOMSTEN DER NAUWKEURIGHEIDSWATERPASSINutN en de waterpassingen van den Algemeenen dienst van aen

Het Amsterdamsche peil wordt voor de hoogten, die dienovereenkomstig zijn bepaald, aangegeven door N.A.P. en de