is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur jrg 14, 1899, no 20, 20-05-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M 8©.

248

Deze rust op 22 plaatijzeren drijfkisten, breed 10', hoog 5' liggende op onderlinge afstanden van 16' midden op midden. Twaalf hebben eene lengte van 70', de overige, die liggen onder of nabij de beide toegangsbruggen, steken binnenwaarts 18' uit en zijn dus 88' lang. Deze drijfkisten hebben elk 3 waterdichte schotten. Zij zijn tezamen gekoppeld door 5 plaatijzeren kokerbalken, binnenwerks breed 2', hoog, in verband met de tonrondte van het dek : de buitenste 3', de middenste 3' 10". Dwars hierover liggen plaatijzeren dekbalkj'es van 1' hoogte. Op deze rust het dubbele opperdek dat, aangezien de uitstekende einden der langere drijfkisten afzonderlijk van een onmiddellijk op deze rustend lager dek voorzien zijn, een rechthoekigen vorm heeft ter grootte van 352' X 72'. De aanlegzijden zijn tegen beschadiging beschermd door aanvaringsbeschotten.

De ponton is aan den wal verbonden met vier kruiselings gespannen kettingen, dik 2", terwijl de twee als uithouders dienst doende bruggen haar beletten naar den wal te drijven.

Deze bruggen, lang 150' tusschen de hartlijnen der steunrollen, breed 12' 4" tusschen die der hoofdliggers, rusten aan een einde op' het hoogere gedeelte der ponton, aan het andere einde op schroefpaalbordesjes.

Pontons te Glasgow. In verband met het drukke verkeer op de Clyde bestond er te Glasgow, vooral na 1884, toen een zestal nieuwe veerbooten in dienst was gekomen, groote behoefte aan landingsplaatsen. Hierin is o. a. voorzien door op negen punten pontons te leggen. Deze zijn uitgevoerd volgens verschillende typen; van het nieuwste volgt hier een korte beschrijving (1).

Hoewel het gewone tijverschil 11 k 12 voet bedraagt, zoo moesten de pontons bruikbaar zijn, zoowel bij 't hoogst als bij het laagst bekende water, tusschen welke beide een niveauverschil van 22' bestaat. De stroomsnelheid, in gewone omstandigheden slechts 1 a l»/a knoop, heeft sems wel 5 knoopen bedragen.

In fig. 16 is eene aanlegplaats van de nieuwste constructie geschetst.

De pontoninrichting rust op twee houten drijfkisten, ieder lang 32'9", breed 15', hoog 3'4" waarvan 1'8" boven water. In platten grond hebben deze drijflichamen den vorm van een rechthoek behoudens de afronding aan een der hoeken. In de lengterichting zijn deze drijfkisten op hare bolders stevig aan elkander verbonden, zoodat zij als 't ware één lichaam van dubbele lengte vormen. Hierop is een stevig geschoord samenstel van balken aangebracht, hoog 3'4", waarop 't opperdek rust. Aan de walzijde komt de kant van dit platform overeen met het buitenvlak van de ponton, doch aan de van een aanvaringsbeschot voorziene aanlegzijde steekt het 1'6" uit. Het dek is dus 16'6" breed. Aangezien het platform niet spijkervast aan de drijfkisten verbonden is, zoo is 't gemakkelijk deze, wanneer zij reparatie behoeven, door andere te vervangen. Door middel van twee kruiselings aangebrachte r/g" kettingen is de drijvende aanlegplaats aan den kaaimuur vastgemeerd. De gemeenschap tusschen den wal en de ponton is verkregen door twee houten bruggetjes, lang ongeveer 41', breed tusschen de leuningen 3'2". De houten langsliggers dezer bruggetjes zijn met ijzeren spanwerkjes gewapend en door ijzeren en houten dwarsverbanden samengekoppeld.

Bij den laagsten bekenden waterstand liggen deze bruggen onder een helling van 1 op 2y„, bij gewoon L. W. onder 1 op 3, bij den hoogst waargenomen stand hellen zij naar boven, omdat het pontondek dan 5' hooger ligt dan de kaaimuur.

Op eigenaardige wijze is een scharnierend verband verkregen tusschen de brug, die tevens als uithouder dienst doet, en hare steunpunten. Aan ieder der brugeinden is een met ijzer bekleed iepen rondhout bevestigd. Daartegenover bevinden zich dergelijke rondhouten op kaaimuur en ponton. Ieder tweetal rondhouten is op vier plaatsen omwoeld met eindjes ketting van 5/8" waarvan de eindschalmen zijn verbonden met een z.g. patentlink, n.1. een sluiting zonder nagel of uitstekende deelen.

Ten einde te voorkomen dat de brug bij 't bezwijken van een dier scharnieren zou neerstorten, hangen ter plaatse borgkettingen, die bij het kaaimuursteunpunt li/2", voor het pontonsteunpunt 1/2" dik zijn.

Blijkbaar zuinigheidshalve is aan een houtconstructie de voorkeur gegeven boven een ijzeren inrichting. De kosten van de geheele installatie: dubbele ponton met platform, twee toeleidende bruggetjes, wachtlokaal, kantoor, afrasteringen enz. hebben slechts £ 550 a 600 bedragen.

Ponton te Brenien. Tot de in 1888 voltooide havenwerken te Bremen behoort eene drijvende aanlegplaats. (2) De kaaimuren der 120 M. breede binnenhaven, bevatten wel vele trappen, doch dit gemeenschapsmiddel tusschen den wal en de kleinere vaartuigen zou geheel onvoldoende geweest zijn bij het havengebouw, dat zich bevindt aan de korte achterzijde der haven die daar plaatselijk 40 M. smaller is. Het bijzonder drukke verkeer eischte daar gemakkelijken en ruimen toegang tot de vaartuigen, en dit heeft aanleiding gegeven tot het maken van de hieronder beschrevene drij-

(1) Engineering 24 Dec. 1897.

(2) Zeitschrift des Arch. und Ing. Ver. zu Hannover 1889.

vende aanlegplaats, welke ingericht is zoowel voor den hoogsten als voor den 6.50 M. daarmede verschillenden laagsten waterstand. Zij is geschetst in fig. 17.

Met het oog op de beperkte wateroppervlakte aldaar, heeft men aan de ijzeren ponton een vorm gegeven, die van den gebruikelijken afwijkt en ze zóó gelegd, dat hare lengterichting overeenkomt met die der haven en ook met die der toegangsbrug. De ponton is 60 M. lang; hare breedte, die aan de voorzijde 12.40 M. bedraagt, neemt af tot 6.80 M. bij het cirkelvormige uiteinde, dat aan den wal grenst. Hare hoogte is over de buitenste helft der lengte 1.25 M., waarvan 0.25 M. bij onbelasten toestand ingedompeld, doch vermindert naar den wal geleidelijk. De hoogte boven water bij het gebogen achtereinde bedraagt slechts 0.50 M. De ponton is door waterdichte schotten in vele vakken verdeeld. Aan de aanlegzijden beeft zij twee horizontale wrijfhouten. Het dek is met een asphaltlaag bekleed.

De juiste ligging van de ponton wordt op de volgende wijze verzekerd. Aan het achtereinde van de drijfkist is een ijzeren klauwtje bevestigd, dat zelf om een verticaal asje kan draaien (fig. 18). Dit klauwtje omvat de topplaat van een aan den kaaimuur aangebracht verticaal J-ijzer, waarlangs het op en neer kan schuiven met het getij.

Van twee, op onderlingen afstand van 18 M. aan weerszijden van de ponton in den havenbodem verzonken ankersteenen, loopen twee kettingen, die elkander onder water kruisen, naar kokers in het uiteinde van het pontonlichaam. Van hier loopen die kettingen over rollen onder het bovenste wrijfhout, langs de lange zijden aangebracht, naar het cirkelvormige pontonuiteinde en vervolgens naar den kaaimuur, waar zij bevestigd zijn.

De toegangsbrug, die tot over meer dan de halve lengte der ponton reikt, is 36.40 M. lang, 3 M. breed, hart op hart der vakwerkliggers met parabool boven- en rechten onderrand. Op den kaaimuur rust zij draaibaar op de twee ashalzen van een horizontaal dwarsijzer. Dit dwarsijzer is in het midden draaibaar om een verticale tap. Op de ponton liggen twee rails, waarover de rollen, aan de uiteinden der hoofdliggers aangebracht, kunnen loopen.

De brug kan zich dus in een verticale en horizontale richting bewegen, wanneer zij door het rijzen of dalen van het water van helling verandert. Deze helling, welke bij het hoogste water nul is, bedraagt bij den laagsten waterstand 1 : 6.

Pontons te Antwerpen. De kaaimuur langs de Schelde te Antwerpen, slechts weinig hooger opgetrokken dan het peil van den hoogst bekenden waterstand, ligt toch 2.60 M. boven gewoon H. W., 6.65 M. boven gewoon L. W. en 7.54 M. boven den laagst bekenden waterstand. Teneinde de gemeenschap tusschen den wal en de kleinere vaartuigen te vergemakkelijken, bestond dus daar alle aanleiding om gebruik te maken van drijvende aanlegplaatsen.

Op drie punten zijn dan ook plaatijzeren pontons gelegd in kleine inhammen in den kaaimuur. Hierdoor zijn zij beschermd tegen drijfijs, drijfhout, eenigermate tegen deining en liggen zij buiten den stroom'. Wel is waar slibben die inhammen op, doch deze slib wordt gemakkelijk weggeruimd.

Twee dezer pontons, bestemd voor personen en voor vee, zijn klein:

20 M. lang en 10 M. breed, doch de derde van overeenkomstige constructie, die ingericht is voor 't vervoer van zware wagens, heeft eene lengte van 100 M. bij 20 M. breedte. Van deze ponton volgt eene korte beschrijving. (1)

Zij is afgebeeld in fig. 19. Het pontonlichaam, waarvan eene der lange zijden in de buitenlijn van den Scheldekaaimuur ligt, heeft een rechthoekigen vorm. De andere lange zijde en eene korte zijde grenzen aan de muren van den inham ; de toegangsbrug ligt aan de tegenovergestelde korte rechthoekszijde. Een steenen dammetje houdt den stroom ter plaatse buiten den inham.

De ponton bestaat uit vijf, door schroefbouten onderling verbonden ijzeren drijfkisten, ieder groot 20 X 20 M. Elke dezer is door drie waterdichte schotten in vakken verdeeld. Op de uiterste drijfkist rust de brug. De vier overige kunnen, zoo gewenscht, ter reparatie losgemaakt en verwijderd worden zonder dat het gebruik van de aanlegplaats daardoor onmogelijk wordt. De geheele drijvende aanlegplaats is 0.90 M. ingedompeld, de hoogte van het dek boven water bedraagt 1.10 M. Tegen de wanden der ponton zijn wrijfhouten aangebracht.

Bij deze ponton zijn geen anker- en meerkettingen aangewend. Zij wordt — en dit is mogelijk door hare beschutte ligging — in een verticaal vlak gehouden door middel van hare verbindingen met den muur, die van tweeërlei aard zijn: schuivende en rollende. Op dertien plaatsen, drie aan de korte,' tien aan de lange zijde (welke aan den muur grenzen) zijn aan de huid der drijfkist gegoten ijzers vastgeschroefd, die ieder een verticaal wrijfvlakje vormen, dat loodrecht staat op den wand en zich kan bewegen langs een met ijzer bekleeden verticalen houten, aan den muur bevestigden stijl. Behalve van deze schuivende geleidingen is de ponton ook voorzien van rollende (fig. 20). Zulk eene geleiding bestaat uit eene tegen caoutchouc drukkende' bufferstang, die aan de ponton bevestigd is en aan welker uiteinde, dat in eene kokervormige vierkante sponning in den kaaimuur op en neer kan bewegen, een horizontaal asje met twee rolletjes zit.

(1) Nouvelles Annales de la construction Dec. 1889.