is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur jrg 14, 1899, no 22, 03-06-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

>

279

houden van de dringende behoeften van den tijd, kunnen de daarvoor beschikbaar te stellen gelden geacht worden bij uitnemendheid te belmoren tot de productieve uitgaven, waardoor de draagkracht der natie wordt verhoogd. .

Zoo wordt het ook in het buitenland algemeen begrepen en van de hooo- noodige verbetering van het iS oordzeekanaal af te zien, omdat ook nog andere oeconomische belangen om bevrediging vragen en daartoe aandrang bestaat of kan ontstaan, ware voorzeker m'slands belang niet te verdedigen. Kik geval, elke vraag om voorziening in eenige behoefte, behoort op zich zelf beoordeeld en getoetst te worden aan de financieele verhoudingen van het oogenblik.

Dit strekte ook ten antwoord aan die groep van leden, welke de voorgestelde uitgaven alleen zouden willen toestaan, indien vaststond, dut het tot stand komen van andere publieke werken niet zal worden verhinderd of vertraagd, op grond dat hiervoor geen geld kan worden beschikbaar gesteld. .

Eene algemeene verzekering dat in alle behoeften gelijktijdig zaï worden voorzien, kan bezwaarlijk van de Begeering worden gevergd, maar indien deze leden zich rekenschap wilden geven o. a. van den toestand der bruggen op het Noordzeekanaal, gelijk die reeds gedurende vele jaren eene hindernis oplevert voor het veilig gebruik van dien ten behoeve van de groote scheepvaart bestemden Rijkswaterweg, indien zij rekening wilden houden met hetgeen voor andere oeconomische belangen, speciaal ten behoeve van de uitbreiding van het verkeer in andere deelen des lands in de laatste jaren is gedaan en nog is voorgesteld of voorbereid, dan zullen zij voorzeker het naar aanleiding van

P - , i Jnnll,oolH i-aTi hpvnnrrpchtincr van

het onderwerpelijke voorstel geie^en uui»«vv^ — ~ ~ 0

het eene belang boven het andere moeten laten varen.

Met het voorstel van sommige leden, om de verbetering van het kanaal uit te stellen totdat de onderhanden werken voltooid zijn en dan voor elk daarvan jaarlijks eene grootere som te bestemmen, kan de Minister niet medegaan. De grond van dit denkbeeld is: af te wachten of de Amsterdamsche handel dermate vooruitgaat, dat de voorgestelde uitgaven gewettigd zijn en of het bouwen van zeer groote schepen toeneemt. Maar men ziet daarbij over het hoofd dat men, aldus redeneerende, in een vicieusen cirkel geraakt; dat de handel van Amsterdam niet evenredig aan dien van buitenlandsche handelsplaatsen kan toenemen, als de noodige verbeteringen aan zijn toegang tot de zee niet worden tot stand gebracht, en voorts, dat de vraag ot net bouwen van zeer groote schepen toeneemt, eigenlijk geen vraag meer is. De afmetingen toch van de nieuw in de vaart gebracht wordende scüepen zijn nog steeds toenemende. Behalve op hetgeen daaromtrent 111 de Memorie van Toelichting is medegedeeld, moge nog gewezen w£rd^n op het afloopen voor eenige maanden van de „Oceanic" (lang 215 M breed 20.7 M., holte 15 M.).

In ,,De Economist" van Maart j.1. komt een artikel voor, getiteld,Schepen en havens der toekomst", naar aanleiding van eene voordracht in Augustus 1898 door den ingenieur Elmer Lauwrence Corthell, ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan der „American Association for the advance of science" te Boston gehouden. De daarin medegedeelde cijfers betreffende de afmetingen der stoomschepen respectievelijk in de jaren 1848, 1873, 1881, 1891 en 1898, wijzen op eene voortdurende stijging, en nu moge rechtmatige twijfel bestaan nopens de juistheid der uit eene graphische voorstelling afgeleide cijfers voor lH<Só en 1948, uit het medegedeelde blijkt toch, dat de afmetingen en tonnenmaat' der twintig grootste handelsstoomschepen geleidelijk zijn toegenomen als volgt:

1848. 1873. 1881. 1891. 1898.

gemiddelde lengte . . 70.— M. 119.— M. 140. M. 155. M. 165. M.

» breedte . . 11.- » 13.7 » 13.7 » 16.6 » 18.6 »

,, diepgang . 5.8 > 7.3 » 7.3 » 8.2 » 8.8 » (beladen)

>, tonnenmaat 1430 T. 4413 T. 4900 T. 6977 T. 10717 T.

terwijl, naar de meening van den schrijver, de stijging nog geenszins is tot 'staan gekomen. , r.

Voor zooveel het Noordzeekanaal aangaat, zijn de thans reeds Dereikte afmetingen in elk geval reeds een afdoend motief voor de voorgestelde verruiming. „

Dat de kosten der voorgestelde verbetering ten laste komen van den Staat, is het noodzakelijk gevolg daarvan, dat men hier te maken heeft met èen Rijkskanaal. Hetzelfde geschiedt immers overal elders met betrekking tot de werken, die in het algemeen belang door het Rijk zijn aangelegd of worden beheerd en onderhouden. Eene vergelijking met door particulieren tot stand gebrachte werken, waarvoor het Rijk en de provincie beide bijdragen tot ondersteuning van het particulier initiatief, kan dus in het geheel niet opgaan. Niettemin geeft Amsterdam door het geven van eene bijdrage van '/,„ ui de kosten der verbetering, blijk van het groote belang dat het als handelsplaats m de verbetering van zijn toegang tot de zee stelt.

Is nu die bijdrage te gering of onbevredigend te noemend Ue Minister kan dit niet inzien. Hij acht die bijdrage evenmin te gering, als

indertijd eene bijdrage van Rotterdam tot dat percentage in de verbetering van den waterweg lam/s Rotterdam naar zee te gering is geschat. Bovendien, naar verhouding is de bijdrage der gemeente Amsterdam in de totale kosten van den aanleg en de verbetering van het Noordzeekanaal zeer belangrijk. Stellende de achtereenvolgens door Amsterdam berehikbaar gestelde subsidiën op een bedrag van bijna V millioen «'ulden, dan zal die verhouding ongeveer zijn als 1 : 5, wanneer buiten rekenino- gelaten wordt het verlies door de ingezetenen van Amsterdam op°het kapitaal van eersten aanleg geleden en de verplichting tot den bouw van een nieuw handels-entrepot, die de gemeente aanvaardde om tot afschaffing der kanaal- en havenrechten op het Noordzeekanaal

En beschouwt men het kanaal met de haven als één geheel, dan is het gezamenlijke bedrag van 22 millioen, dat in nauwelijks 20 jaren door Amsterdam daaraan ten koste gelegd en voor de havenwerken in aanbouw toegestaan is, een bedrag dat de verhouding van de opnieuw beschikbaar gestelde bijdrage van 1/10 der kosten voor de verbetering van het kanaal in een geheel ander daglicht plaatst.

Indien Haarlem zich al meer op buitenlandschen handel- mocht gaan toeleggen, zoo beletten toch ook de afmetingen van de nieuwe sluis te Spaarndam, dat de groote zeeschepen, waarvoor het Noordzeekanaal thans geschikt moet worden gemaakt, tot die plaats kunnen doorvaren.

Ook te Zaandam zullen die groote schepen, die m den regel m de vaste stoomvaartlijnen varen, vermoedelijk niet komen. Er kan dus „„nloirlino- rain om van de o-enoemde gemeenten eene bijdrage

m de kosten der voorgestelde werken te vragen.

Dat de Regeering wel degelijk ook let op de haven van Delfzijl, ook in verband met de aanstaande openstelling van het Dortmund-Eemskanaal, blijkt voldoende uit de som die, behalve het aanzienlijke bedrag dat jaarlijks voor de diephouding moet worden besteed, op de begrooting voor dit jaar voor verbetering van die havens is uitgetrokken.

Die verbetering heeft ten doel het verschaffen van meer en betere ligplaatsen aan diepgaande zeeschepen en het verbeteren van den haventoegang ; het ligt geheel in de bedoeling van. den Minister met de verbeterinu-' voort te gaan, indien de behoefte daaraan blijkt.

§ 2. De vrees voor de groote bezwaren die uit de vervanging van de' bru" in den Rijksweg door een stoompontveer voor het verkeer te land zouden voortvloeien, vindt naar de overtuiging van den Minister zijn "rond in de onjuiste voorstelling die men zich maakt èn van zulk een naar alle eischen goed ingericht pontveer èn van den werkehjken toestand van het verkeer over eene draaibrug bij eemgszms drukke scheepvaart.

t,- • s-vu :~ j i-ot,oo1 tor urABTSTHirlen te verbreeden.

J_>ie lllllCnUUg lO, UUUl liet jvan»^ .. ™-j_ _„.--_--- ,

zoodanig gemaakt, dat het verkeer met de pont ook bij ijsbezetting te allen tijde verzekerd zal zijn. De stoompont verkrijgt eene lengte van ongeveer 35 M. en eene breedte over de raderkasten van 15 M Zij wordt aan de langszij den glasdicht afgesloten en van eene glasoverkapping voorzien, en zal ook de stoomtram overbrengen.

De pont zal dag en nacht dienst doen, en de overvaart in een paar minuten verrichten, het op- en afrijden zal nagenoeg gelijkvloers geschieden Reeds dadelijk zal een tweede vaartuig als reserve worden gebouwd Dat de overtocht over het kanaal met een dergelijk middel zekerder en gerieflijker geschiedt dan over eene hooggelegen draaibrug van 55 M. o°pening en ongeveer 130 M. lengte en dus ook voor het landverkeer de voorkeur verdient, is naar de meening van den Minister ontwijfelbaar-

Toegegeven wordt dat het verkeer over de bestaande brug te Velsen betrekkelijk belangrijk is. Maar het verkeer over het Noordzeekanaal kan met het ontworpen pontveer nagenoeg onafgebroken geschieden; de vaart door het kanaal brengt daarin weinig stoornis, daar de pont spoedig en gemakkelijk voor en achter een voorbijvarend schip kon

PaOmtrent de stremming van het verkeer over de bestaande draaibrug te Velsen zijn in de maanden December 1898 en Januari, Februari en Maart 1899 waarnemingen gedaan, waaruit het volgende is gebleken:

De bemiddelde duur van de stremming voor het doorlaten van een vaartuiw was ongeveer 6^ minuut, de maximum duur 12 minuten.

De o-ezamenlijke duur van de stremmingen was gemiddeld per dag:

in December 1898 3 uur 55 minuten;

,, Januari 1899 2 ,,50 ,,

„ Februari 1899 2 ,, 43 „

„ Maart 1899 3 „ 12 ,, De maximum duur van de totale stremming per dag was 6 uur minuten op 6 December 1898.

Het aantal malen dat het verkeer was gestremd, was gemiddeia y>

dag:

in December 1898 36 „ Januari 1899 28 „ Februari 1899 27

„ Maart 1899 32 December. Het maximum aantal stremmingen per dag was bó op * zomel.Hierbij moet worden opgemerkt, dat de scheepvaart m ^ maanden drukker is dan in de wintermaanden zoodat ig mingen van het verkeer in den zomer talrnker-jg bovendien eene stremming van het verkeer gedurenae

genomen. nieuwe draaibrug

Werd in de plaats van de bestaande brug ee

>