is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur jrg 14, 1899, no 29, 22-07-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M 39.

374

Totaal stikstof 0.0005192 pCt.

Droge stof 1.186 „

Asch 0.852

Chloor 0.504 „

Oxydeerbare bestanddeelen. 0.04439 „

3°. Het water in de Kost-Verloren Wetering 1000 M. van het Pompstation (in tegengestelde richting als ververscht wordt) dus boven het Centraal Pompstation.

Totaal stikstof 0.0003776 pCt.

Droge stof 1.638

Asch. . , 0.908 „

Chloor 0.515

Oxydeerbare bestanddeelen. 0.03945 „ Uit deze analyses kan ik niet afleiden, den slechten invloed van de ammoniakfabriek op het openbaar water.

De heer H. haalt oordeelvellingen aan, uitgesproken in 1882. Het Centraal Pompstation werd eerst in 1884 gebouwd; de verbeteringen in het transport der faecaliën dateeren van na 1890; de maatschappij tot ammoniakbereiding van '92.

Omtrent de verdamping van 150 Liter menagewater per hoofd per dag, gaf ik reeds vroeger op, hoeveel millioenen gulden dat per jaar, voor eene stad als Amsterdam, alleen aan steenkolen zou kosten.

Betreffende Trouville spreek ik geen oordeel uit; daarvoor ontbreken^ mij de noodige meerzijdige gegevens, ook de grondige kennis van locale omstandigheden. Uit hetgeen de heer H. aanhaalt, dat mij trouwens niet onbekend was, een voorbeeld ten bewijze hoe voorzichtig men met het vellen van een oordeel moet zijn.

_ Aan de Société générale d'assainissement wordt door de eigenaren der aangesloten perceelen voor de lediging betaald, hoogstens 7 centimes per M2. oppervlak van het perceel, berekend over kelders, etages, zolderkamers. Die 7 centimes breng ik, ter vergelijking, in andere cijfers over. Een gemiddeld huis in Amsterdam heeft 6 a 7 M. breedte en 12 a 14 M. diepte ; het heeft een sousterrain, 4 etages en zolder. Wij krijgen dus eene totale oppervlakte van x 450 M2. Nemen wij aan dat er gecontracteerd is voor 3 cent, dan wordt de lediging van een huis betaald met f 13.50 per jaar. In een dergelijk huis wonen te Amsterdam gemiddeld 16 personen, dus zou te Trouville per hoofd per jaar worden betaald + 85 cent. Over 1898 zijn deze kosten te Amsterdam geweest 52 cent.

Deze cijfers zouden ten gunste van Trouville spreken, aangezien aldaar ook het menagewater, dus per hoofd meer vloeistof vervoerd wordt. Evenwel is er nog een factor die bij de beoordeeling niet over het hoofd mag gezien worden.

Te Trouville zijn (deze cijfers niet als absoluut juist aan te nemen) + 7000 vaste inwoners en 30 a 40,000 badgasten. Uit den aard der zaak zullen vooral de hótels en pensions, de villa's enz. aangesloten zijn. De bewoners dezer perceelen houden er maar + twee maanden verblijf. Voor hen is de lediging slechts gedurende dien korten tijd noodig, niettemin zullen zij hoogst waarschijnlijk toch betalen 3 cent per M2. Moest, de lediging gedurende het volle jaar geschieden, dan zou men minstens het 4- of 5-voudige moeten bedingen; hetgeen f 3.50 a f4.-- per jaar per hoofd zou bedragen. Dit brengt de zaak in een ander licht. Ik beweer geenszins, dat dit bedrag hoog is, voor de diensten die geleverd worden .... ik weet er niet genoeg van.... ik wil alleen maar zeggen, dat men geen oordeel moet vellen op een paar regels schrift of druk.

De heer H. is niet tevreden over het Liernur-stelsel te Amsterdam, .... mij is dit wel.

De heer H. noemt de ammoniakfabriek te Amsterdam geen ideaal.... ik ook niet.

Hier wordt zus, daar zoo gedaan.... een bewijs dat de goede oplossing nog niet gevonden is. Eines schickt sich nicht für Alle! Een bezoeker tut New-York deelde mij dezer dagen mede, dat voor den afvoer van het vervuilde water uit Chicago een kolossaal riool gebouwd is of wordt, 30 K.M. lang, uitmondende in de Mississippi. Op dat lange traject zou er bezinking plaats hebben, omzetting, vernietiging, oxydatie van al wat schadelijk is. En als dat niet gebeurt ? vroeg ik. Welnu, dan hebben zij ten minste het vuil zooveel verder van zich afgeschoven.

Eén ding is er bij dit alles, waarover ik mij uit den grónd mijns harten verheug, n.1. dat de hygiëne hoe langer hoe meer geraakt uit het rijk der bespiegelingen.... om praktisch te werken en voor eiken gulden uitgaaf, evenredig nut te stichten.

16 Juli 1899. Danl. J. Sanohes.

VERGADERING

VAN

HET KONINKLIJK INSTITUUT

VAN

INGENIEURS, op Zaterdag den 15 Juli JA

In het gewone lokaal had op genoemden datum te 's-Gravenhage de vergadering plaats, die de fusie van het Instituut met de Vereenigingen voor Werktuigkunde en Scheepsbouw en voor Electrotechniek tot een voldongen feit zou maken.

Er was veel te doen dien dag, maar dank zij de uitnemende regeling is alles binnen den beschikbaren tijd tot het gewenschte einde gekomen. Van buitengewoon nut bleek te zijn het vooraf benoemen van een bureau van stemopneming, bestaande uit drie secties, elk van drie leden.

Voor het Instituut hadden daarin zitting de heeren B. M. Gratama, D. P. van Ameyden van Duym en O. J. van der Elst.

Voor de Vakafdeeling voor Werktuig- en Scheepsbouw de heeren H. Enno van Gelder, J. A. Wagner en A. J. Joekes.

Voor de Vakafdeeling Electrotechniek de heeren A. E. R. Collette, P. Hdi'inagel en H. O. J. Gritters.

Deze heeren hadden zich tevens belast met het doen van de noodige aanwijzingen voor het teekenen der presentielijsten, en het geven van inlichtingen voor toetredingen van nieuwe gewone leden van het Instituut en aan de Vakafdeeling.

Onder leiding van den aftredende Raad van Bestuur van het Instituut, had allereerst plaats eene voorloopige Algemeene Vergadering.

Na goedkeuring der notulen van de laatste Instituuts-vergadering, herinnerde de Voorzitter aan de ingekomen verzoeken tot oprichting van vakafdeelingen met ingang van 1 Juli, welke verzoeken reeds in de vergadering van 11 April jj. waren ingekomen. Tot die oprichting zou nu worden overgegaan, terwijl tevens de behandeling der Afdeelings-reglementen zou geschieden, waarvan aan alle leden het concept was rondgezonden.

De commissie van voorbereiding had geen bepaald verslag ingediend, omdat wat door haar is verricht, genoegzaam aan alle leden bekend is.

Ten slotte doet de Voorzitter mededeeling van het besluit van den Raad van Bestuur om in zijn geheel af te treden bij de nieuwe inrichting van het Instituut, waarna de voorloopige Alg. Verg. wordt geschorst, ten einde gelegenheid te geven tot het houden der Eerste Afdeelingsvergadering onder leiding van het Bestuur der ontbonden Ned. Vereeniging van Werktuig- en Scheepsbouwkundigen.

De behandeling der notulen van de laatstgehouden vergadering wordt uitgesteld. Met een warm woord van hulde aan de talenten van wijlen prof. A. Hdet, herinnert de Voorzitter, de heer Hudig aan het groote verlies geleden door den dood van hem, die allen zich zullen blijven herinneren als een bekwaam leermeester, een vurig strijder en een aangenaam debater.

Medegedeeld wordt dat het aantal tot de vakafdeeling toegetreden leden thans bedraagt 148 gewone en 178 buitengewone leden, zoodat dat getal grooter is dan ooit te voren.

Onder applaus wordt verklaard, dat de vakafdeeling is opgericht, terwijl bij de behandeling van het Óntwerp-Reglement der Vakafdeeling niemand het woord verlangt en bij acclamatie tot goedkeuring daarvan wordt besloten.

Vervolgens deelt de Voorzitter mede, dat waar de wetenschappelijke werkzaamheden in den laatsten tijd wat op den achtergrond zijn geraakt tengevolge van de vele administratieve werkzaamheden, het Bestuur inmiddels aan het werk was gegaan en een spreker had gevonden, die voor de in de volgende maand te Haarlem te houden vergadering eene belangrijke voordracht heeft toegezegd.

De uitslag van de gehouden bestuursverkiezing, welke ten slotte wordt medegedeeld, is dat zijn gekozen de heeren Hudig, President, Doyer, Secretaris, Van Gelder, Van Olfen en Collette, Commissarissen.

Alle benoemden verklaren de op hen uitgebrachte keuze zich te laten welgevallen. Het bestuur dankt voor het blijk van vertrouwen en blijft rekenen op aller medewerking vooral voor het houden van voordrachten en het doen van mededeelingen.

De vergadering wordt daarop gesloten.

Alsnu wordt gehouden de tweede afdeelingsvergadering onder leiding van het Bestuur der ontbonden Nederlandsche Vereeniging voor Electrotechniek.

De voorzittende heer Snijders, herinnert aan de mededeeling in de aan alle leden toegezonden circulaire, wat betreft de onmogelijkheid om het verslag van de vorige vergadering vóór deze bijeenkomst gereed te hebben.