is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur jrg 14, 1899, no 29, 22-07-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

375

M 3».

Bij de mededeeling van het aantal toegetreden leden tot de vakafdeeling blijkt ook hier, dat dat aantal grooter is dan ooit te voren 11. 1. 202.

De voorzitter doet vervolgens uitkomen, dat de aanwezige leden door

het teekenen op de presentielijst feitelijk reeds hebben verklaard, dat men tot de oprichting van de vakafdeeling wenscht over te gaan, waartoe op spreker's voorstel bij acclamatie wordt besloten.

Ook in deze vergadering geeft het Concept-Reglement geen aanleiding tot liet maken van bemerkingen. Het is geheel gelijk aan dat voor de Vakafdeeling voor Werktuigkunde en Scheepsbouw, alleen met dit onderscheid, dat hier het aantal van zeven bestuursleden is behouden tegenover vijf van de andere vakafdeeling. De voorzitter zal aan den Algemeenen Secretaris, verzoeken achter het reglement bij dë uit het reglement voor het Instutuut opgenomen artikelen nog te voegen, dat wat betrekking heeft op het referendum.

Het reglement wordt daarop ongewijzigd vastgesteld.

Alvorens over te gaan tot mededeelingen van den uitslag der Bestuursverkiezing, verzoekt de Voorzitter, dat de leden de volle contributie voor het Instituut willen voldoen, ook al hebben zij als lid van de opgeheven Ned. Ver. voor electrotechniek betaald tot 30 Sept. a.s. Het kwartaal, dat aldus te veel betaald is, zal worden gerestitueerd, zijnde f2.50 aan hen, die alleen lid waren van de Ver. voor electrotechniek en fl.875 aan hen, die tevens ook lid waren van de Ver. voor Werktuigkunde en Scheepsbouw.

De uitslag der verkiezing is, dat tot bestuursleden zijn herkozen de heeren Snijders, President, Ravenek, Secretaris, Collette, Theunissen, van Loenen Martinet, Nagtglas Versteeg, Kamerlingh Onnes en Barnet Lyon, Commissarissen. Daar evenwel slechts vijf Commissarissen te verkiezen waren, wordt besloten, dat eene herstemming zal plaats hebben tusscben de twee laatstgenoemde heeren, daar zij het minste aantal stemmen op zich hebben vereenigd. De later medegedeelde uits\a<y dezer herstemming is, dat wordt gekozen de heer Barnet Lyon.

Alle benoemden verklaren zich bereid het mandaat te aanvaarden.

De Voorzitter dankt den heer Kamerlingh Onnes voor wat die voor de Vereeniging heeft gedaan en brengt hulde aan den heer Lyon, voor het door dezen uitgevoerde werk bij den aanleg van de eerste electrische tram in ons land met bovengrondsche geleiding, tusschen Haarlem en Zandvoort. Spreker wenscht hem geluk met den uitstekenden uitslag en hoopt, dat een volgend werk met gelijk succes door hem zal worden volbracht.

Hierna wordt de tweede afdeelingsvergadering gesloten.

Terwijl de vorige vergadering voor de herstemming was geschorst, had inmiddels plaats de voortzetting van de voorloopige AJgemeene Vergadering, waarin plaats had de aftreding van den Raad van Bestuur in zijn geheel en de verkiezing van negen leden voor dien Raad.

Op voorstel van den heer Leemans heeft de herbenoeming van alle leden collectief bij acclamatie plaats.

Allen verklaren zich die herbenoeming gaarne te laten welgevallen, waarna de Voorzitter dank zegt voor het ondervonden blijk van vertrouwen en de voorloopige Algemeene Vergadering sluit.

Thans treedt eene lange pauze in — tot twee ure. Maar wie ook in deze pauze zonder vergadering was — de leden van den Raad van Bestuur warén dat niet. Gedurende deze pauze toch had eene bijeenkomst plaats van elk der verkozen Besturen der twee Vak afdeel in gen tot aanwijzing van een Penningmeester en indiening ter goedkeuring aan den Raad van de in de vergaderingen goedgekeurde vakafdeelingsreo-lementen. En daarna: bijeenkomst van de benoemde leden van den Raad van Bestuur van het Instituut, zittingneming van de Presidenten der Vakafdeelingen en constitueering van den Raad van Bestuur.

In deze vergadering van den Raad van Bestuur werden o. m. behandeld de goedkeuring van de ingekomen vakafdeehngsreglementen en is de voordracht opgemaakt voor de verkiezing van een Algemeenen Secretaris.

Te twee ure precies opende de Voorzitter, de heer Conrad, de Algemeene Vergadering, welke plaats had onder leiding van den nieuw verkozen Raad van Bestuur, bijgestaan door den aftredenden Secretaris.

Medegedeeld werd in de eerste plaats, dat de Raad had gekozen tot Voorzitter den heer Conrad, tot Vice-Voorzitter den heer Telders en tot Penningmeester den heer Gerlings ; en in de tweede plaats, dat de Vakafdeelings-Reglementen door den Raad van Bestuur ongewijzigd waren goedgekeurd.

Het voorstel om het tractement van den Algemeenen Secretaris te bepalen op f 3000. met dien verstande, dat vrije woning, vuur en licht, waarvan in art. 22 van het Reglement sprake is, of vergoeding daarvoor, in dat honorarium zijn begrepen, werd bij acclamatie goedgekeurd. .

Ingediend werd eene voordracht van drie gewone leden van het Instituut voor de verkiezing van een algemeenen secretaris, op welke voordracht waren geplaatst de heeren Van Sandick, Doyer en Ravenek. Met 59 van de 71 uitgebrachte stemmen werd de heer van Sandick tot algemeen secretaris benoemd, welke uitslag onder applaus vernomen werd. De voorzitter wenschte den nieuwbenoemde geluk en verklaarde dat men overtuigd was, dat het secretariaat bij hem in goede handen was.

Bij de behandeling van de Concept-Verordeningen van het Instituut, welke nu aan de orde was, had eene discussie plaats betreflende de uitwerking der toepassing van het referendum. Teneinde de uitvoering

van gevallen besluiten niet al te zeer te vertragen, stelde de heer Stieltjes voor den termijn van drie maanden te vervangen door een termijn van één maand, waartegen door den heer Gratama werd aangevoerd, dat het beginsel van referendum was aangenomen grootendeels juist met het oog op die leden, die wegens hun verblijf buitenslands de vergaderingen niet kunnen bijwonen. Bij opstaan en blijven zitten verklaarde de vergadering zich met 28 tegen 26 stemmen tegen het voorstel-STlELTJES, dat dus werd verworpen.

De mededeeling omtrent de vooruitzichten om te geraken tot de uitgave van een weekblad, hield in dat op dit punt overeenstemming was verkregen op de volgende grondslagen: dat het orgaan («de Ingenieur») zou komen geheel in eigen beheer bij het Instituut, dat het zou worden het gemeenschappelijk orgaan van het Instituut van Ingenieurs en de Ver. van Burgerlijke Ingenieurs, en dat laatstgenoemde vereeniging ook in de redactie zou zijn vertegenwoordigd.

De commissie tot voorbereiding hoopte spoedig hare taak te beëindigen, waarna in den Raad van Bestuur zal worden overwogen welke voorstellen nader zullen worden gedaan, terwijl inmiddels aan de commissie is verzocht haar mandaat te beschouwen als bij voortduring door den Raad van Bestuur verleend.

Daar niemand het woord hierover wenschte te voeren, zal in dien geest worden gehandeld en verder mededeeling aan de vergadering

° De Ned.' Ver. voor Electrotechniek bezat als correspondeerend lid Professor van 't Hoff te Berlijn, maar volgens het nieuwe reglement kan alleen het Instituut correspondeerende leden benoemen. Daarom werd voorgesteld Prof. van 't Hoff te benoemen als correspondeerend lid van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs, waartoe bij acclamatie werd besloten.

Na de mededeeling, dat tot gewone leden van het Instituut zijn aangenomen de heeren W. Starling, New-Orleans, en A. C. Burgdorffer, Rotterdam, werd deze vergadering, waarin de fusie als voldongen feit haar eindbeslag had gekregen, gesloten.

Ter viering van de fusie werd dienzelfden dag een gemeenschappelijke maaltijd gehouden in het Kurhaus.

De West-Indische tentoonstelling te Haarlem.

Dr. H. van Cappelle, den bodem van West-Indië beschrijvende, stelt de vraag of, waar het beschamende feit bestaat dat van de millioenen die de West-Indische bodem aan phosphaat heeft opgebracht, slechts een luttel deel ten goede is gekomen aan de kolonie en het moederland zelf, in Nederland de oogen nog niet opengaan, of er nog niet genoeg is geboet voor het verzuim geen belang te stellen in de gesteldheid van den bodem der koloniën in de West?

De Pransche en Engelsche regeeringen besteedden reeds groote sommen aan het geologisch onderzoek m de aan Nederlandsch-Guvana grenzende koloniën, en waar vooral Engeland reeds heeft ondervonden dat die gelden niets, althans niet veel beteekenden, in aanmerking genomen de middellijke en onmiddellijke voordeelen die er uit voortvloeiden, heeft Nederland precies gedaan of er niets geschiedde bij de buren, heeft het rustig afgewacht dat particulieren het geologisch onderzoek deden en hierdoor bestaat het feit dat, waar menigeen die leest van concessie-aanvragen voor de ontginning van goudvelden in Suriname, denkt dat wij alles van den bodem afweten, integendeel, die kennis zeer gering is, en dat men in de meeste gevallen omtrent de waarde van de aangevraagde gronden geheel in het onzekere verkeert.

Wat wij van Nederlandsch-Guayna weten, bepaalde zich tot voor korten tijd tot wat professor Martin daarover mededeelde. Nu, korten tijd geleden, zijn de uitkomsten bekend geraakt van drie reizen, door den districts-commissaris van Nickerie, den heer C. van Drimmelen, langs de Boven-Nickerie. de Maratakka, gedaan en deze hebben veel nieuws aan 'het licht gebracht. Door de ondoordringbare vegetatie, zegt nu de heer Van Capelle, kunnen alleen de rivierdalen licht verschaffen omtrent de geologische gesteldheid van het land, maar toch kan een vergelijkende studie van de beddingen der talrijke, Suriname van Z. naar W. doorsnijdende rivieren, een algemeen overzicht geven van de verspreiding der verschillende vormingen op dat gebied.

Het is na de gedane onderzoekingen van professor Jos. Martin en anderen niet meer te betwijfelen dat, van ae kust zuidwaarts het land binnendringende, een viertal formaties strooksgewijs op elkander volgen. mhra.W(1

Eerst heeft men een breede alluviale kuststrook, opgeuuuwu uit klei, geel en blauw leem en fijner of grover kwar^ana waarvan de korrels veelal door bruin ijzererts aan eiuaai gebakken zijn en zoo een zandsteen vormen. ,

De tweede strook bevat de savannen van kwartszana, ü. i. het eerste granietgebied, een gesteente dat hier en daar als