is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur jrg 14, 1899, no 31, 05-08-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

401

M 31.

Boetseeren. De leeraar Lacomblé heeft zijn onderwijs op den ouden voet voortgezet, doch zich wekelijks nog drie dagen, buiten de op den rooster aangewezen uren, beschikbaar gesteld voor de ingeschrevenen die door gelijktijdig gehouden lessen verhinderd waren aan oefeningen in het boetseeren deel te nemen.

Het aantal leerlingen bedroeg 23, waarvan een twaalftal de lessen regelmatig volgde.

De noodige hulpmiddelen ondergingen eenige aanvulling.

Waterbouwkunde, Sluizen, enz. Na de benoeming van den hoogleeraar Telders tot directeur der Polytechnische School werd de civielingenieur J. Kraus tot hoogleeraar voor de waterbouwkunde benoemd. Door den verren afstand, waarop de hoogleeraar Kraus zich bevond — hij was als hoofd-ingenieur der nieuwe dokwerken te Talcahuano werkzaam — konden zijne lessen eerst den 16den Februari 1898 worden geopend.

Door beiden is het programma der lessen in hoofdzaak geheel gevolgd. Intusschen had eenig tydverlies plaats gevonden, zoodat aan de behandeling der «irrigatiën» slechts drie uren voordracht konden worden gewijd.

Bij de bespreking der «rivieren» moest de verbetering van riviermonden buiten beschouwing blijven en zal dit onderwerp in den volgenden cursus bij de «havens en maritieme werken» worden ingelascht.

De colleges voor de ingenieurs B2 werden bezocht door 20 a 25 personen, die voor scheepsbouwkundige ingenieurs C, en C2 door 4 a 6 ingeschrevenen. De voordrachten voor de civiel-ingenieurs O, en C2 werden door gemiddeld 50 leerlingen bijgewoond.

Het bezoek der teekenoefeningen was over het algemeen, en vooral voor zooveel de ingenieurs C, betreft, onregelmatig en onvoldoende. Het groot aantal leerlingen brengt eene overvulling der teekenzaal te weeg, die ongunstigen invloed uitoefent.

Door dit groot aantal uit de collegezaal verdreven, moeten de voordrachten gehouden worden in de gebrekkig verlichte en geventileerde zaal in de voormalige directeurs-woning, waar de door schetsen toegelichte voordracht door velen niet dan zeer moeilijk kan worden gevolgd.

Door den hoogleeraar Telders werden na Paschen voor de civielingenieurs C2 12 uren responsie-colleges gehouden, die gemiddeld door 25 hoorders werden bijgewoond.

Bruggen en wegen. De hoogleeraar Henket kon door ongesteldheid de lessen der civiel-ingenieurs C, en C2 in de maanden September en October slechts voor een deel geven. In de overige maanden was deze taak toevertrouwd aan den civiel-ingenieur S. G. Everts, met dien verstande, dat in de maand Mei 1898 de hoogleeraar Henket weder de leiding der teekenoefeningen kon op zich nemen. Hoezeer eerstgenoemde zich beijverd heeft de door de ongesteldheid ingetreden verachtering in te halen, moesten enkele onderwerpen buiten behandeling

blijven. Zoo werden bij de bespreking van den «bruggenbouw» de drijvende bruggen achterwege gelaten en konden bij de «spoorwegen» de spoorweg-exploitatie met enkele andere onderdeelen niet aan de orde komen. De invloed van den vorm van het spoorweg-tracé op de kosten van vervoer werd daarentegen eenigszins meer uitvoerig besproken.

De colleges voor de civiel-ingenieurs C, en C2 werden gemiddeld door 40 a 45 hoorders bijgewoond. De opkomst der civiel-ingenieurs C, was daarbij minder regelmatig.

Op de teekenoefeningen liet het bezoek van deze categorie C, nog meer te wenschen over.

De teekenzaal was desniettemin veelal zoodanig gevuld, dat de studenten in hun arbeid gehinderd werden.

Evenals bij den anderen tak der waterbouwkunde moesten de teekenoefeningen ook hier veelal een uur en langer na den in den rooster vastgestelden tijd worden voortgezet, om ieder der teekenaars eene beurt te kunnen geven bij het beoordeelen hunner ontwerpen.

Scheepsbouivkunde. De lessen en teekenoefeningen voor de scheepsbouwkundige ingenieurs B,, B2, C, en C2 werden gehouden door den hoogleeraar Cop, die in hoofdzaak het progamma der lessen geheel volgde.

Bij den cursus O, werd het «lezen van teekeningen» vervangen door het bespreken van onderwerpen, die in direct verband staan met het «ontwerpen van schepen».

Een uur per week werd gedurende het grootste deel van den cursus responsie gehouden.

De hoogleeraar maakt opnieuw zijn bezwaren kenbaar tegen de veelal niet doelmatig samenhangende studie voor scheepsbouwkunde en werktuigkunde, die de meeste ingeschrevenen voor den scheepsbouw in toepassing brengen.

Het bezoek der lessen over het algemeen voldoende achtende, wordt de overtuiging uitgesproken, dat nog altijd meer moet worden geteekend.

Landmeten, waterpassen en geodesie. De door het overlijden van den hoogleeraar Schols, den I7den Maart 1897, ontstane vacature werd eerst een half jaar later, den 17 September daaraanvolgende, vervuld door de benoeming van den civiel-ingenieur H. J. Heuvelink.

Hoewel de hoogleeraar Heuvelink zich ten doel stelde het progamma der lessen te volgen, moesten ten gevolge van te kort komenden tijd eenige onderwerpen onbesproken blijven. Op het laatst van den cursus, toen de colleges in de meeste vakken gesloten waren, is getracht door het geven van eenige extra uren een deel van het ontbrekende aan te vullen.

Bij de behandeling van den «algemeenen cursus voor de civiel-,

bouwkundige en mijnen-ingenieurs C, moesten het «uitbakenen van lijnen, de trigonometrische en de barometrische hoogtebepaling» onbesproken blijven. Bij het voordragen der «bijzondere onderwerpen» kon de toepassing op het vereffenen der fouten bij driehoeks- en veelhoeksmetingen slechts voor een klein gedeelte behandeld worden en bleef de behandeling der secundaire driehoeksmeting achterwege.

In het belang der civiel-ingenieurs C2 werd rekening gehouden, met hetgeen in den vorigen cursus was gemist. Zoo werden bij de behandeling der geodesie eenige onderwerpen van de methode der kleinste quadraten en hare toepassing ingevlochten. De hiertoe noodige tijd werd gevonden door de voordrachten een half uur langer te houden. De sterrenkundige plaatsbepaling kon wegens gebrek aan tijd niet behandeld worden.

Het bezoek der lessen was over het algemeen regelmatig; gemiddeld werden zij door 17 hoorders C, en 36 hoorders C2 gevolgd.

De practische oefeningen hadden tot 1 Juni 1898 betrekking op het behandelen en regelen van instrumenten. Na 1 Juni werd dagelijks gelegenheid gegeven tot metingen en waterpassen. Aan de practische oefeningen werd door 98 ingeschrevenen gemiddeld 9 maal deelgenomen.

In de maand Juni waren 32 ingeschrevenen werkzaam bij het meten en waterpassen.

Eens voordracht van anderhalf uur werd besteed tot het geven van

algemeene aanwijzingen voor het «situatie-teekenen». De oefeningen werden door de studenten meest thuis verricht.

Meten en wegen. Voor het meten en wegen in verband met den ijk, bleven ook dezen cursus de lessen gestaakt.

Staathuishoudkunde, administratief recht, handelsrecht. De hoogleeraar Pekelharing heeft de in het progamma genoemde onderwerpen behandeld met uitzondering van de «Nederlandsche wetgeving op den arbeid» in den cursus voor de technologen B3 en de ingenieurs C„ tot bespreking waarvan geen tijd was overgebleven.

De colleges over administratief recht werden door de werktuigkundige ingenieurs C2 minder regelmatig bezocht dan in vorige jaren. Overigens gaf het bezoek geene aanleiding tot bijzondere opmerkingen.

De voordrachten over staathuishoudkunde, die 's avonds van 7 tot 8 uur worden gehouden, werden aanvankelijk door een talrijk gehoor gevolgd, dat later verminderde, doch groot genoeg bleef om deze voordrachten tot aan de Paaschvacantie voort te zetten.

Het «handelsrecht» werd als tot dusverre niet behandeld.

Excursiën en wetenschappelijke reizen, In de Kerstvacantie werd door den hoogleeraar Snijders en de leeraren de Haas en van Swaay een bezoek gebracht aan het nieuwe natuurkundig laboratorium deiUniversiteit te Groningen in verband met het opmaken van een definitief programma van eischen voor het te stichten gebouw der natuurkunde. Door den hoogleeraar Haga werden zij op de meest welwillende wijze rondgeleid en in het bezit gesteld van de noodige toelichtingen. Van deze gelegenheid werd gebruik gemaakt in het Koninklijk Nederlandsch Meteorologisch Instituut te de Bilt nabij Utrecht de speciale gebouwtjes voor magnetische waarnemingen te bezichtigen waartoe hun de gelegenheid door den directeur beleefdelijk werd verschaft.

De hoogleeraar Aronstf.in maakte even vóór Kerstmis met bijna al de technologen B3 en B4, eene excursie naar Bergen op Zoom ter bezichtiging van de beetwortelsuikerfabriek aldaar. De directeur "Vrins gaf zich groote moeite om den bezichtiging zooveel mogelijk vruchtdragend te doen zijn.

Ten behoeve van een veertigtal technologen Bs en B4 en werktuigkundige ingenieurs C, en C2 werd door de hoogleeraren van den Burg, Grundel en Ravenek eene uitgebreide excursie ontworpen naar Twente.

Door de firma van Heek en C°. te Enschedé, de directie der Boekeloosche stoombleekerij te Enschedé, de directie der katoenspinnerij «Ramshoeve» te Enschedé, den heer Gerrit van Delden te Gronau, de Baumwollspinnerei «Eilermark» te Gronau, de firma Ter Horst en C°. te Rijssen en de firma Gebrs. Stork te Hengelo werden de leerlingen op de meest welwillende wijze in staat gesteld groote spinnerijen, weverijen, stoombleekerijen in werking te zien, stoomwerktuigen van groot vermogen te bezichtigen en de machinale bewerking van hout en metalen te aanschouwen. Tevens werd te Enschedé de Nederlandsche school voor Nijverheid en Handel onder leiding van den directeur dr. A. Borgman bezichtigd.

De hoogleeraar Gugel maakte met een tiental bouwkundige en civiel-ingenieurs twee excursiën, de eerste naar het kasteel Haarzuilens, nabij Utrecht, de tweede naar nieuw St. Bavo te Haarlem, beide onder het welwillend geleide van den architect Jos. Cuypers van Amsterdam. Te Haarlem werden ook Oud St. Bavo, het stadhuis met museum en voorts verschillende kerken en gebouwen van vroegeren en laterentijd in oogenschouw genomen, waarbij de architect J. A. G. van der Steur te Haarlem bereidwillig als gids optrad.

Door de hoogleeraren Henket, Kraus en Telders en den ingenieur Everts zijn gedurende dezen cursus met de civiel-ingenieurs C, en o, de volgende excursiën gemaakt: de eerste tocht met ruim 40 leden onder leiding van den hoogleeraar Telders en den assistent Dwars werd den October 1897 ondernomen naar Andel, waar de nieuwe schutsluis met twee stel waaierdeuren werd bezichtigd; verder naar Heusden ter bezichtiging van de twee nieuwe bruggen en daarna naaide twee in aanbouw zijnde sluizen op de Henriettewaard bij üngelen en nabij 's-Hertogenbosch. De hoofdingenieur van den Waterstaat