is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur jrg 14, 1899, no 37, 16-09-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

461

Hel geheele doorstroomingsprofiel beneden gemiddeld laag water was dus 1584. M

Het slik aan de Zuid-Bevelandsche zijde, breed 310 M., had de gemiddelde hoogte van 1.55 M. boven gemiddeld laag water. De vloed steeg gemiddeld 3.60 M. boven gemiddeld laag water, zoodat het doorstroomingsprofiel tusschen gemiddeld laagen hoogwater was i^IiZL_

en het geheele doorstroomingsprofiel bij gemiddelden hoogwaterstand ■ . 3515.—M-

Vóór den aanvang der werken zijn in het Sloe ter plaatse van de afdamming waarnemingen omtrent den getijstand en omtrent de snelheid en de richting der getijstroomen verricht. Daaruit is het volgende gebleken :

De waterstand ter plaatse van de afdamming werd beheerscnt door de getijden in het Veergat aan de noordzijde, en door die in de Westerschelde aan de Zuidzijde van het Sloe.

Gemiddeld stijgt de vloed tot ... • 1.79 M. + A.. 1. en daalt de ebbe tot 1-80 » »

het gemiddelde getijverschil is dus. . . ■ 3.59 M. Bij gierstroom stijgt de vloed tot . . • 2.07 M. + A. P. en daalt de ebbe tot 2.00 ,, —^ „

bij gierstroom is het getijverschil dus . . 4.07 M. Bij doodstroom stijgt de vloed tot, . . 1.51 M. + A. P. en daalt de ebbe tot 1.60 ^, — A. r.

bij doodstroom is het getijverschil dus . . 3.11 M.

De hoogste vloed, die van 2 December 1867, steeg tot 4 M. boven A. P., en de laagste ebbe, die van 17 Januari 1862, daalde tot 2.90 M. beneden A. P.

Na laag water stroomde de vloed uit het Veergat het Sloe binnen in de richting zuidwaarts naar de Westerschelde, met eene snelheid van 20 tot 43 c.M. en van hoogstens 60 c.M. in de seconde, gedurende 1 tot 3 uur na laag water. Dan had de stroomkentering plaats, gedurende ongeveer 2 uren, in welk tijdperk de waterstand steeg tot ongeveer A. P. De vloed uit de Westerschelde in de richting noordwaarts naar het Veergat kreeg dan de overhand, met eene steeds klimmende snelheid van 25 tot 145 c. M. en als maximum van 177 c.M. in de seconde, welke grootste snelheid voorkwam ongeveer drie kwart uur vóór hoog water, en afwisselde, m het tijdperk der waarnemingen, van 22 Maart tot 8 April 1871, bij giertij, van 1.45 M. tot 1.77 M. in de seconde.

Tijdens den hoogwaterstand was de stroomrichting nog noordwaarts naar de zijde van het Veergat met eene snelheid van 74 c.M. in de seconde, en bleef die richting behouden tot ongeveer 2 1/2 uur na hoog water, met eene snelheid van gemiddeld 46 c.M. in de seconde, verminderende van 57 tot 23 c.M. in de seconde. Dan trad gedurende een half uur tijde eene' tweede stroomkentering in, waarna de stroom de zuidwaartsche richting naar de zijde van de Westerschelde nam, met eene gemiddelde snelheid van 36 c.M. in de seconde, afwisselend van 20 tot 41 c.M. in de seconde tot de laagwaterstand bereikt was.

In elk getijde hadden er dus plaats twee stroomkentermgen met weinig of geen stroomsnelheid, tijdens den vloed gedurende ongeveer 2 uur en tijdens de ebbe gedurende ongeveer 1/2 uur.

De grootste stroomsnelheid bestond van 1 uur 20 minuten vóór tot hoog water, en bedroeg van 1.03 M. tot 1.77 M. m de seconde. Gedurende het overige deel van het vloed- en ebgetijde was de gemiddelde snelheid in de noord- of zuidwaartsche richting gemiddeld 43 c.M. in de seconde, afwisselend van 20 tot 57 c.M. in de seconde.

De bodem van het Sloe ter plaatse van de afdamming bestond uit zeer beweeglijk zand, van den schorrand op ZuidBeveland tot de grootste diepte, en van daar tot den Walcherschen oever uit stevig samenhangende klei en spier.

Den 13n October 1870 is het maken van den spoorwegdam door het Sloe aanbesteed voor 989.000 gl., en uitgevoerd naar de voorschriften van bestek nr 450 der Nederlandsche Staatsspoorwegen. . _

In hoofdtrekken is de eigenlijke afdamming geschied op de navolgende wijze : . .

De steile onderzeesche oever aan de Walchersche zijde is m de eerste plaats met zinkstukken bezet, waarna de bodem van

het Sloe over zijne geheele breedte met bestorte zinkstukken is bekleed, ter zooveel mogelijke voorkoming van uitschuring door overstorting van de getijstroomen, vooral aan de noordzijde.

Deze zinkstukken waren in de richting van den stroom breed van 18 M. op de minste diepte tot 82 M. op de diepste gedeelten van het Sloe.

Op die bodembekleeding is één rijsdam van kiem pronel, doch hechte samenstelling, met zwaar bestorte zinkstukken gewerkt tot 70 cM. boven laag water, ter kruinbreedte van 17.50 M. en beloopen van 1 op 1, en op deze kruin is de afsluitkade gelegd, samengesteld uit rijspakwerk en klei met steenbezetting tot stormvloedshoogte. Op deze kade is een dubbel spoor gelegd tot aanvoer van den grond en het verdere materieel tot het maken van den dam.

Het geheele profiel van den spoorwegdam is boven en wederzijds den afsluitdam voltooid door zand- en kleiaanvoer, met gedeeltelijk kunstmatig bekleede beloopen, met de kram breed 10 M. ter hoogte van 2 M. boven den hoogst bekenden waterstand en dus op 6 M. boven A. P., en beloopen aan de noordzijde van 4 op 1 boven en 3 op 1 beneden laag water, en aan de zuidzijde van 3 op 1 boven en 5 op 1 beneden laag water.

Toen na den strengen winter van 1870 op 1871 het ijswas opgeruimd, is met kracht rijs en steen op den polderdijk aan de Walchersche zijde in voorraad aangevoerd.

De bezetting van den steilen onderzeeschen oever aan de Walchersche zijde met zinkstukken ving den 7™ Maart 1871 aan en was den 23™ Maart voltooid. De bekleeding van den i j „„„r,„l™« „orï,lV,r,rlaTn ter hrp.pdte van 18 tot

ueweegiijiieu uiiuciiccowku „ouu»^ — — •

82 M. ving den 11™ April 1871 aan en was den 30™ April voltooid. De zinkstukken der bodembekleeding reikten aan de noordzijde (Veergat), waar tijdens het laatste tijdperk van den vloed de grootste overstorting van water plaats had, tot 35 M en aan de zuidzijde (Westerschelde) tot 15 M. buiten den teen van den rijsdam. Tijdens deze afsluiting van het Sloe was op het schor aan de Zuid-Bevelandsche zijde een stevig verdedigde kade, tot boven gierstroomshoogte reikende, aangelegd. Den 14™ Juni was de kruin van den rijsdam tot laag water opgewerkt, en is het Sloe te voet gepasseerd ; de aanleg der afsluitkade met zinkstukken en pakwerk is daarna met kracht voortgezet, en den 12» Juli 1871 was zij tot 2 M. boven A. P. voltooid, zoodat toen het Sloe boven hoog water was afgedamd.

De werken tot eigenlijke afsluiting van het Sloe zijn aangevangen den lln April en voltooid den 12n Juli 1871, en alzoo uitgevoerd in drie maanden tijds. De verdere voltooiing van den spoorwegdam is toen met kracht voortgezet, en al de werken waren voltooid op 21 December 1871.

De plaats der afdamming, ongeveer op het punt der tij kentering waar de uit het Veergat en de Westerschelde ïnstroomendé vloeden elkander ontmoeten, was bijzonder gunstig voor'de uitvoering. . „ , .... , .

In het eerste tijdperk der afdamming gaf de tij kentering, die van 1»/» tot 3>/i uur na laag water inviel, goede gelegenheid tot zinken, terwijl ook de kortere tijkentering bij ebbe van 2</, tot 3 uur na hoog water en de germgen stroomsnelheid welke daarop volgde, toelieten ballast op de gezonken stukken na te storten. In elk getijde kon dus een stuk worden gezonken en met steen bestort, terwijl gelijktijdig een ander werd gereed gemaakt.

Hoewel de snelheid der getijstroomen in het open Sloe gedurende het grootste gedeelte van het getijde niet groot was, heeft men gedurende de afdamming, naarmate zij in hoogte toenam, met groote snelheid van 3 tot 3.33 M. in de seconde en belangrijk verval en overstorting te kampen gehad, vooral tijdens het afwerken der afsluiting boven laag water. Toen de dam tot ongeveer half tij was voltooid, stortte de Sloestroom mei ongeveer 1 M. verval over den dam en het schuimend en bruisend water bracht den uitgestrekten waterplas oaai benoorden over 400 M. in beroering. De werken werden oau ook herhaaldelijk, beschadigd; steenen van 40 tot w • gewicht werden door den stroom van het pakwerk 8e^™la |n de Sloebodem werd nog op 20 M. ^iten de noordzijde van de onderzeesche bekleeding beduidend verdiept door oen feilen stroom, terwijl in het natte strand van den ^.^velandschen oever eene uitgebreide kom van 2 tot ó ïvi. mepte

WwSeÏUhedt' zakken van het rijswerk van den afsluitdam