is toegevoegd aan je favorieten.

De ingenieur jrg 14, 1899, no 41, 14-10-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

507

M 41.

dat zij tot stand komt. Het groote werk is het inbrengen van de hoorbuis, nadat een voorafgaand onderzoek van de bovenste aardlagen door den geoloog heeft uitgewezen, dat er kans op succes is. Als de boorplek bepaald is, is het eerste werk het maken van de schacht, waarna de opstelling van den toren volgt. Wordt met watercirculatie gewerkt, en is geen voldoende hoeveelheid water in de nabijheid, dan moet ook nog een zuiverbassin worden aangelegd, om het water na gebruik weer schoon in de pijpen te kunnen voeren. De watercirculatie heeft deze voordeelen, dat het boorgat telkens wordt schoongespoeld en dus op een zuiveren bodem wordt gewerkt; en daar de losgewerkte stof naar boven komt, kan steeds opnieuw de aard daarvan worden waargenomen en blijft men dus voortdurend beter op de hoogte. Wegens de daaraan verbonden voordeelen wordt de watercirculatie ook bij andere systemen toegepast. Het bezwaar, dat door het water de petroleumsporen zouden kunnen worden verdrongen, mag niet overwegend heeten. Bij het dieper gaan in den grond, wordt vooral van zeer veel belang de verbinding van de hoorbuizen, die zoodanig moet zijn, dat tengevolge van de watercirculatie de grond niet kan worden losgewerkt. Bij het werken in een harden laag is een zeer moeilijk ongeval, wanneer de boorbeitel afbreekt, hetgeen soms eenige dagen oponthoud kan geven.

Uit het aantal vragen, die werden gedaan en door den spreker beantwoord, bleek de belangstelling, waarmede deze voordracht was gevolgd en die dit onderwerp tegenwoordig wekt.

Spreker deed nog uitkomen hoeveel afhangt van de betrouwbaarheid van den boormeester, die op velerlei wijzen met opzet het resultaat kan doen verloren gaan. Het is dus raadzaam, dat Nederlandsche boormeesters worden gevormd, waartoe in Gallicië de gelegenheid wel te vinden zou zijn.

Als inleiding tot het bezoek aan de bierbrouwerij van de Heineken's Bierbrouwerij-Maatschappij aan de Stadhouderskade, gaf de heer

J. ü. van (rENDT ten slotte een viucnug maar auiaenjK overzicnt van de fabricage, hetgeen een welkome voorlichting was bij het bezichtigen van het inwendige der uitgebreide inrichting. In vier groepen verdeeld had deze bezichtiging onder veel belangstelling plaats, waarna in de bierhalle onder een proef van het te goeder naam bekende product, dank werd gebracht aan de geleiders. Daar het inmiddels vijf uur was geworden, deed dit late uur vele leden zich haasten om dit samenzijn te beëindigen.

Uit het verslag van den Raad van Toezicht op de Spoorwegdiensten over het jaar 1898.

(Vervolg van blz. 496.) Zeeland. Vlissingen— Middelburg. Roedekenskerke—'s-Gravenpolder—Goes—Katsche veer. Ellewoutsdijk—'s-Gravenpolder—Goes—Katsche veer.

Door den heer H. Nieveen te Lemmer werd aan den Minister een verzoek tot verleening van eene voorloopige concessie of van voorkeur voor concessieverlening tot 1 Januari 1899 gericht, voor het aanleggen van een tramweg met mechanische beweegkracht, tusschen het station te Vlissingen en Middelburg langs den Prins Hendrikweg en den Ouden Vlissingsehen weg. In handen van den Baad gesteld om bericht en raad, werd door den Minister overeenkomstig 's Raads advies aan adressant te kennen gegeven, dat de vergunning om gebruik te mogen maken van den weg van het havenstation te Vlissingen tot den Ouden Vlissingschen weg, door hem niet kon worden verleend, omdat deze weg in beheer en onderhoud is overgedragen aan de gemeente Vlissingen en dat voor het gebruik van den doorgang in den kanaaldijk en van de draaibrug over het kanaal door Walcheren te Middelburg, welke werken in beheer en onderhoud bij 's Rijkswaterstaat zijn, evenmui toestemming kon worden verleend, alvorens de noodige andere vergunningen verkregen en de noodige bescheiden overgelegd waren.

Eveneens door den heer N. Nieveen te Lemmer werd een verzoek gedaan om voorkeur voor een stoomtram-concessie Hoedekenskerke— 's-Gravenpolder—Goes—Katsche veer, in aansluiting met eene door hem ontworpen stoombootverbinding van Terneuzen met Hoedekenskerke. Door den Raad werd, nadat uit een ingesteld onderzoek de behoefte aan eene dergelijke verbinding niet was gebleken en dewijl de beweringen des verzoekers niet bewezen waren, aan den Minister in overweging gegeven aan adressant te berichten, dat aan zijne aanvrage, als zijnde onvolledig, niet kon worden voldaan, welk advies door den Minister werd gevolgd.

Door denzelfden adressant werd daarop eene concessie aangevraagd voor een stoomtramweg Ellewoutsdijk—'s-Gravenpolder—Goes—Katsche veer. Thans gaf de Raad den Minister in overweging den heer Nieveen mede te deelen, dat zijn verzoek niet in overweging kon worden genomen, alvorens was gebleken, dat de bedoelde tramlijn aansluiting beoogde bij eene in het leven te roepen stoombootverbinding met Zeeuwsch Vlaanderen, dat de noodige vergunningen verkregen en de vereischte bescheiden overgelegd waren.

Tholen— Stavenisse. Weder was het de heer H. Nieveen te Lemmer, die verzocht om concessie tot exploitatie van en gebruik van Rijkswegen voor

den aanleg van een stoomtramweg van Tholen naar Stavenisse, voor den aanleg van een haven te Stavenisse en voor den overgang van de Eendracht met dam of brug. Dit plan had ten doel eenerzijds aansluiting met Noord-Brabant, aan den stoomtramweg Tholen—Bergen-op-Zoom te verkrijgen, en anderzijds door stoombootveerdiensten het verkeer naar Zijpe, Zierikzee en Katsche veer te bevorderen. De Raad adviseerde echter op dit verzoek geene beschikking te nemen, alvorens bewijzen van levensvatbaarheid der onderneming, berekeningen van aanlegkosten en blijken van voldoening aan het Provinciale Reglement op de tramwegen in Zeeland waren overgelegd.

Hulst— Walsoorden.

De adviezen naar aanleiding van eene aanvrage van den heer van den Broeck te St.-Nicolaas (België) om een subsidie uit de schatkist voor een stoomtramweg Hulst—Walsoorden luidden gunstig, nadat was gebleken, dat de zaak bij de provincie en de betrokken gemeenten evenredigen steun vond. Aan adressant werd medegedeeld, dat de Minister aan h.et te verleenen renteloos voorschot van ^ der aanlegkosten als voorwaarden verbindt, dat de bouw zoude moeten geschieden naar ontwerpen en openbaar aan te besteden bestekken, door den Minister goed te keuren, dat het kapitaal zoude worden vastgesteld en vernieuwings- en reservefondsen zouden worden gevormd.

Noord-Brabant. Veghel—Eindhoven—Belgische grens.

Nadat een desbetreffend' adres van na te noemen maatschappij den Raad om advies in handen was gesteld, gaf deze den Minister in overweging aan (je Tramweg-Maatschappij ,,de Meijerij" te antwoorden, dat de termijn van 2 jaren binnen welken de stoomtramweg Veghel—Eindhoven—Belgische grens voltooid en in exploitatie moest gebracht zijn na dato der overeenkomst van 26 September 1896, verlengd werd met 10 maanden en vergunning werd verleend tot overgang van de ZuidWillemsvaart volgens de ingezonden plannen, onder de voorwaarden, aangegeven door den hoofdingenieur van 's Rijkswaterstaat in het 6de district.

St. Oedenrode—Oirschot—Moergestel—Tilburg - Gilze en Rijen—Dongen en Hilvarenbeek— Tilburg— O isterwijk—Moergestel. Rapport werd uitgebracht over onderscheidene aanvragen, welke ten doel hadden een net van stoomtramwegen voor Noord-Brabant tot stand te brengen.

levens elkander stonden verzoeken :

1°- van de heeren O. Tilman en R. J. Souman, respectievelijk presi¬

dent-commissaris en gedelegeerd commissaris der stoomtramwegmaatschappij ,,'s-Bosch—Helmond'' voor den aanleg van een stoomtramweg 's-Bosch—Oisterwijk—Tilburg—Hilvarenbeek ;

2°. van den Raad van Beheer der Belgische naamlooze vennootschap >Aicinaux Hollandais" voor gebruik van den Rijksweg Tilburg—Belgische grens voor een stoomtramweg Tilburg—Turnhout;

3°. van de Tramweg-Maatschappij „de Meijerij", gevestigd te Eindhoven, voor stoomtramwegen St.-Oedenrode—Best—Oirschot—Moergestel—Tilburg—Gilze en Rijen—Dongen en Hilvarenbeek—Tilburg— Oisterwijk—Moergestel, waarbij gebruik zou warden gemaakt van de Rijkswegen Tilburg—Enschot en Tilburg—Godrle en de Rijksweg Tilburg-—Breda zou worden gekruist.

Het bleek, dat de betrokken gemeentebesturen de plannen van ..de Meijerij" het gunstigst gezind waren, en ook volgens den Raad scheen, na onderzoek, het algemeen en het provinciaal belang het best door hel t°t stand komen van deze plannen gediend, terwijl de andere aanvragen weinig kans van slagen bleken te hebben.

De Raad gaf den Minister in overweging aan de verzoeken der Maatschappij „de Meijerij" de voorkeur te geven, zoowel wegens de gekozen riehtincr als wegens de verdere strekking, nadat 's Rijks Watersraat zoude zijn gehoord over de geschiktheid der door genoemde maatschappij bedoelde Rijkswegen voor den aanleg van stoomtramwegen, en vervolgens de bedoelde maatschappij de gevraagde vergunning te verleenen onder voorwaarde van inzending van definitieve plannen der te volgen richting, nadat met de betrokken gemeenten overeenstemming zoude zijn verkregen. Tevens stelde hij voor het antwoord op de beide andere aanvragen op te schorten, totdat de plannen van ,,de Meijerij" een vasten vorm zouden hebben aangenomen.

Tilburg— Waalwijk.

Gunstig werd geadviseerd ten aanzien van eene door den Minister van Justitie ter beoordeeling toegezonden aanvrage der StoomtramwegMaatschappij „Tilburg—Waalwijk", om hare statuten in dier voege te mogen wijzigen, dat de vennootschap niet alleen bevoegd zoude worden den tramweg Tilburg—Waalwijk, doch in het algemeen tramwegen m Noord-Brabant te exploiteeren.

Breda—Turnhout, Tilburg— Turnhout.

De om bericht en raad toegezonden adressen der heeren H. Slegers, D. Bos en F. van den Assem te Amsterdam, waarin concessie voor bovengemelde gastramwegen werd aangevraagd, gaven aanleiding te adviseeren den adressanten mede te deelen, dat hun verzoek met m overweging kon worden genomen, voordat de noodige plannen, bescheiden en voorstellen waren ingezonden.

Voor eene andere aanvrage om eene concessie Tilburg—Turnhout