is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur jrg 14, 1899, no 44, 04-11-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE INGENIEUR

535

Orgaan

14e Jaargang.

dek

1899.-1? 44.

VEREEN1G1NG VAN BURGERLIJKE INGENIEURS.

aafmlla^ Optffl Werken bi MmUi

Prijs per Jaargang:

Franco per post.

Voor Nederland: ...•■■ƒ 8.^

Voor het Buitenland «ut vooruitbetaling ..." 10.50 Voor leden der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs worden bovenstaande prijzen met ƒ %- verminderd. Men abonneert zich voor een jaargang. Over het bedrag der abonnementen in Nederland

wordt halfjaarlijks door de Administratie beschikt. Afzonderlijke nummers 20 cents. - Bewijsnummers

10 cents.

Yersciijnt el ten Zaterdag.

Abonnementen, «tukken en mededeellngen, boeken brochures enz. te richten aan de Redactie: Scheveningsche Veer no. 7. te's-Gravenhage.

Advertentiên uiterl«k Vrijdags 12 ure des voormiddags lntezenden aan de Directie en Administratie van dit Blad, Paveljoensgracht No..19, te 's-Gravenhag-

Hoofdvertegenwoordiger voor Nederland: C. W. BETCKE, Advert.-Bnrean, Botterdam.

»finnderliike Nummers worden, voor zoover de voor raad strekt, alléén aan Abonnés geleverd.

's-Gravenhage, 4 November.

prijs ier Admteitiêu:

Per regel * °»

Groote letters naar plaatsruimte.

Abonnementen volgens afzonderiyke overeenkomst.

Advertentiên van Aanbestedingen ƒ 0.16 per regel.

Idem b« 2e en 3e plaatsing ƒ 0.10 per regel.

B« abonnement op Advertentiên worden bewSsnum-

mers gratis toegezonden. Over het bedrag der Abonnementen op advertentiên

wordt driemaandelijks beschikt.

Verantwoordelijk Redacteur: J. van Heürn, Civ.-Ing., 's-Gravenhage.^

INHOUD.

„ . ^ v. ■„„„„ „„,„■ nnnieidinff van Hoofdstuk v van de Staatsbegrooting Eemge beschouwingen naar aanleid ng van nikkeistaai voor kook-

voor het ^^"l^-^^Yl.^^. - Staten-Generaal. - Weerkundige

buizen door A. F. **=?°$ri^n_ Binnen- en Buitenlandsche berichten. - Benoe-

^ngenmVDegrpi: e~nz* - Open? betrekkingen. - Gezochte betrekkingen.

Eenige beschouwingen naar aanleiding van Hoofdstuk V van de Staatsbegrooting voor het dienstjaar 1900.

^^■u 'i „„„ «cav inn-pnipnis hii elkander zitten en zii zijn

i» ci co, ^ . u„„: "

nog niet te oud om zien nog veei ia mtoou um.uus

IlOL> IllCü IC <JUU -~D

l\ uit hunnen studietijd en om nog belang te stenen

antwoordelijke betrekkingen te vervullen en om het geleerde te kunnen toetsen aan de eischen door de praktijk gesteld en een oordeel te kunnen vellen over de tekortkomingen in hunne studies dan gebeurt het vaak dat op dit onderwerp het gesprek gebracht wordt en dan is het slechts eene hooge zeldzaamheid indien niet volmondig erkend wordt door elk der aanzittenden, dat veel zeer veel leemten in hunne opleiding aan te toonen zijn.

Dat zulks niet te verwonderen is, behoeft geen betoog waaide wet op het M. O., regelende het onderwijs aan de Polytechnische School dateert van 1863 en de ingenieurswetenschappen in dat tijdsverloop op enorme wijze toegenomen zijn, zoodat net bespottelijk genoemd mag worden dat dit onderwijs door zulK een oude wet beheerscht wordt. Doch hierop is reeds herhaaldelijk de aandacht gevestigd en heeft met den Raad van Bestuur der Polytechnische School, onze Vereeniging zoowel als het Delftsch Studentencorps meer dan eens op deze onhoudbare toestand gewezen, doch steeds zonder succes, de wet op het M. O. sukkelt nog altijd elk jaar maar weer mede en «>qgevoi„ — al is een voortdurend hameren op hetzelfde aambeeld ook

om vele andere reaenen (zooais ue muuiuug ^ „~ de P S enz.) — noodzakelijk en ons aller plicht, zoo is het thans' niet noodig hier nog eens in den breede over uit te wijden, en moet dit slaan op dat aambeeld nu elders geschieden, wii behoeven de kolommen van ons orgaan daarvoor niet te gebruiken, daar wij allen voldoende van deze zaak op de hoogte

^Dit is dan ook niet het doel van dit ópstel, al is het evenmin ons voornemen iets nieuws mede te deelen Wij willen alleen er nog eens op wijzen aan de hand onzer Staatsbegrooting hoe weinig onze wetenschap, hoe weinig de nijverheid de handel, de landbouw en de scheepvaart in ons land feitelijk geteld worden en de oogen van allen verblind worden door dat hooge Hooger Onderwijs, dat alleen hoog schijnt te wezen, omdat het zoo nauw met een paar doode talen (nog al een conservatief standpunt dus) in verband staat. ;

Het begrip dat juristen op-ende-op thuis in het Romemsch recht — predikanten, pastoors en rabbijnen, die elkander haarlijn , '._ .tL* XJrLa t£* k« kot iiiiste eind hebben,—

Kunnen aanwenen ua.1, iij UCk m« uij j

leeraren aan H. B. S., Gymnasia en andere inrichtingen die professorale colleges aan de'jongens die hen toe moeten hooren kunnen geven over literatuur, wiskunde, geschiedenis, talen enz dat niet al déze menschen een land groot, machtig en rijk maken doch dat zulks afhangt van de nijverheid, van den handel de scheepvaart en den landbouw (waaronder ook veeteelt gerekend mag worden) schijnt in ons land nog niet voldoende doorgedrongen te zijn.

Deze vier hoofdvoorwaarden voor de welvaart van een land, zijn voor een deel afhankelijk van de hulpbronnen van het land zelve, doch voor een nog grooter deel van de bekwaamheid en de enersie van hen die er bij betrokken zijn.

Kundige technici, energieke kooplieden, stoute zeevaarders, flinke landbouwers maken een land groot, welvarend en rijk. Brengen een land vooruit, zijn de voorlichters der beschaving, de dragers van den voorspoed. .

Geen wonder dat aan de opleiding dezer heden in alle beschaafde landen, behalve ons land, veel kosten en moeiten ten grondslag gelegd worden. ';•

In ons land echter is zulks anders, bij ons wordt alles verduisterd door het licht der hoogere wetenschappen (en exacte wetenschappen schijnen daartoe niet direct te behooren), de rest zinkt in de duisternis weg waarin het behoort.

Immers; . ,. tt •

Wii hebben in ons land voor elk milhoen inwoners een Universiteit, zooals bekend is, t. w. drie Rijks-U niversiteiten, een '. ti..: u„;* xAv, kïTrtnHpi'fl Universiteit die dooi

<jreuieenie-umveisii;Gii, en coii «/luw- - .

particulier initiatief in stand gehouden wordt, tiet militair onderwijs buiten beschouwing latende en ook het «kunstonderwijs» (dat ook maar zóó zóó bedeeld wordt door den Staat) genoemd onder af deeling VII van het «ontwerp wet».

Voorts treffen wij voor onze 5 millioen inwoners aan in het belang van hun Handel, hunne Nijverheid, hun Scheepsvaart en hun Landbouw:

a. Eén Rijks Polytechnische School.

6. Eén Rijks Landbouwschool.

c Geen Rijks Handelsscholen.

d. Geen Rijks Zeevaartscholen.

e. Geen Rijks Machinistenscholen.

f. Geen Rijks Ambachtsscholen.

g. Geen Rijks Schippersscholen.

Aan enkele scholen onder sub d en f genoemd zoowel als sommige andere scholen als Industriescholen voor meisjes, welke door particulier of gemeentelijk initiatief in het leven geroepen werden worden echter door het Rijk subsidies verleend.

De verwachting zal door hem die onbekend is met onze vaderlandsche toestanden en die zoo hij bovenstaande vernam, toch reeds zijn handen van verbazing in elkaar zoude slaan, gekoesterd worden, dat waar onze Universiteiten, dank a« gelden die er voor besteed worden, zich in zulk eene goeae reputatie mogen verheugen, geen kosten gespaard zullen wra» aan de éénige Polytechnische School die bestaat en aarl m eenige Rijks Landbouwschool in den lande en deze beul , scno len daarom modelinrichtingen van onderwijs genoemd mo0en

worden.

DE Vereealsiag van Buiïerlijfce immm stelt ziel 1» mm Heele YerantwoorieliB m-.H dea»laeii m de onlerscüeliene Uitten ntmmil ol toekent.