is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur jrg 14, 1899, no 45, 11-11-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE INGENIEUR.

Orgaan ™

14e Jaargang. DEB 1899' ~ ^ ' VEREENIGING VAN BURGERLIJKE INGENIEURS.

547

1899. - Jfe 45.

VEREENIGING VAN BURGERLIJKE INGENIEURS.

Prils Der Jaargang: Verschijnt elïen Zaterdag. prijs ier idvertentiên:

Franco per post. Abonnementen, stukken en meaedeelingen, boeken Per regel f 0fS>

Voor Nederland; f8.— brochllregi enz, te richten aan de Redactie: Scheve- Qr00te letters naar plaatsruimte.

Voor het Buitenland met vooruitbetaling . . ■ -10.50 "ngschejeer J^^v™"^ ure des voormiddag» Abonnementen volgens afzonderlijke overeenkomst.

Voor leden der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs intezenden aan de Directie en Administratie van dit Advertentién van Aanbestedingen ƒ 0.15 per regel.

worden bovenstaande prijzen met / 2.- verminderd. Blad PaveUoe^ Mem n 2e en 3e plaatsing f 0.10 per regel.

Men abonneert zich voor een jaargang. Advert.-Bureau, Botterdam. Bij abonnement op Advertentlen worden bewusnum-

Over het bedrag der abonnementen in Nederland Afzonderlijke Nummers worden, voor zoover de voor- mers gratis toegezonden.

wordt halfjaarlijks door de Administratie beschikt. raadjtrekl, alléén aan AbonnéS geleverd. 0Ter net bedrag der Abonnementen op advertentiên

Afzonderlijke nummers 20 cents. - Bewijsnummers _ 's-GraVenhaDB II November. wordt driemaandelijks beschikt.

10 cents. lJ ' —

Verantwoordelijk Redacteur: J. van Heurn, Civ.-Ing., VGravenhage^

INHOUD.

Het korps ingenieurs van den Rijkswaterstaat. - Eenige beschouwingen naar aanleiding van Hoofdstuk V van de Staatsbegroting voor het dienstjaar 1900, II, (vervolg van bladz. 537). - Cobnelis Lelt. - Vergadering van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs, Vakafdeeling voor spoorwegbouw en spoorwegexploitatie. — Uit het Verslag van den Raad van Toezicht op de Spoorwegdiensten over 1898 (slot, vervolg van bladz. 531). - Staten-Generaal. - Statistieke mededeeliugen: Opbrengst en vervoer van spoor- en tramwegen over Augustus 1899. - Weerkundige waarnemingen. Rivierberiehten. - Binnen- en Buitenlandsche berichten. - Benoemingen, Verpl. enz. - Open betrekkingen. — Gezochte betrekkingen.

Het korps van den Rijks-Waterstaat.

en 1893 werd op art. 5 van Hoofdstuk IX der btaats-

begrootmg voor i»y4, op voorstel van ueu mnii»ocj. van Waterstaat, eene som van f 1934.— gebracht, d te onenen. bii gebleken ge-

Waterstaat, die 20 dienst-

Buniü-uiiciu, u.^ m&vu»vu.u ■ — --— ' „ ,

jaren tellen, tot ingenieur le klasse, en hen, die 12 dienstjaren tellen, tot ingenieur 2e klasse te kunnen bevorderen.

Als toelichting voor dezen maatregel werd medegedeeld, dat de groote onregelmatigheid in de aanvulling van het korps tot groote onbillijkheid leidde. Bij het nagaan der bevorderingen gedurende eene halve eeuw was bevonden, dat deze plaats hadden tot den rang van :

Ineenieur 3e klasse na 1 jaar tot 6^2 jaar dienst.

Hoofdingenieur 2e „ „ 21 „ „ „ „

le „ » 28 „ „ 39 „ _ „

Degenen, die, hetzij omdat zij daartoe niet geschikt geacht werden, hetzij op verzoek, niet tot hoogere rangen bevorderd werden, zijn hier niet in aanmerking genomen. (1)

Door gemelden maatregel is werkelijk eenige ongelijkheid weggenomen, doch terwijl hij slechts weinig heeft gebaat, is de algemeene toestand sedert 1894 nog veel ongunstiger geworden. .

De ingenieurs, die voordeel hebben gehad van den m 1894 genomen maatregel zijn : (2)

itwee die bevorderd zouden zijn met 1 Maart 1895 en bevorderd zijn met 1 Jan. 1895. een, die bevorderd zoude zijn met 1 Aug. 1895 en bevorderd zijn met 1 Jan. 1895. een die bevorderd zoude zijn met 1 Oct. 1896 en bevorderd zijn met 1 Juli 1896. een, die bevorderd zoude zijn met 1 Nov. 1898 en •-1 bevorderd zijn met 1 Juli 1896.

(W Hetzelfde is in alle opgaven hieronder het geval. (2) Behalve twee, die met ingang van 15 dezer tot ingenieur 1ste klasse benoemd zijn.

dieen, die bevorderd zoude zijn met 1 Nov. 1894 en ») bevorderd zijn met 1 April 1894.

U een, die bevorderd zoude zijn met 1 Maart 1895 en bevorderd zijn met 1 April 1894.

Een ingenieur le klasse is er zelfs, die bevorderd zoude zijn met 1 November 1894, doch die werkelijk bevorderd is met 1 Januari 1895, hoewel zijn diensttijd reeds 15 October van te voren 20 jaren bedroeg: eene wet uit het begin der eeuw, die bepaalde dat bezoldigingen niet met den datum van ingang der benoeming, maar met het nieuwe kwartaal ingaan, werd hier toegepast.

. Is dus de goed bedoelde verbetering van 1894 tot nog toe van weinig nut geweest, zij is bovendien van zeer partieelen aard. Tot 1894 was, zooals uit bovenstaand staatje is te zien, het maximum dienstjaren, na welke men tot hoofdingenieur 2e klasse werd bevorderd, 26, thans is dit reeds gestegen tot 29V2 terwijl er reeds 7 ingenieurs l6 klasse zijn met meer

dan 25 dienstjaren.

Verder is het aantal dienstjaren van den oudsten adspirant-ingenieur thans bijna 5. Deze toestand zal, ook m verband met den leeftijd der ambtenaren m hoogere rangen, nog iaren zoo voortduren en dus verergeren, wanneer er niet, gelijk dat elders geschiedt, maatregelen tot verbetering genomen worden.

De beste wijze om duidelijk te maken, hoe slecht het korps der Nederlandsche Waterstaat-ingenieurs bedeeld is, is wel eene vergelijking met het Belgische.

De Belgische waterstaat heet, wel is waar, _ evenals de Fransche ponts et chaussées, maar zijn werkking is volkomen van denzelfden aard als die van den Nederlandschen ; van 1816 tot 1830 maakten zij trouwens te zamen één korps uit, en ook in België heeft men in elke provincie een afzonderlijken provincialen waterstaat.

Hieronder volgt bedoelde vergelijking wat betreft het aantal ingenieurs in de verschillende rangen voor de jaren 1860 en 1899.

Voor 1860 is deze lijst voor België ontnomen uit de Annales des Travaux publics, 16e deel, blz. 80 en vlgg., voor 1899 uit den Annuaire de l'administration des ponts et chaussées pour

1899, blz. 26 en vlgg. Voor iNederianct zijn ae gegeven» van den Staatsalmanak gebruikt.

Wij hebben het jaar 1860 voor de vergelijking gekozen, omdat toen nog met geen enkel van de groote werken Noordzee-kanaal, Rotterdamschen Waterweg, Nieuwe Maasmond, kanalen door Walcheren en Zuid-Beveland was aangevangen, terwijl toen de verbetering der groote rivieren alleen voor zoover de Nieuwe Merwede betreft op eenigszins ruime scnaai in uitvoering was, en terwijl thans die werken eene zoo groote werkkracht van de Nederlandsche Waterstaatsingenieurs vorderen.

De Vereeniging Tan Bnrgerlilke ingenienrs sielt zien in geeoen deele verantwoorden» Toor de denkbeelden in de onderscheidene niidragen ontwiïleld ol toegelicht,