is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur jrg 14, 1899, no 49, 09-12-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

607

M 40.

Het bezwaar van den heer Schroeder van der Kolk was daarmede niet opgeheven. Het door den Voorzitter omschreven doel ware te bereiken geweest door voor de Vereeniging het recht te reserveeren om een medewerker aan te wijzen, die speciaal zou zorgen voor het economische element in het weekblad. De invloed der Vereeniging kwam spreker nu veel te groot voor.

De heer van Ameijden van Duijm wees, ook in antwoord op den vorigen spreker, op art. 9 § 2, 2e al. De vertegenwoordiging der Vereeniging in de Commissie van Redactie is mede aldus op te vatten, dat ingeval de uitgave van het Weekblad weder door de Vereeniging zou worden overgenomen, men zal staan voor eene zaak, die men kent, ook in hare geschiedenis sedert de loslating.

De heer Déking Dura voegde hierbij, dat van den aanvang der onderhandelingen af op den voorgrond heeft gestaan «JJe Ingenieur» uit te geven voor gezamenlijke rekening. Dat denkbeeld is echter, voor het finantieele gedeelte, onmogelijk gebleken uit te voeren, en nu is alleen het andere gedeelte daarvan gehandhaafd. . , ,

Op de vraag van den heer Schroeder van der kolk, ot de som die de Vereeniging van het Instituut zal ontvangen dan bestemd blijft voor het geval, dat het Instituut eens met langer de uitgave zou kunnen volhouden, luidde het antwoord van den Voorzitter, dat dat rechtstreeksche verband met bestaat. De vrager lichtte zijne vraag nog toe met er op te wijzen, dat men 't voor het Instituut nu niet bepaald gemakkelijker heett gemaakt om de uitgave vol te houden door zoo'n groote som aan de .kas te onttrekken. Maar de Voorzitter achtte de vraag ontijdig. Het Bestuur had over dat punt nog niet van gedachten gewisseld en zou een eventueel voorstel van één der leden om over de gelden te beschikken, met genoegen tegemoet zien. De overeenkomst wordt daarop bij acclamatie goedgekeurd. Het gevolg daarvan is allereerst het eervol ontslag van den redacteur en de medewerkers, dat door het Bestuur zal worden verleend. Maar in de vergadering wenschte de Voorzitter toch een woord van hulde en dank te brengen aan de opeenvolgende redacteuren, de heeren Stieltjes en van Heurn, voor hunne goede zorgen aan het blad gewijd.

De vergadering gaf daarmede hare levendige instemming te kennen. . .

Een tweede gevolg is de aftreding van de Commissie van Redactie, aan wier leden, in het bijzonder aan den heer J. M. Telders, eveneens dank werd gebracht voor hunne bemoeiingen.

Volgens de aangenomen overeenkomst moet door de Vereenigma- een lid in "de nieuwe Commissie van Redactie worden benoemd. Hieromtrent werd besloten het Bestuur te machtigen die benoeming te doen.

Bij de mededeelingen van het Bestuur werd voorlezing gedaan van een schrijven van den bond van waterbouwkundige ambtenaren in Zeeland, waarbij advies werd gevraagd omtrent de wijze waarop het middelbaar technisch onderwijs in Nederland verbeterd zou kunnen worden.

Het Bestuur heett dit schrijven beantwoord en daarbij als zijn bevoelen meegedeeld, dat het onderzoek naar de middelen tot verbetering, zich ook uitstrekkende tot het buitenland, behoort te worden gedaan door den Bond, maar dat de Vereeniging bereid zou worden gevonden daarna pogingen om tot verbetering te geraken te steunen. _

De Voorzitter deelde verder mede, dat was ingekomen het rapport der Hygiënische Commissie met een begeleidend schrijven.

De Voorzitter deelde mede, dat het rapport zou worden gedrukt en in eene tweede buitengewone algemeene vergadering, over ongeveer twee maanden te houden, aan de orde zou worden gesteld. Het bezwaar van den heer Symons tegen dien termijn, waarbinnen misschien reeds het afdeelingsonderzoek van het wetsontwerp in de tweede kamer kon{zijn gehouden of aangevangen, scheen niet gegrond.

Het Bestuur had reeds besloten, overeenkomstig den wensen van den heer Symons dat alle leden van de Commissie zouden worden uitgenoodigd op de te verwachten vergadering tegenwoordig te zijn. . ,

Onder deze discussie kwam ook ter sprake het incident dat het Bestuur den heer Symons er een verwijt van had gemaakt, dat deze de behandeling van het onderwerp in eene vergadering van het Instituut had doen aankondigen, nog vóór dat het rapport der hygiënische commissie bij het Bestuur was ingediend. De heer Symons verdedigde zich tegen dat verwijt, wijzende op één ot twee zijner medeleden in de Commissie, die elders eveneens hadden gedaan; hij behield zich ook dat recht ten volle voor, en bovendien, de behandeling der zaak in het Instituut zou uit¬

sluitend wezen van uit een ingenieursoogpunt, hetgeen natuurlijk niet is de eenige grondslag van het rapport.

Het Bestuur bleef zijn zienswijze handhaven.

Ten slotte was aan de orde de voordracht van den heer S. J. Vermaes Jr., over de mijnindustrie op Celebes.

In eene heldere zeer onderhoudende beschrijving van terrein en andere omstandigheden, deed spreker alle aandacht vallen op het feit, dat deze industrie, nog in haar eerste stadium is, en men dus nog geen beslist oordeel mag uitspreken, doch wel schenen enkele solied opgezette ondernemingen eene toekomst te hebben.

Een grooten steun heeft men daarbij in de volledige terreinkennis van het binnenland bij de inboorlingen, mits men zich hoede voor hun optimisme in zake den goudrijkdom van den bodem.

Voor den technischen inhoud der voordracht wordt verwezen naar het uitvoerig verslag der handelingen van de vergadering, waarin zij in haar geheel zal worden opgenomen.

Hetzelfde geldt voor de discussie, waarvan hier alleen in het kort zij vermeld, dat de heer van Bosse spreker de vraag stelde, of de opleiding voor mijnbouw-ingenieur te Delft wel de juiste was en of zij wel gaf wat zij geven moest.

De heer Vermaes achtte dat onderwijs, in vergelijking met dat in 't buitenland, niet slecht en wat betreft o. a. de voor den mijnbouw-ingenieur onnoodig uitgebreide behandeling der hoogere wiskunde, wees hij er op, dat datzelfde bezwaar ook gold voor de andere ingenieurs.

Daarbij sprak de heer van Dijk nog als zijne meening uit, dat ook de studie der geologie, zooals dat vak tegenwoordig onderwezen wordt, aan den mijnbouw-ingenieur onnoodig zware eischen stelt.

De Voorzitter zegt den inleider dank voor de keurige behandeling van het actueel onderwerp, waarna de vergadering wordt gesloten.

BEOORDEELING EN AANKONDIGING VAN TECHNISCHE WERKEN.

De aandacht wordt gevestigd op twee onlangs verschenen Duitsche werken.

Het eerste, uitgegeven door het Verein Deutscher lngemeure, is een verzameling van opstellen, die van 1886 tot 1896 verschenen in het ((Tijdschrift der Civil-Ingenieurs».

De titel van het boek is: Th. Beck, «Beitrage zur Geschichte des Maschinenbaues».

Het Verein ging over tot de uitgave op aanraden van Frot. A. Riedler, hoogleeraar aan de Technische Hochschule te

^Het" tweede werk van Prof. A. Riedler is getiteld: ««chnellbetrieb, Erhöhung der Geschwindigkeitund Wirtschafthchkeit der Maschinenbetriebe», en bevat door Prof. R. (en anderen) in de laatste 10 jaren ontworpen en uitgevoerde machines.

Wat inhoud betreft vormt het een volledige tegenstelling met het eerstgenoemde. > .

Bij gelegenheid van de feestviering voor het honderdjarig bestaan der genoemde Hochschule, gaf Prof. R. het werk ten geschenke aan het Verein, zoodat de geheele opbrengst de Hilfskasse van het Verein ten goede komt. Prof. R. neemt zelfs de kosten van verpakking en verzending voor zijn rekening.

Beide werken zijn met zeer veel zorg uitgevoerd.

20 Nov. '99. F- J- Vaes-

In de Nomographie van Maurice d'Ocagne komt slechts een enkele rekenplaat voor uit de praktijk van den werktuigkundigingenieur. Deze leemte zal ongetwijfeld in verloop van tijd worden aangevuld, wegens de groote tijdsbesparing, welke de rekenplaat geeft tegenover berekeningen.

Een begin is thans gemaakt door A. S. Oesterreicher, die in het «Zeitschrift des Vereins Deutscher lngemeure» van l» Nov '99 in een opstel: ((Logarithmisch-Zeichnerisches Verfam en zur'Bestimmung der Arbeit und des Gütegrades der Dampimaschinen», twee rekenplaten geeft voor de formules:

7 41 J9n

AL* = APi v, (8.41 - -£ «).

en

, h 1 _-(&-l)_f pg\