is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur jrg 14, 1899, no 49, 09-12-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M 4».

608

De opmerking moet gemaakt worden, dat de tweede rekenplaat een vereenvoudiging toelaat. Want eenzelfde bundel kromme lijnen is tweemaal geteekend, en dit kan men vermijden door het aanbrengen van een enkele schaalverdeeling naast de bestaande.

Gemakkelijk kan elk der rekenplaten vervangen worden dooreen rekenliniaal, waarvan de vervaardiging zoowel als het gebruik eenvoudiger zijn dan die van de rekenplaten.

20 Nov. '99. F. i. Vaes.

Uit het jaarverslag der Vereeniging van voorstanders eener Nederlandsche Octrooi-wet.

Gedurende het jaar 1898—'99 is de Vereeniging betrekkelijk werkeloos moeten blijven, omdat de gelegenheid tot het aanbinden van den strijd voor het goede beginsel, door haar voorgestaan, niet is geboden, omdat weder geen Ontwerpwet werd ingediend, tot steuning en verdediging waarvan zij elk oogenblik bereid is met kracht van argumenten op te treden.

Moge ook al, nu de strijd steeds wordt verschoven, het getal der -verdedigers verminderen — helaas de dood waart ook in de gelederen dezer Vereeniging — toch hlijft de overtuiging bij de leden vaster dan ooit bestaan, dat Nederland eerlang zal moeten ophouden het land der vrijbuiterij op industrieel gebied te zijn.

Dat heeft ook weder het besluit bewezen, genomen in de vergadering van 29 Oct. 1898, waarbij de H. H. Doijer, Westerouen van Meeteren en Blooker in commissie uitgenoodigd werden, bijgestaan dóór rechtsgeleerde hulp, het oude Regeeringsontwerp Lely te toetsen aan de behoeften van den tegenwoordigen tijd en aan de beginselen der beste buitenlandsche wetten en zoo noodig eene formuleering van de Wette maken, die het best aan de bedoeling der Vereeniging beantwoordt.

Die leden aanvaardden deze taak en waren zoo gelukkig zich de hulp te verzekeren van Mr. A. J. Cnoop Koopmans, Advocaat te Amsterdam.

Het resultaat van hun arbeid zal binnenkort worden overgelegd in een herzien Ontwerp van wet met uitvoerige toelichting, ter bespreking waarvan de leden alsdan zullen worden samengeroepen.

Het Bestuur vleit zich met de hoop, dat aller belangstelling een nieuwen prikkel zal ontvangen en dat het vraagstuk der Octrooi-wetgeving opnieuw in breeden kring de aandacht op zich zal vestigen. Het wekt de leden hierbij op met zooveel te grooteren ijver de taak der Vereeniging ter hand te nemen, nu haar de groote steun ontvallen is, die de persoon van den diep betreurden, in het afgeloopen jaar overleden Voorzitter haar verstrekte.

Een warm woord van oprechte waardeering wijdt het Bestuur aan den steeds vaardigen, kloeken en werkzamen man, die kan gezegd worden de Vereeniging in het leven te hebben geroepen, die, als Voorzitter van de oprichting af, bezieling schonk aan hare beginselen, die steeds met frisscben moed en de hem eigen talentvolle wijze nieuwe gezichtspunten wist aan te geven, nieuw leven te geven aan de debatten. Hij, de altijd gereede strijder, wist dertig jaren lang de aandacht te vestigen op de wonde plek in onze wetgeving, de genezing waarvan de Vereeniging zich ten doel stelt; hij wist rondom zich zooveel belangstelling te wekken, dat de Wetgevende Macht, daarin alleen door een ministerieele crisis gestoord, op het punt geweest is zijne vurige wenschen ten opzichte van het Octrooi-vraagstuk te bevredigen.

»Moge zijne ongeëvenaarde volharding, zegt het Bestuur, voor onze Vereeniging een voorbeeld zijn om, zij 't helaas zonder zijne zoo hoog geschatte hulp, het gestelde doel te bereiken; moge juist nu de drang zooveel te dieper gevoeld worden tot stand te brengen, wat hem niet was gegeven — moge het dus de Vereeniging gelukken te verwezenlijken wat uw vertegenwoordiger aan het graf van den ontslapen Voorzitter uitsprak, toen hij zeide : «wanneer eenmaal een Wet op de Octrooien het Staatsblad zal bereiken, zal daarmede een eerezuil te meer zijn opgericht voor Adrien Huet."

Voorts brengt het Bestuur een woord van dank aan Mevr. de Wed. Huet, die met groote zorg de nagelaten papieren en geschriften, betrekking hebbende op de Vereeniging en op het Octrooi-vraagstuk, bijeenverzamelde en den Secretaris ter hand stelde.

Ten slotte herinnert het nog, dat, overeenkomstig het besluit in de vorige ledenvergadering gevallen, de Vereeniging is toegetreden als lid tot den sBerner Conventiebond" en tot de «Internationale Vereinigung für Gewerblichen Rechtsschutz", welker belangrijke jaarverslagen het Archief, berustende bij den Secretaris, dus voortaan ter beschikking der leden kan stellen.

Na I Januari 1893 worden de opgaven der waterwaarnemingen aan de peilschalen langs de rivieren voorkomende in de Staatscourant herleid tot het Amsterdamsche peil volgens de UITKOMSTEN DER NAUWKEURIGHEIDSWATERPASSINGEN en de waterpassingen van den Algemeenen dienst van den Waterstaat.

Het Amsterdamsche peil wordt voor de hoogten, die dienovereenkomstig zijn bepaald, aangegeven door N AP. en de waterhoogten worden dus voortaan in meters volgens N.A.P. uitgedrukt.

De waterhoogten, betrekkelijk de nul der oude schaal blijven natuurlijk onveranderd.

Weerkundige waarnemingen te de Bildt, 8 uur voormiddag.

Barometer- I " ™^0M' T^pera- Neer8lag

18°.°. stand in Wind- naar tuur, graden in

18»». standm lichting, Ignto* Celsius.

24 Nov. 767.4 W.Z.W. 2 + 7-7

25 » 768.5 W.N.W. 2 9.7 1

26 » 773.2 W. 2 9.5 3

27 » 769.5 W. 2 7.9 —

28 » 772.8 W. 2 10.3 1

29 » 773.4 W.Z.W. 2 5.9 —

30 » 772.7 Z.W. 1 6.2 —

1 Dec. 766.5 Z.W. 3 4.3 —

2 » 765.2 N.W. 3 6,5 3

3 » 773.5 N. 1 5.1 1

4 » 769.6 W.Z.W. 4 4.7 —

5 » 764.4 N. 1 6.7 5

6 » 763.2 Z. 1 4.5 3

7 » 757.2 Z.O. 5 3.3 22

Rivierberichten.

Waterhoogten, in Meters + N.A.P. 8 uur voormiddag.

Keulen. „.. . Wester- Maas-

1899 1 nnr Lobitli. hl™ v00rt- tricht- Venlo. Grave.

vm. gen- hem- (reg. pl.) (brug)

25 Nov. 36.84 9.26 7.01 7.50 7.94 41.45 8.90 5.11

26 » 36.80 9.21 6.99 7.46 7.91 41.44 8.87 5.05

27 » 36.74 9.17 6.96 7.42 7.88 41.42 8.83 5.01

28 » 36.71 9.14 6.93 7.40 7.86 41.43 8.81 5.00

29 » 36.68 9.12 6.90 7.38 7.86 41.39 8.84 4.98

30 » 36.66 9.10 6.88 7.36 7.82 41.49 8.73 4.96

1 Dec. 36.66 9.06 6.86 7.34 7.79 41.38 8.95 4.94

2 „ 36.64 9.04 6.83 7.31 7.77 41.35 8.76 5.04

3 » 36.62 9.01 6.81 7.29 7.75 41.41 8.70 4.94

4 » 36.59 8.99 6.79 7.28 7.74 41.41 8.77 4.88

5 » 36.59 8.98 6.78 7.26 7.73 41.41 8.78 4.93

6 » 36.59 8.96 6.78 7.25 7.71 41.51 8.82 4.95

7 » 36.64 9.00 6.80 7.28 7.75 42.23 9.14 5.04

8 » 36.72 9.06 6.85 7.31 — 42.98 10.45 5.47

Maandelijkse!! Overzicht van het Weder,

medegedeeld door het Kon. Nederl. Meteorologisch Instituut.

NOVEMBER 1899. Normaal. Waargenomen.

Gemidd. barometerstand 759.5 mM. 765.0 mM.

Hoogste » den 17<ien . . . 774.0 » 777.4 »

Laagste » » 8sten . . . 739.2 » 748.3 »

Gemidd. temperatuur 5.°2 Cs. 9.°5 Cs.

Hoogste » den 54™ ... 11.°2 » 19.°3 »

Laagste » » löien . . . —3.°9 » —1.°6 »

Gemidd. betrekk. vochtigheid 88.5 °/0 87. °/0

Hoeveelheid verdampt water 18.6 mM. 30.8 mM.

» gevallen » 61.1 » 32.8 »

Aantal dagen met neerslag 19.0 21

» » » » van 0.5 mM.

of meer 13.9 11

Gemiddelde bewolking 6.3 7.3

Aantal bewolkte dagen 7.9 16

» heldere » 2.0

De maand begon met fraai weder, terwijl boven Midden-Europa een gebied van hooge drukking zetelde, maar dat zich spoedig Z.O.waarts verwijderde. Hierdoor ontstond een toestand, waarbij boven het Z.O. van Europa de hoogere, boven het N.W. de lagere barometerstanden werden aangetroffen. Eene Z.W.-lijke, dikwijls vrij krachtige wind was hiervan het gevolg. Op 8 Nov. verscheen ten N.W. van Schotland een duidelijke depressie, die zich O.-waarts voortbewoog en op 11 Nov. door een tweede gevolgd werd, welke beide hier te lande buiig weder, waarbij dikwijls onweder voorkwam, veroorzaakten. Doch reeds op 12 Nov. had zich weder boven de golf van Biscaye een gebied van hooge drukking ontwikkeld, hetwelk zich over MiddenEuropa uitbreidde. Hoewel het telkens van beteekenis en plaats veranderde, bleef het tot het einde der maand bestaan, en daardoor was het weder bij zwakken wind veelal somber en mistig. Alleen op 24 Nov. wakkerde de wind iets aan tengevolge van een belangrijk minimum boven het midden van Noorwegen.