is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 6, 1891, no 8

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

76

hooging van hoofdstuk IX voor 1890, de voor 1891 aangevraagde som met f 300.000 verminderd.

Vaarwater buiten den afsluitdyk bij Scheüingwoude. De werken ter verbetering van het vaarwater buiten den afsluitdijk bij Schellingwoude, waarvan in vorige jaargangen van dit weekblad eene beschrijving werd gegeven, vorderen goed.

Omtrent den stand van het werk wordt in de Memorie van Antwoord medegedeeld :

„Het vereischte zandprofiel is aanwezig over eene lengte van 860 M. uit den voet van den afsluitdijk: van daar tot 1037 M. uit dien dijk is de zandplemping gevorderd tot 1M. -|- A.P., en tot 1450 M. uit den dijk tot 0.90 M. ~ A.P.

„Het in rust zijnde gedeelte van den dam is over 112 M. geheel voltooid en met steen bezet, over 158 M. met kleibekleeding aan profiel gebracht en over 230 M. gedeeltelijk met klei bedekt.

Stoomgemaal te Schellingwoude. Door den heer Rutgers van Rozenburg werd in de zitting van 23 December opgekomen voor de belangen der waterschappen, die loozen op het Noordzeekanaal.

De houw van het bestaande stoomgemaal te Schellingwoude is indertijd het uitvloeisel geweest der volgens de concessie op de Amsterdamsche kanaalmaatschappij rustende verplichting om te voorzien in de bemaling van bet Noordzeekanaal in tijden van stremming van.de natuurlijke loozing.

De bepaling van het vereischt aantal paardenkrachten voor dat stoomtuig is geen gemakkelijke zaak geweest. Al spoedig bleek dat het stoomvermogen van 225 pk. niet toereikend was, en verklaarde de Kanaalmaatschappij zich bereid over te gaan tot den bouw van een suppletoir stoomgemaal van ongeveer gelijke kracht, waarvoor zij vijf ton beschikbaar stelde.

Door de aarzeling der Regeering om eene beslissing te nemen aangaande het juiste aantal paardenkrachten was echter in 1882 — toen het kanaal overging aan den Staat — aan dit voornemen nog geen gevolg gegeven. Met die overdracht kwam de verplichting betreffende de loozing aan den Staat, en eerst thans — na acht jaren — zal daaraan worden voldaan door den bouw van een stoomgemaal van 300 pk.

Dit aantal achtte de heer Rutgers te gering.

In 1877 keurde de tegenwoordige inspecteur Conrad, zelfs bij een verhoogd kanaalpeil (van 0.50 -f- A.P. tot 0.30 -7- A.P.) een vermogen noodig van 690 pk., welk aantal in 1882 ook door de toenmalige Regeering niet te groot werd geacht.

De schatting der ingenieurs van de kanaalmaatschappij bedroeg 450 Pk. en de Staatscommissie van 1872 — al kan niet worden ontkend dat deze op partijdig standpunt stond — kwam tot het enorme aantal van 1800 Pk.

En zelfs de Minister schijnt een vermogen van 300 Pk. half werk te achten, omdat hij aanneemt dat ook na het in werking brengen van zoodanig gemaal, nog standen van 0,20 M. — AP., d. i. 0,30 M. hooger dan het normaal peil, zullen voorkomen.

Op grond dezer meeningen verzocht de heer Rutgers dat met de afbraak van het bestaande stoomgemaal niet zou worden aangevangen voor dat overtuigend was gebleken of door het nieuwe gemaal op voldoende wijze in de loozing kan worden voorzien.

Het antwoord van den Minister was geruststellend. Al kon naar zijne meeniug van eene verplichting tot behoud van het peil moeilijk sprake zijn, toch wenschte ook hij het bestaande gemaal in stand te houden tot na het openen der nieuwe sluis te IJmuiden. Ook daardoor zal groote verbetering ontstaan in den waterafvoer van het Noordzeekanaal, en eerst daarna- zal met voldoende zekerheid de zaak beoordeeld kunnen worden.

[Wordt vervolgd.) P. H.

Weerkundige waarnemingen te Utrecht, 8 uur voormiddag.

Barometer- w- , Windkracht, Tempera- Gevallen

DATUM. I stand in JmS£1„ volgens de tuur, graden I regen in

mM. nurang. 10(J gch Celsius j mM.

13 Pebr. 1891. 770.1 W.Z.W. 110

14 „ „ 780.6 Z. 0 —1 1

16 l * 778.6 Z.Z.W. 110

17 „ „ 779.9 Z. 0 1 0

18 „ , 780.5 Stil. — 0 0

19 „ „ 778.9 O.ïf.O. 10 0

I

Rivierberichten

Waterhoogten, in Meters -+- A.P. 8 uur voormiddag.

Keulen. -nth™*. Wester- Maas-

1891. 7 uur Lobith. „l„ ?T„ voort. tricht Venlo. Grave.

'sm. gen- bem' (zelfr.pl. (brug).

14 Febr. 37.14 10.19 7.82 8.15 8.72 42.76 10.63 6.84

15 „ 37.03 10.09 7.73 8.15 8.67 42.60 10.60 6.79

16 „ 36.99 9.99 7.65 8.10 8.59 42.64 10.44 6.71

17 , 36.94 9.93 7.49 8.05 8.54 42.55 10.41 6.60 12 „ 36.89 9.87 7.43 8.00 8.49 42.49 10.32 6.50

19 „ 36.88 9.80 7.38 7.96 8.44 42.56 10.32 6.43

20 - 36.87 9.75 7.35 7.92 8.41 42.60 10.24 6.45

Keul. Lob. Nijm. Arnh. ^?^t^°°It tricht Venlo Grave pa.' brug-

Nul der oude schaal. 35.85 13.91 6.22 6.95 — 7.37 42.20 — • 4.85

Laagste stand bij open water te Keulen en te Maastricht, met daarmede overeenkomende standen.... 36.85 9.37 6.87 7.51 8.02 7.87 41.70 8.85 4.85

Standen overeenkomende met 1.50 M.

+ peil te Keulen . . 37.35 9.79 7.60 7.88 8.38 8.21 — — — Gem. zomerst. (1 Mei

tot 1 Nov.) 1881—90. 38.66 11.25 8.72 9.00 9.53 9.38 42.87 10.13 6.04

Merk III. (Verbod van stoomvaart). . . 43.65 15.70 12.62 12.71 — — — — — Hoogste stand bij

open water 45.36 16.68 13.50 13.28 13.92 13.57 46.95 18.33 11.26

Men zie verder „De Ingenieur" 1891, ÏTo. 1.

Werking der Overlaten.

14 Febr. Bokhovensche Overlaat werkt 8 v.m. met gemidd. 5 cM. over 30 M. naar buiten.

14 „ Baardwijksche „ 6 v.m. opgehouden te werken.

15 „ Bokhovensche „ werkt 8 v.m. met gemidd. 5 cM. over

15 M. naar buiten.

16 „ „ „ 's nachts einde der werking.

TECHNISCHE TIJDSCHRIFTEN.

Opgaaf van de belangrijkste artikelen.

Nouvelles Annales de la Construction, Jan. 1891. Kabeltramweg op de brug tusschen Brooklyn en New-York (met 2 pi.). — Centraalstation van de Soc. d'éclairage électrique voor den sector van de place Clichy te Parijs (met 2 pl.). — Hulpbrug voor de herstelling van een der pijlers van de brug van Steubenville over de Ohio (Ver. St. v. Am.) (geïll.). — Over de beste wijze van levering van water in de huizen ; rapport van den hoofdingenieur Bechmann.

Febr. 1891. Calorifère met warme lucht van Bourdon (met 1 pl.) — Gebouw voor oude mannen en vrouwen, gesticht volgens testamentaire beschikking van Galignani (met 2 pl.) — Bouw van de tunnel van Saint-Clair volgens een stelsel met ijzeren wanden. — Gebruik van water onder drukking bij het maken van de fundeering der kaaimuren te Calais.

Zeitschrift des Arch. und Ing.-Vereins zu Hannover, 1891, Heft I. Het

gebouw der Kreis-afgevaardigden te Alfeld, door Baur. Cuno (met 2 pl.). — De grondverplaatsing door middel van «scrapers», door Ing. C. F. Müller (met 2 pl).

Zeitschrift des Oesterr. Ing. und Arch.-Vereins, 1890, Heft IV.

Bijdrage tot de kennis der boorvastheid van gesteenten, door A. Rosiwal. —■ De proeven der Mij. Paris—Lyon—Méditerranée over de verdamping in de locomotiefketels, door R. Ziffer (met plaat). — De Aemma-Elf-brug bij Uleaborg in Finland, door M. Strukel (met 3 pl.). — Graphische oplossing der vergelijkingen van de eerste vier graden, door A. Adler. —■ Bepaling der hoofdkrukstellingen bij inachtneming van de lengte der ecxentriekstangen, door V. Thallmaver.

Tijdschrift voor Kadaster en Landmeetkunde, 1890, 6e afl. Iets over de verschillende rechtstoestanden, waaronder de grond op Java en Madura beheerscht wordt, en de eischen die — in verband daarmede ■— aan een daarvan op te maken kadaster voor elke categorie gesteld moeten worden, door F. Verstijnen. — Verslag der Alg. Vergadering der leden van de Ver. voor Kad. en Landm., gehouden te Amsterdam den 19den Nov. 1890, door C. W. Hoffmann.

INGEZONDEN STUKKEN.

Amsterdam, 16 Febr. '91. Mijnheer de Eedacteur!

In uw no. 6, mij heden in handen gekomen, is overgenomen

betreffende een door de

een nieuw reizigerstarief

een Dericnt uit net «tianaeisoiaa» H. IJ. S. M. ingediend ontwerp voor

en waarin ook eene vergelijking voorkomt met het Hongaarsch

zónentanef.

Door uwe redactie worden daarbij twee bemerkingen gemaakt waaromtrent ik zoo vrij ben het volgende op te merken:

lo. Dat men voor een reis b.v. van 150 KM. heen en 150 terug een zönekaart van 300 KM. kan nemen is niet juist. Men moet zoowel voor heen als terug een zönekaart van 150 KM. betalen (tweemaal de enkele reis).

Op de achterzijde van elke plaatskaart komt het station voor waar de zone eindigt.

In het Buurtverkeer kan men zich bij vertrek dadelijk voorzien van een kaart voor de terugreis, maar zonder eenige reductie.

Dit is gedaan om de talrijke reizigers in dat verkeer niet te noodzaken zich bij terugkeer wederom van een plaatskaart te