is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 6, 1891, no 25, 20-06-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE INGENIEUR. •■•

Orgaan

6e Jaargang. »» 1891. - JV2 25. VEREENIGING VAN BURGERLIJKE INGENIEURS. ~

WitHul owili aai ie tKkM eHTffiiis van Opiars Werken si HHwMÏ

Prijs per Jaargang:

Franco per post.

Voor Nederland .. . / 8.—

Voor het Buitenland met vooruitbetaling ... - 10.50 Voor leden der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs

worden bovenstaande prijzen met ƒ 2.— verminderd. Men abonneert zich voor een jaargang. Over het bedrag der abonnementen in Nederland

■wordt halfjaarlijks door de Administratie beschikt. Afzonderlijke nummers 20 cents. — Bewijsnummers

10 cents.

Verschijnt eiken Zaterdag.

Abonnementen, stukken en mededeelingen, boeken brochures, enz. te richten aan de Redactie: Laan van Meerdervoort 7a, te 's-Gravenhage.

Advertentièn uiterlijk Vrijdags 12 ure des voormiddags intezenden aan de Administratie: Gebb. Belinfante, voorh.: A. D. Schinkel, Paveljoensgracht No. 19, te 's-Gravenhage.

s-Gravenhage, 20 Juni.

Prijs der Aflvertentiën:

Per regel / 0.25

Groote letters naar plaatsruimte.

Abonnementen volgens afzonderlijke overeenkomst.

Bij eene eerste plaatsing van annonces voor Aanbestedingen is de prijs per regel ƒ0.15; bij eene tweede en meerdere plaatsing van dezelfde annonce ƒ 0.10.

Bij abonnement op Advertentièn wordt het blad gratis toegezonden.

Verantw. waarnd. Redacteur: L. E. Asser, Civ.-Ing., 's-Gravenhage.

INHOUD.

Algemeen plan van uitbreiding en verfraaiing van 's-Gravenhage (vervolg en slot). — Rem ingericht voor het aanzetten van Tramri) tuigen (geïtl.). — Uit het Koloniaal verslag van 1889 betreffende "Ned. Oost-Indië. — Technische Tijdschriften : Opgaven van de belangrijkste artikelen. — Weerkundige Waarnemingen. — Rivierberichten. — Binnenen Buitenlandsche Berichten. — Benoemingen en verplaatsingen. — Open Betrekkingen.

ER3ATA. In N°. 22 en 23 in den Inhoud en op blz. 196 en 203 te lezen: »Uit het Koloniaal Verslag van 1889" in plaats van ))[Jit het Koloniaal Verslag van 1890".

Algemeen plan van uitbreiding en verfraaiing van 's-Gravenhage.

(Vervolg van bis. 214.)

si» prekende over de Uedemnte bchelokade. ben ik srenaderd

> tot de bespreking van het »plan ter verbetering der

w> verkeerswegen in net centrum van s-uravennage . ^5 Deze demping heeft namelijk ten doel om eene betere

straat- en tramverbinding te maken tusschen het Plein eenerzijds en het Bankaplein anderzijds. Eene overbrugging van de Singelgracht en eene doorbraak van de Mauritskade ten Oosten van de Oranje-kazerne tot de Kazernestraat en van daar tot het Lange Voorhout zouden daarvoor vereischt worden.

In verband met het vroeger in dit weekblad besproken stratenplan kan men dan de volgende verbeterde tram verbinding tusschen station Hollandsche IJzereu Spoor en Bankaplein verkrijgen: Heen: Stationsweg, Huygensplein, Gedempte Spui, Gedempte Houtmarkt, Korte Houtstraat (aan de Oostzijde te verbreeden tot de rooilijn van het Plein), Plein, Lange Houtstraat, Tournooiveld, Lange Voorhout, voorbij Oranje-kazerne, Gedempte Schelpkade, Nassauplein enz. als thans tot Bankaplein.

Terug: Denzelfden weg tot Tournooiveld en dan Korte Vijverberg, Plein, Lange Pooten, Gedempte Spui enz., en verder denzelfden weg als heen.

Het stratenverkeer in Den Haag kan men naar de richting hoofdzakelijk onderscheiden in een verkeer in de lengterichting tusschen Z.O. en N.W. en in een verkeer in de dwarsrichting van Z.W. naar N.O. Vooral het lengteverkeer is in den laatsten tijd toegenomen, doordat 's-Gravenhage zich hoofdzakelijk heeft uitgebreid naar de zijde van het station van den Hollandschen IJzeren Spoorweg, en vooral naar de zijde van Scheveningen, alsmede door het drukke verkeer met het Hollandsche IJzeren Spoorwegstation en vooral zomers met de badplaats Scheveningen.

De tegenwoordige wegen, welke dit lengteverkeer moeten opnemen, zijn daarvoor zeer onvoldoende. Heb ik zooeven op de mogelijkheid eener verbetering in de verbinding tusschen het Hollandsche IJzeren Spoorstation en het Bankaplein gewezen, nog meer behoefte bestaat er aan verbetering der verbinding van het Hollandsche IJzeren Spoorstation met den Ouden Scheveningschen Weg.

In dit verkeer wordt thans voorzien door twee paardentramlijnen en één weg voor rijtuigen en voetgangers. Beide tramlijnen maken een zeer grooten omwes ; de Oosteliike heeft areen door-

grooten omweg

üe Vereenieing van Burgerlijke ingenieurs stelt zien in eeenen deele verantwoordelijk voor de denkbeelden in de onderscneidene bijdragen ontwMeld ot toegelicüt.

loopenden dienst, en vereischt overstappen op het Plein, terwijl de Westelijke zich in allerlei bochten wringt om de passagiers met geweld en horten en stooten door eenige der nauwste straten van de residentie tot de Princessewal te brengen. De weg voor rijtuigen, loopende langs Wagenstraat, Veenestraat, Hoogstraat en Noordeinde is reeds door het Gemeentebestuur ongeschikt verklaard voor vervoer heen en terug, daar de Veenestraat slechts in ééne richting, namelijk van de Groenmarkt naar de Wagenstraat, mag bereden worden en men in omgekeerde richting verplicht is de Kettingstraat in te rijden.

De Veenestraat heeft dan ook feitelijk aan de zijde van de Groenmarkt nauwelijks voldoende breedte voor de drukke voetgangerspassage aldaar.

In dezen gebrekkigen toestand zoude verbetering kunnen worden gebracht, door de Kettingstraat van het Buitenhof in ruim voldoende breedte recht door te trekken tot de Spuistraat en verder tot de geprojecteerde verlengde Prinsegracht (waarover later meer) en Eerste Wagenstraat nabij het Casino.

Verder zoude men van het Buitenhof in den N.W.hoek moeten doorbreken tot op de Plaats tegenover het Noordeinde.

Wanneer dan de tram uit de Wagenstraat naar het Gedempte Spui werd verlegd en de hooge Wagenbrug door eene lage beweegbare brug werd vervangen, zoude men een rijweg van den Hollandschen IJzeren Spoorweg tot den Scheveningschen weg hebben verkregen, welke in staat zoude zijn om over de geheele lengte het verkeer in beide richtingen op te nemen.

Wat nu betreft de Oostelijke tramlijn, deze maakt thans een omweg van het Gedempte Spui door de Lange Pooten over het Plein naar den Vijverberg, om over den Kneuterdijk de Parkstraat te bereiken.

Om hierin te voorzien dient er m. i. eene verkorte verbinding tusschen het Gedempte Spui en de Parkstraat gemaakt te worden op de wijze als op het plan schaal 1 : 7000 is aangeduid. De Parkstraat zoude rechtuit naar den Vijverberg verlengd moeten worden door een doorbraak van het Lange Voorhout tot de Hooge Nieuwstraat en van daar tot den Vijverberg. De vijver zoude gedempt moeten worden ongeveer tot de Westelijke rooilijn van de gebouwen van het Binnenhof; het tegenwoordige Ministerie van Buitenlandsche Zaken zoude moeten worden afgebroken, om van daar tot het Gedempte Spui door te breken, hetgeen geschieden kan met behoud van het centraal-station voor electrische verlichting aan den Hofsingel.

Op deze wijze kan de historische Gevangenpoort blijven bestaan, en zal er tusschen Vijverberg en Gevangenpoort een prachtig bouwterrein beschikbaar komen voor den bouw van een nieuw Ministerie van Buitenlandsche Zaken (of voor een ander ministerie, wanneer men Buitenlandsche Zaken liever naar het Binnenhof zoude willen overbrengen). Voor het hotel «De Twee Steden» zoude ruimte voor een klein plantsoen overblijven. De tramlijn zoude dan van het Buitenhof in eene rechte lijn door kunnen loopen tot aan het gedeelte der ringstraat genaamd sLaan Copes van Cattenburgh" nabij de opera en langs de ringstraat den Scheveningschen weg kunnen bereiken, waardoor eene uitstekende verbinding van dezen met het Hollandsche IJzeren spoorwegstation zoude zijn verkregen.

De Westelijke tramverbinding zoude verbeterd kunnen worden