is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 6, 1891, no 36, 05-09-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

326

den loop der tijden ondervonden en de schitterende resultaten tegenwoordig verkregen werden besproken en op de teekeningen nader verklaard. Vervolgens kwamen Dordrecht, de cc. 1470 Meter lange Moerdijkbrug en Amsterdam met het Noordzeekanaal aan de orde; dat daarbij de nieuwe sluis te IJmuiden niet vergeten werd, spreekt van zelf en dit gedeelte was voor de Fransche collega's blijkbaar zeer interessant. Aan de Nederlandsche ingenieurs zijn deze werken bekend en ook in dit Weekblad reeds dikwijls besproken, zoodat een verslag van de gehouden voordracht verder achterwege kan blijven ; een afdruk van de voordracht werd den gasten aangeboden.

Aan de deelnemers van de feestvergadering en de excursies was reeds vroeger een programma gezonden van de verdeeling van den tijd, vergezeld van alle inlichtingen, die ons en den gasten van dienst konden zijn; op enkele bladzijden waren miniatuur afbeeldingen van de merkwaardigheden van 's-Gravenhage en Scheveningen geteekend; doch aan het einde van de vergadering in het Gebouw werden alle aanwezigen verrast door de aanbieding van een «Souvenir de la visite de la Société des Ingénieurs Civils a la Hollande". Prachtig uitgevoerde platen van »la Mer du Nord", «Rotterdam", «Amsterdam", naar penteekeningen van het lid L. J. Evmer, benevens een schetskaartje van Holland met «Aanteekeningen" over Den Haag, Rotterdam en Amsterdam, met de daarbij behoorende plattegronden, waren in een bundeltje verzameld en konden den vreemdeling bij voorbaat reeds een denkbeeld geven van hetgeen hij in Holland zou aanschouwen. Vóór het verlaten van het gebouw werden de aanwezigen uitgenoodigd zich met het gelaat te keeren naar het einde van de zaal, zoodat een photographie genomen kon worden van deze feestelijke bijeenkomst.

Aan het Rhijnstation stonden, door de zorgen van de directie deiMij. tot Expl. van S.S., om 3 uur, eenige extra stoomtramwagens gereed om het gezelschap te brengen naar Scheveningen, waar een vluchtig bezoek werd gebracht aan de installatie voor de electrische tram en een zeer korte wandeling om het Kurhaus werd gemaakt.

Om ruim 4 uur was het vertrek van Scheveningen langs den Ouden Weg bepaald en haastte een ieder zich om te half zes ure »en toilette de soiree" in het hotel «Au Vieux Doelen" tegenwoordig te zijn.

In de prachtig versierde zalen had de heer Van Santen een overvloed van bloemen verspreid, en de tafels voor 125 couverts zeer practisch geplaatst.

Daar ook door de Fransche collega's hulde werd gebracht aan het menu, zij het hierbij als curiositeit in dit technisch blad afgedrukt.

MENU. Potage a la Julienne. Timbales a la Tyrolienne. Saumon de Hollande Sce Capres. Filet de Bceuf a la Godard.

Poulardes a la Régence. Ris de veau aux Petits Pois. Tomates farcies au eratin.

mrscn.

Sorbet au

Selle de Chevreuil. Compote. Buisson de HomardsenBellevue. Pouding d'Oranges. Bombe Japonaise. Fruits. Dessert. Café et Liqueurs.

V I N S: Sherry. Graves. Bordeaux. Haut Sauternes. Chateau Beychevelle.

Chablis. Champagne frappé.

Zooals van zelf spreekt ontbrak het niet aan feestdronken. Allereerst en naar gewoonte door den President op den Souverein, thans de jeugdige Koningin Wilhelmina, Hare Moeder de Koningin-Weduwe, Regentes van het Koningrijk en Monsieur Carnot, President van de Fransche Republiek; vervolgens door den heer Polonceau op de Nederlandsche ingenieurs, terwijl verder nog getoost werd door de heeren: E. Baron de Sadoine, N. Th. Michaëlis, Jhr. W. H. Teding van Berkhout, E. Lippmann, J. Tideman, H. P. N. Halbertsma, C. A. Huijgen en J. L. Cluvsenaer.

Vóór het einde van den maaltijd kwamen nog in ambtsgewaad binnen de heer Legrand, Fransch Gezant, en de Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, de heer C. Lelv.

Beiden waren verhinderd aan het feestmaal deel te nemen, daar door den Minister van Buitenlandsche Zaken een officieel diner gegeven werd ter gelegenheid van den verjaardag van H. M. de Koningin.

Door beide hooge gasten werd nog een toepasselijke feestdronk ingesteld.

Door den heer Conrad werd ten slotte nog gesproken en mededeeling gedaan van een ontvangen telegraphisch bericht uit het verre Indië, een groet van de heeren IJzerman en Post van Sumatra.

Na afloop van den maaltijd begaven zich een gedeelte der feestgenooten naar het vuurwerk, dat in de Maliebaan ter eere van H. M. de Koningin werd afgestoken en waar door het gemeentebestuur welwillend plaatsen op de tribune waren aangeboden; een ander gedeelte had zich vereenigd in de Societeitstent in het Bosch, waar op het programma der muziek voorkwam: Hommage aux Ingénieurs Francais, door S. van Groningen.

Tengevolge van de stroomen water, die neervielen, hadden vele leden een toevluchtsoord gezocht in de Nieuwe of Littéraire Sociëteit, waar men de vriendelijkheid had, zoowel de Fransche als de Nederlandsche Ingenieurs gedurende eenige dagen zonder introductie toe te laten.

Dinsdagmorgen, 1 September, om ls/4 uur «réunion» aan het sta¬

tion, van waar een extra-trein, aangeboden door de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij, ons zou brengen naar Rotterdam.

Daar aangekomen werd een rijtoer door de stad ondernomen en een watertocht «en bateaux mouches» gemaakt van af het Café Fritschy (waar een bouillon werd gebruikt) naar de Spoorweghaven, Binnenhaven, Rijnhaven, de Dokken, Petroleumhaven en het kanaal langs den linker Maasoever, waar de specie, uit de Rijnhaven afkomstig, door elevators wordt opgevoerd en gebezigd tot ophooging van het terrein voor toekomstige gemeente-berginrichtingen.

Langs de kolentip in de Binnenhaven varende, hadden wij het geluk deze juist in werking te zien; een geladen kolenwagen van gewone afmetingen werd in zijn geheel tot vrij aanzienlijke hoogte opgelicht en onder de noodige helling gebracht, zoodat de geheele lading in eens werd overgestort in het ruim van het tegen de kade liggend zeeschip Rhea.

Om half een uur werd aan de Oosterkade bij het Rhijnstation overgestapt op de Salonboot Merwede I, waar een déjeuner ons wachtte. Ook hier werden feestdronken ingesteld door de heeren Polonceau, de Jongh, Gosschalk en Tideman, terwijl (op het menu) de kikvorsch uit het waterland de nationale vlaggen deed wapperen en uit volle borst de kreet deed hooren «Vive la Société des Ingénieurs Civils».

Met de salonboot werd een tocht ondernomen door de Noord en Dordtsche Kil naar de brug te Moerdijk.

Te Dordrecht teruggekeerd, stond door de zorgen van de directie der Mij. tot Expl. van S.S. aan de spoorweghaven een extra-trein gereed om ons naar Den Haag te rijden, waar bijna alle feestgenooten zich vereenigden aan een «diner facultatif» in de Witte Sociëteit.

De President, de heer Conrad, deed hier mededeeling van het ontvangen antwoord op het, den vorigen avond aan Hunne Majesteiten de beide Koninginnen, gezonden telegraphisch bericht.

Door de Maatschappij Zeebad Scheveningen was aan de leden eene invitatiekaart gezonden voor een bezoek aan het Kurhaus, waarvan door velen gebruik werd gemaakt om enkele nummers van het concert Kogel te hooren.

Woensdagmorgen, 2 September, te 73/4 uur, opnieuw «réunion» in het station van den Hollandschen Spoorweg ; een extra-trein zou ons naar IJmuiden brengen, teneinde de werken voor de nieuwe sluis in oogenschouw te nemen.

Door de ingenieurs Bekaar en Du Croix werden aldaar alle gewenschte inlichtingen verschaft, terwijl de andere Nederlandsche ingenieurs, zoowel hier als elders de Fransche ingenieurs op de verschillende bijzonderheden opmerkzaam maakten.

In IJmuiden te zijn en geen tochtje op de Noordzee te maken is natuurlijk ondenkbaar; weldra was dan ook de «Simson» zwaar geladen en stoomde hij de haven uit; voor de heeren die bij de vrij woelige zee bevreesd waren om nat of zeeziek te worden, lag de «IJmuiden» gereed, om in de haven rond te varen.

Te IJmuiden teruggekeerd, werd naar Amsterdam gespoord, waar een déjeuner ons wachtte in de restauratiezaal van het Centraal Station.

Door de zorgen eener feest-commissie te Amsterdam was ook nu weder evenals in Rotterdam, alles uitstekend in orde. Het „Menu", in Oud-Hollandschen stijl, gedrukt op oud-HolIandsch papier, was in overeenstemming met de omgeving. Daar het déjeuner voor de laatste maal de gelegenheid aanbood officieel enkele woorden te spreken nam de heer Conrad aan die tafel het woord om van de gasten afscheid te nemen.

De heer Polonceau dankte het Instituut voor de cordiale en amicale ontvangst en sprak zeer waardeerend over hetgeen hij had gezien en gehoord, hij verzocht zijne medeleden der Société een dronk te brengen bepaaldelijk aan den heer Conrad, de Jongh, Bekaar en Gosschalk en te eindigen met een driewerf hoerah! op het Koninklijk Instituut van Ingenieurs.

Door den heer Stieltjes werd vervolgens nog het woord gevoerd, waarna, na beantwoording door den heer Polonceau, het oogenblik gekomen was om de stad te gaan bezichtigen. Na een bezoek aan enkele gedeelten van het Stationsgebouw werd een rijtoer door Amsterdam's straten gemaakt, het Rijksmuseum bezocht en met een stoomboot door de grachten en over het IJ gevaren naar de gasfabriek bij de Haarlemmerpoort, waar de verschillende gebouwen en inrichtingen werden gadegeslagen. Eene «courte note sur les usines a gaz d'Amsterdam de la Compagnie impériale et continentale", ons welwillend aangeboden, vergemakkelijkte het bezoek, waarbij eenige leden van de directie ons rondgeleidden, en de noodige inlichtingen verschaften.

Na het gebruik van eenige ververschingen werd de terugtocht ondernomen eveneens per stoomboot, en vereenigden zich bijna alle leden nogmaals aan een gemeenschappelijk «diner facultatif» in den Tuin van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra.

Niettegenstaande het reeds donker begon te worden, werd vooraf deze tuin nog doorkruist en aan eenige der meest interessante dieren een bezoek gebracht.

Aan den maaltijd werd nog getoost door de heeren Polonceau, Tellegen, Tideman, Teding van Berkhout en den Voorzitter, den heer Conrad.

Met een extra-trein van de S.S. Exploitatiemaatschappij werd Amsterdam verlaten en kwam men om 12K uur te 's-Gravenhage aan.

Was men den vorigen dag niet vrij van wind en regen gebleven, de laatste dag van het samenzijn met de Fransche collega's was door helderen zonneschijn opgeluisterd. Daar alles, ook door de welwillende medewerking van spoorweg- en tramwegmaatschappijen geregeld van stapel liep, is het te verwachten dat de Fransche ingenieurs een gun-