is toegevoegd aan je favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 6, 1891, no 46, 14-11-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

428

KLEINE MEDEDEELINGEN.

Versterking van de laschplaatsen der rails.

De laschplaats der rails is nog steeds het zwakste punt bij den spoorwegbovenbouw. Sedert Maart 1889 zijn (blijkens eene nota van den ingenieur Müntz in de »Revue générale des chemins de fer«, 1890II) op de lijnen Parijs—Straatsburg en Parijs—Mülhausen van den Franschen Ooster-spoorweg proeven verricht om die laschplaatsen te versterken door den afstand der stootdwarsliggers te verminderen. Men bracht deze op 0.42 M. hart op hart, en verminderde dus de ruimte tusschen deze dwarsliggers bij liggers van 0.21 a 0.26 M. breedte, tot 0.16 a 0.21 M. Om bij deze geringe tusschenruimte toch het onderstoppen naar behooren te kunnen verrichten, werden de naar den stoot gerichte bovenkanten der liggers ter plaatse van de railopleo-gingen afgeschuind tot op 5 cM. van het midden der dwarsliggers. °

De uitkomsten dezer inrichting waren gunstig en hebben geleid tot eene uitbreiding der proeven over eene lengte van 32 kilometers.

Weerkundige waarnemingen te Utrecht, 8 uur voormiddag.

TÏATrnu Barometer-| wimJ_ Windkracht, Tempera- | Gevallen JJAJ-UM. sta°Vn | richting. ¥°1§ens,de *niir, gradan regen in mM- } 6 W-d. sch. Celsius ; mM.

6 Nov. 1891. 774.7 N.N.O. 0 — 1 o

7 , „ 773.8 Stil. — _ i o

8 * — — — — —

9 » » 758.3 Z.Z.O. 1 _ i o

10 „ „ 750.8 Z.Z.W. 16 6

11 » „ 741.0 Z.Z.O. 4 6 4

12 „ „ 754.0 Z.Z.W. 1 4 0

Rivierberichten ■ Waterhoogten, in Meters -+- A.P. 8 uur voormiddag.

.... Keulen. Niime i,„ Wester- Maas-

1891. Tuur Lobith. | ^e £in- VQOrt \tlicht Venl0> Graye

sm. i ' (zelfr.pl. (brug).

7 Nov. Ij 37.34 9.94 7.55 8.05 8.56 42.00 9.41 5 30

8 „ 37.32 9.90 7.50 8.03 8.54 42.21 9.33 5 29

9 „ 37.26 9.88 7.46 8.01 8.52 41.92 9.48 5 25

10 „ 37.20 9.84 7.43 8.00 8.50 41.95 9.27 5 30

11 „ 37.15 , 9.78 7.38 7.97 8.48 41.93 9.28 5 24

12 „ 37.10 9.75 7.35 7.94 8.43 42.10 9.28 5 25

13 „ 37.07 9.67 7.28 7.88 8.37 42.10 9.42 5 25

Keul. Lob. Nijm. Arnh. YeUWb^ Venl° ««ve p_Si' brug.

Nul der oude schaal. 35.85 13.91 6.22 6.95 — 7.37 42.20 _ 4.85

Laagste stand bij open water te Keulen en te Maastricht, met daarmede overeenkomende standen. . . . 36.85 9.37 6.87 7.51 8.02 7.87 41.70 8.85 4.85

Standen overeenkomende met 1.50 M.

-f- peil te Keulen . . 37.35 9.79 7.60 7.88 8.38 8.21 — — — Gem. zomerst. (1 Mei

tot 1 Nov.) 1881—90. 38.66 11.25 8.72 9.00 9.53 9.38 42.87 10 13 6 04

Merk III. (Verbod

van stoomvaart). . . 43.65 15.70 12.62 12.71 — — — — — Hoogste stand bij

open water 45.36 16.68 13.50 13.28 13.92 13.57 46.95 18.33 11.26

Men zie verder „De Ingenieur" 1891, No. 1.

Op de "Waal is tusschen de K.M.-raaien XXI en XXVI, tusschen de Groene Landen en Nijmegen, eene tijdelijke verondieping ontstaan. De waterdiepte op het ondiepste punt van het vaarwater in bedoeld riviervak op 5 Nov. bedroeg: bij de Groene Landen 2.30 M. bij een waterstand aan de Rijkspeilschaal te Nijmegen van 7.64 M. + A.P.. en op 9 Nov. boven Nijmegen 2.16 M. bij een waterstand aan genoemde Rijkspeilschaal van 7.46 M. + A.P.

Ook op de Lek is tusschen de K.M.-raaien LXXXVII en LXXXIX bij Hagestein eene tijdelijke verondieping ontstaan. De waterdiepte op het ondiepste punt van het vaarwater in genoemd riviervak op 11 Nov. bedroeg te Hagestein 1.45 M., bij een waterstand aan de Rijkspeilschaal te Vreeswijk van 1.54 M. + A.P.

BINNEN- EN BUITENLANDSCHE BERICHTEN.

Op den 7den November overleed te Heusden de opzichter Ie klasse van 's Rijks Waterstaat |J. Koüwenberg| op 65-jarigen leeftijd, na gedurende ruim 41 jaren het Rijk te hebben gediend tot weinige dagen voor zijn dood.

In 1850 voor het eerst in Rijksdienst getreden als tijdelijk opzichter bij de groote hulpsluis te Dalem, werd hij in 1853 als buitengewoon

opzichter geplaatst bij de werken van de Merwede en de Lek en in 1855 benoemd tot opzichter 4e klasse van den Waterstaat. Na tot in 1861 als zoodanig in Zeeland geplaatst te zijn, was hij onafgebroken werkzaam te Zalt-Bommel, belast met het toezicht op rivierwerken, tot het einde van 1889, toen hij naar Heusden werd overgeplaatst om toezicht te houden op de werken van de Maas en den Baardwijkschen overlaat.

De overledene was een degelijk ontwikkeld opzichter, die zich steeds door getrouwe plichtsbetrachting heeft onderscheiden. In 1876 werd hij gerechtigd tot het dragen der bronzen watersnoods-medaille.

De gemeenteraad van 's Hertogenbosch heeft besloten een post van f 6000 aan de begrooting toe te voegen, ten behoeve van een onderzoek naar de verbetering der putten van de prise d'eau der waterleiding.

In Oostenrijk is bij den Rijksraad een wetsontwerp aanhangig ten doel hebbende bepalingen in het leven te roepen, ten einde geschillen tusschen werkgevers en arbeiders zooveel mogelijk te voorkomen en de middelen aan te wijzen om zulke geschillen op vredelievende wijze te beslechten. De wetgever hoopt dit doel te bereiken door het instellen van commissièn uit de arbeiders; door de verplichte indeeling van de fabrieksarbeiders in corporaties (gilden), zooals reeds met het handwerk (schoenmakers, timmerlieden, schilders, bakkers, slagers enz.) het geval is, en ten slotte door aan een college op te dragen om van de grieven der betrokken partijen kennis te nemen en de tusschen haar bestaande moeilijkheden uit den weg te ruimen. Deze arbeiderscommissiën zouden verder den werkgever in kennis moeten stellen van de wenschen deiwerklieden ten opzichte van loonen, en in het algemeen van de uit het arbeidscontract voortvloeiende moeilijkheden, ten einde zooveel mogelijk eene goede verhouding tusschen arbeiders en patroons te bevorderen door geschillen te voorkomen.

De gemeenteraad van 's-Gravenhage heeft in zijne zitting van 10 Nov. j.1. met 19 tegen 18 stemmen besloten tot den aanleg van het kanaal van den Trekvliet naar de Loosduinsche vaart (Laakkanaal). Het ontwerp-adres ter verkrijging van de onteigening, benoodigd voor den aanleg, werd daarna goedgekeurd.

Aan die aanneming ging eene discussie vooraf, die niet veel nieuwe gezichtspunten opende. Het voorstel werd verdedigd door de heeren Hijmans van Wadenoijen, Mouton, van Malsen, van Berckel, Repelaer van Molenaarsgraaff, Lisman, Schroot en Knoester en bestreden door de heeren Rietstap, Du Tour van Bellinchave, van Kempen,,

van ZuiJLEN van NlJEVELT en VAN TlENHOVEN.

Naar aanleiding van het verzoek daartoe gedaan door het Dept. 's-Gravenhage van de Mij. ter bevordering van Nijverheid, om de behandeling uit te stellen, totdat de Raad in het bezit zou zijn van een uitvoerig verslag van de discussiën op de vergadering van dat Departement op 9 Nov. jl. gehouden, waar het kanaalplan door den heer Lindo was toegelicht en ook vertegenwoordigers van de Kamer van Koophandel, van de Vereeniging voor Handel en Nijverheid en anderen aanwezig waren geweest, — had in den aanvang der zitting de heer Hijmans van Wadenoijen voorgesteld de behandeling uiterlijk 14 dagen uit te stellen. Deze motie werd evenwel verworpen met 23 tegen 14 stemmen. Een gelijk lot onderging een motie van den heer Polak Daniels, waarbij de Raad den wensch uitsprak om het gevoelen van B. en W. te kennen «omtrent de mogelijkheid van den aanleg van een verbindingskanaal tusschen den Trekvliet van af de grens der gemeente tot aan den Hoilandschen spoorweg en van een aan dat kanaal te verbinden zwaaiplaats, geschikt voor de schepen bedoeld in de vaartverbetering door de provincie ondernomen". De heer Lisman, waarnemend voorzitter, zag in deze motie niets anders dan eene poging, om terug te komen op het verworpen voorstel van verdaging. Het gevoelen van B. en W. omtrent het aangegeven denkbeeld, was trouwens bekend.

De motie Polak Daniels werd dan ook verworpen met 22 tegen 15 stemmen.

In zake de verbouwing van den schouwburg werd in de zitting van den volgenden dag het tweeledig voorstel van Burg. en Wethouders aangenomen, luidende:

lo. aan den heer Mutters te antwoorden, dat in zijn tweeledig aanbod van verkoop van zijn plan of opdracht der verbouwing voor f 350,000 of f 375,000 niet kan worden getreden; en 2o. te besluiten, met wijziging van 's Raads besluit van 21 April jl., dat aanbiedingen ven particuliere zijde zullen worden afgewacht, alvorens van gemeentewege voorwaarden aan een subsidieering zullen worden verbonden.

Tot de zaken van landbouw, welke van het Departement van Waterstaat naar dat van Binnenlandsche Zaken zullen worden overgebracht, behooren de landbouwproefstations, de subsidiën voor verbetering der paardenrassen en de bijdragen voor proefvelden.

De uitvoering van de boterwet blijft bij het Dep. van Waterstaat,. H. en N.

Op den lOden November j.1. werd het nieuwe baanvak in der» spoorweg naar Rotterdam, dat gelegd is ten behoeve der overbrugging van het Merwedekanaal, voor het eerst bereden, nadat in den loop van den nacht de aansluitingen van de sporen waren totstandgebracht. Dit is het eerste belangrijke resultaat van de omvangrijke werken die van het laatst van April af op het terrein van het Centraalstation te Utrecht in uitvoering zijn.