is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 6, 1891, no 49, 05-12-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

457

terouen van Meeteren, die verslag uitbracht omtrent de werkzaamheden van het te Bern gehouden Congres over ongelukken bij den arbeid, op welk Congres hij gemachtigd was op te treden als vertegenwoordiger van het Instituut van Ingenieurs.

Het procesverbaal van het Congres beslaat niet minder dan 800 a 900 bladzijden; hij had getracht een kort uittreksel daarvan te maken, doch ook dit nam nog 90 pagina's schrift in ; de voorlezing daarvan zou nog ruim 4 uur duren; om aan dit bezwaar te ontkomen, had hij (evenals uit eau de cologne) uit die 90 pagina's een doublé extrait vervaardigd, hetwelk nu werd voorgedragen.

"Vooreerst werd aangetoond hoe wij bij de andere natiën ten achteren zijn in zake de sociale verzekeringen.

Ten onzent wordt beweerd, dat aan de Nederlandsche nijverheid geen grootere lasten opgelegd kunnen worden om tegenover het buitenland nog concurrentie mogelijk te maken.

De buitenlanders beweren dat wij concurreeren ten koste van de zorg voor onze arbeidskrachten.

Bijna alle beschaafde landen van Europa waren officieel of officieus vertegenwoordigd, Nederland alleen door één belangstellende, niet eens een belanghebbende.

Bij de bespreking van de verschillende onderwerpen ondervond men hetzelfde; tal van zaken kwamen aan de orde, die hier nog totaal vreemd zijn, en kwam er eindelijk een onderwerp waaraan hier te lande tegenwoordig iets gedaan wordt, dan was het haast nog erger, bv. met de verzekering tegen ongelukken. In plaats van eene leidende gedachte ziet men bijna evenveel stelsels, zoo zij op dien naam aanspraak mogen maken, als er soorten van bestekken worden opgemaakt.

En nu is het wel waar, dat de ondervinding door anderen verkregen het minste kost, doch dan wordt het hoog tijd van die ervaringen studie te maken, opdat wanneer wij iets willen toepassen, wij niet datgene nemen wat in het buitenland reeds veroordeeld is.

En voor studie bood het Congres te Bern eene uitstekende gelegenheid aan. De vertegenwoordigers van Duitschland en Oostenrijk deden ons de voor- en nadeelen der gedwongen verzekering kennen, de Zwitsers toonden het onhoudbare der «Haftpflicht» aan, terwijl de Franschen de ontwerpen bespraken die hen sedert eenige jaren bezighouden.

Werd vroeger getracht het reeds bestaande leed te verzachten door de bedeeling van Kerk of Staat, thans wil men een toestand van gebrek lijden voorkomen door verzekering tegen ongelukken.

Zelfs een zekere dwang wordt daarbij door velen als onvermijdelijk verdedigd.

De ongelukken die een werkman treffen, moeten volgens spreker in twee soorten gesplitst worden: lichte ongelukken, waarvan de gevolgen van korten duur zijn, en die gerangschikt behooren te worden onder ziekten, en ongelukken die den werkman beletten voortaan zijn arbeid te hervatten. Voor de eerste soort is het wenschelijk gebruik te maken van ziektekassen of ziektebussen, die den werkman langzamerhand dierbaar zijn geworden, terwijl voor de meer ernstige ongelukken afzonderlijke kassen moeten worden opgericht.

De vraag, of het verzekeren van den werkman verplichtend moet worden gesteld, wordt verschillend beantwoord. Duitschland gaf in toestemmenden zin het voorbeeld en Oostenrijk volgde. Door de grootste helft van de aanwezigen op het Congres werd verzekeringsdwang op practische en theoretische gronden verdedigd; de kleinste helft was tegen dwang, maar verklaarde voor de practische gronden te zwichten.

Verplichte verzekering heeft echter het nadeel, dat de werkman al spoedig niet meer tevreden is met onderstand, maar geheele schadevergoeding begint te eischen, iets dat tot zeer vele processen aanleiding geeft.

Hoogst wenschelijk is het, dat de werkman zelf mede betaalt, en slechts een gedeelte van het loon b.v. Y» als maximum-uitkeering erlangen kan, want dan kunnen de twijfelachtige gevallen van onvoorzichtigheid, ten voordeele van den werkman gebracht worden; of met andere woorden, de werkman moet .zekerheid hebben dat er niet wordt nageplozen of het ongeluk ook door onvoorzichtigheid of iets dergelijks is veroorzaakt, want dat geeft tot tallooze klachten aanleiding en de werkman kan het risico van eene afwijkende beoordeeling niet dragen.

Het bepalen van de grootte der premiën is tegenwoordig nog zeer moeilijk. Om deze met eenige zekerheid en billijkheid te kunnen vast stellen heeft men behoefte aan eene goed ingerichte statistiek; en zooals van zelf spreekt is eene goede beroepsstatistiek hierbij onmisbaar; bij volkstellingen kunnen deze opgemaakt worden. Daarbij is het wenschelijk na te gaan het aantal jaren, dat een werkman in eenzelfde vak is werkzaam geweest, want onkunde in het vak is de hoofdbron van ongelukken.

Des te meer nut zal eene goede statistiek kunnen opleveren, wanneer deze in de verschillende landen op een zelfde basis wordt aangelegd en zij gesplitst wordt in eene medische statistiek, verzekeringsstatistiek en een sociale statistiek; deze splitsing is noodig om voorde verschillende beroepen verschillende premiën vast te stellen.

Doch ook dan nog zal men voorzichtig moeten zijn met het maken van vergelijkingen. Zoo werd aan de Duitsche statistiek ontleend: in de papierfabricage 189 ongelukken door machines veroorzaakt, waaronder 23 door de cirkelzaag; maar de cirkelzaag is een werktuig dat bij de boutbewerking behoort. Gaat men de ongelukken bij de houtbewerking na, dan stuit men weer op een ander bezwaar, b.v. van 459 Ongelukken door machines zijn er 273 door cirkelzagen en 17 door lintzagen veroorzaakt, maar er wordt niet opgegeven hoeveel cirkelzagen er in gebruik zijn, tegen een lintzaag.

Dat de Staat als eenig verzekeraar zou optreden werd algemeen afgekeurd, decentralisatie is zeer gewenscht. De Staat houde hoofdzakelijk toezicht en bevordere het particulier initiatief door de individueele handelingen van personen te doen samenwerken met het initiatief van vereenigingen of corporatiën en ook met dat van den Staat,

Bij de behandeling van het onderwerp: de voorkoming van ongelukken, verklaarden de rapporteurs Engel-Gros en Périssé, die beiden autoriteiten op dit gebied genoemd mogen worden, dat het particulier initiatief alleen niet in staat is, om eene voldoende voorkoming van ongelukken te verkrijgén.

Spreker, die een der oprichters is van de Nederlandsche Vereeniging tot voorkoming van ongelukken in fabrieken en werkplaatsen, deelde hierbij mede, dat de belangstelling hier te lande zoowel in die Vereeniging als bij gelegenheid der tentoonstelling in het vorig jaar te Amsterdam, verre beneden zijne matigste verwachtingen gebleven was, doch dat hij, hoewel Staatsinmenging onvermijdelijk oordeelende, nog steeds overtuigd was, dat het particulier initiatief ten krachtigste moest bevorderd worden, omdat de voorkoming van ongelukken daar meer door gebaat zou zijn dan door reglementaire voorschriften omtrent de toepassing van verschillende hulpmiddelen.

De noodzakelijkheid van officieele inspectiën in werkplaatsen en fabrieken werd ingezien om te komen tot de ernstige toepassing der preventieve maatregelen tegen de ongelukken door werktuigen, doch over den vorm en den omvang der Staatsbemoeiing liepen de meeningen uiteen.

Dat de fabrieksinspecteur tevens als politieman moest optreden werd sterk betwijfeld, terwijl vrij algemeen werd erkend dat het particulier initiatief in de regeling van het voorkomen van ongelukken een groote rol heeft te vervullen en naast de officieele inspectie moest staan.

Het Congres vergaderde niet in sectiën, maar hield van den 21sten tot en met den 26sten September 8 zittingen ieder van 3 uur in den «Standesaai,» en nam op den laatsten dag de navolgende besluiten:

I. Naam van het Congres en van het Permanent Comité.

Ten einde rekening te houden met het verband tusschen verzekering tegen ongelukken en de andere takken van verzekering, tegen ziekte, tegen invaliditeit en ouderdom en ten einde een naam aan te nemen die verband houdt met deze noodzakelijke en wezentlijke uitbreiding van hun programma zullen het Congres en het Permanent Comité over ongelukken bij den arbeid in het vervolg genaamd zijn:

Congres en Permanent Comité over ongelukken bij den arbeid en sociale verzekering.

II. Voorkoming en herstel der gevolgen van ongelukken bij den arbeid.

Het is een gebiedende plicht van onzen tijd ongelukken bij den arbeid en beroepsziekten door alle mogelijke middelen te voorkomen en hunne gevolgen te herstellen (vergoeden).

a. Wat betreft de maatregelen ter voorkoming, zoo is het gewenscht om het persoonlijk initiatief (individueele handelingen van personen) te doen samenwerken met het initiatief van vereenigingen (corporatiën, genootschappen enz.) en van den Staat;

6. Wat betreft het herstel der gevolgen, zoo is het raadzaam ten einde dit herstel onder alle omstandigheden steeds te kunnen waarborgen, dat het tot onderwerp gemaakt worde van verzekering, in ieder land te organiseeren overeenkomstig een stelsel dat het best past in de eigenaardige, reeds bestaande toestanden (eigenaardigheden) van elk land ;

c. Bij het organiseeren van deze- soorten van verzekering acht het Congres het wenschelijk (doelmatig) lichte ongelukken (waarvan de gevolgen van korten duur zijn) aan de verzekering tegen ongelukken te onttrekken, ten einde die in de verzekering tegen ziekte op te nemen ;

d. De aandacht der Staten, welke bovendien de verzekering tegen invaliditeit en ouderdom willen invoeren, wordt gevestigd op het voordeel, om deze te verbinden met de verzekering tegen ernstige ongelukken (met langdurige of blijvende gevolgen) en beroepsziekten.

III. Statistiek. Overtuigd van de noodzakelijkheid om de wetgeving op sociale verzekeringen te grondvesten op goede statistieken;

Overtuigd van het nut, om die statistieken in elk land (Staat) te doen aanleggen op een basis, die internationale vergelijkingen gemakkelijk maakt;

a. Spreekt het Congres den wensch uit dat de verschillende Staten (Regeeringen) welke zulks nog niet gedaan hebben de noodige maatregelen zullen nemen om langs methodischen weg, en zooveel in onderdeelen afdalende als mogelijk, te komen tot eene statistiek van ongelukken bij den arbeid, om deze te doen uitgaan van eene goede beroepsstatistiek (telling der personen, werkzaam in ieder beroep en ambacht);

6. Bevestigt het Congres de opdracht aan zijn Permanent Comité, om het onderzoek voort te zetten naar de beste inrichting van eene internationale statistiek van ongelukken, en noodigt dit Comité uit, om voorstellen dienaangaande aan het eerstvolgend Congres aan te bieden, na zoo noodig gepleegd overleg met het Internationaal Statistische Instituut, het Internationaal Comitié van Hygiëne en Démographie en andere soortgelijke corporatiën, ten einde te komen tot eene internationale overeenstemming omtrent de onderdeelen, waaruit zoodanige statistiek zal moeten worden opgebouwd, zooals o. a. de naamlijst der oorzaken van overlijden, en die van de verschillende beroepen, ambachten enz.

IV. Volgend Congres. Het eerstvolgend congres over ongelukken bij