is toegevoegd aan je favorieten.

De ingenieur; Technisch bijblad van het weekblad " de Ingenieur", 1891, no 3, 25-04-1891 [Bijlage]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TECHNISCH BIJBLAD

van het Weekblad „DE INGENIEUR".

Bestemd voor technisch-wetenschappelijke mededeelingen en aanbevelingen

van wege belanghebbenden.

Verschijnt op onbepaalde tijden met doorloopende pagineering en afzonderlijken omslag. Op het einde van het jaar wordt een alphabetisch register van den inhoud van het bijblad bijgevoegd.

Alle te plaatsen stukken moeten aan de Administratie worden ingezonden, met wie — in verband met abonnementen op advertentiën — over vermindering van den prijs kan worden overeengekomen.

Desverlangd zorgt de Administratie, op kosten en volgens inlichtingen van de belanghebbenden, tegen overeentekomen prijs, voor het opstellen of vertalen van artikels en het gereedmaken van de noodige teekeningen.

M 3.

INHOUD.

Een permanente tentoonstelling te Arnhem. — Vragenbus. — Correspondentie.

Een permanente tentoonstelling te Arnhem.

Wij hebben dikwerf meer ooren en oogen voor hetgeen in den vreemde te zien is, dan voor hetgeen in ons eigen land geëxposeerd wordt.

Voor, zaken in Arnhem zijnde, vroegen eenige beoefenaars der werktuigkundige vakken, of ik de „Permanente Expositie", aldaar, reeds had bezichtigd.

Daar mij niets van eene dergelijke expositie bekend was, vermeende ik, met grond, dat men den draak met mij stak.

In allen ernst raadde men mij 'aan, om als liefhebber van practische mechanica eens een bezoek te brengen aan de inrichting van den heer J. J. Bruns, Kortestraat 26.

Het opvolgen van dien raad had een kennismaking van mij met den heer Bruns tengevolge, waarmede ik mij zelve gelukwensch, omdat ik daardoor in de gelegenheid gesteld werd niet alleen mijn eigen kennis te verrijken, maar ook om het publiek te wijzen op de inrichting van een man vol énergie en zeldzaam doorzicht in practisch werktuigkundige onderwerpen.

Het woord y> Expositie" was niet overdreven.

Daar waar toch 3200 M2 oppervlakte in gebruik zijn voor een zaak, in welker magazijnen het publiek niet alleen vrijen toegang heeft, maar nog daarenboven alle inlichtingen krijgt, die het verlangt, en waarin belangstellenden ook vrij een kijkje in de werkplaatsen mogen nemen, is het woord „Expositie", — naar mijn bescheiden meening — op zijn juiste plaats.

De zaak omvat benoodigdheden voor winkelétalages, bierpompen en buffet-apparaten, werktuigen voor Artesische en Nortonputboringen, benoodigdheden voor gas- en waterleidingen, een fabriek voor zinkbewerking en handel in tal van artikelen, die onder geen rubriek te brengen zijn, maar die de heer Bruns of zelf heeft uitgevonden, öf verbeterd. Hij die het geluk heeft, bij een bezoek aan die tentoonstelling door den heer Brdns zelve rondgeleid te worden, zal zijn etablissement verlaten met den indruk, dat deze iemand met een hoogst practischen blik is.

Wij kunnen slechts hier en daar een greep doen, uit al hetgeen bij den heer Bruns te zien is.

Dé werkelijkheid zal natuurlijk onze losse schets verre overtreffen, waarom wij belanghebbenden aanraden die expositie zelve een bezoek te brengen. Het resultaat zal zijn, dat men niet weet, waarover men zich het meest verbazen moet, öf, over het vele nieuwe, dat daar te zien is, öf, over de hoogst nuttige dingen, die men door de allereenvoudigste samenstellingen heeft weten in het leven te roepen, öf over de voorkomendheid, waarmede belangstellenden ingelicht worden.

Alvorens het een en ander over de benoodigdheden voor

De prijs voor plaatsing van stukken, die persklaar moeten worden geleverd is:

voor ééne pagina of gedeelte daarvan f 15.—

voor de tweede pagina of „ „ ...... 10.—

voor elke volgende pagina „ ,, .... - 5.—

Cliché's kunnen tusschen den tekst worden gedrukt.

Voor afzonderlijke platen wordt de betaling volgens overeenkomst geregeld.

25 April 1891.

winkelétalages, die het leeuwenaandeel aan deze tentoonstelling hebben, mede te deel en, diene een woord van toelichting vooraf te gaan, waarom een beschouwing over dergelijke artikelen in het technisch bijblad van de „Ingenieur", een plaats overwaardig gekeurd moet worden.

Het doel van den ingenieur of van den architect is, niet alleen iets te maken, waarop hij naderhand met rechtmatige zelfvoldoening kan wijzen, maar dat ook productief moet wezen voor dengene, waarvoor hij dat werk in het aanzijn riep.

Er was eens een tijd in ons vaderland, toen een reis, verder dan een dagmarsch, als een waagstuk werd beschouwd. Toen had de onooglijke winkel met zijn luifel, en zijn luttele étalage, die misschien slechts door het product van den een of anderen kladschilder, op een uithangbord werd vertegenwoordigd, een debiet, dat menig winkelpaleis uit deze dagen hem zou benijden.

De stoom maakte het verkeer zoo gemakkelijk mogelijk. Tegen één vreemdeling uit vroeger jaren, gaan nu misschien duizenden reizigers per dag, den winkelier voorbij.

Lang hield deze zich aan de oud-vaderlandsche gewoonte, om in de winkelkast niet te laten blijken, wat er van binnen te koop was.

Er werd zoo menig sierlijk winkelfront door den architect gemaakt, maar om dat winkelfront met het geheel in harmonie te brengen met een doeltreffende étalage, daartoe misten onze winkeliers [behalve eenige gunstige uitzonderingen] nog den tact.

Steeds was men ons, wat étalages betrof, den baas in den vreemde. Bij een bezoek aan Brussel en Parijs stond men verbaasd over hetgeen men daar van een winkelkast kon maken.

Spoedig ontdekte ieder winkelier, van welken overwegenden invloed de sierlijke étalage op het debiet werd. Derenommée van de firma was niet meer voldoende om koopers te lokken; alvorens men zijn geld besteedde, wilde men weten wat er te koop was.

Het was een uitvloeisel van den tijdgeest om zich niet meer aan de renommée, die men slechts op gezag van anderen aannam, te storen, maar volgens eigen waarneming te handelen.

Zoo werden de étalages een belangrijke factor in het debiet van den winkelier, en zoo kon het ook niet anders of met den uitstekenden handelsgeest van ons volk, stonden wij weldra niet meer achter bij den vreemdeling.

De wedstrijd in het sierlijk étaleeren begon. Maar 's menschen geest haakt naar verandering. Men raakte gewend aan de smaakvolle étalages, die echter altoos, in hoofdzaak, hetzelfde bleven, al mocht er nu en dan eenige nieuwe voorwerpen in de winkelkast prijken. De winkelramen, waarvoor zich vroeger tal van kijkers verdrongen, werden ten slotte maar een vluchtigen blik waardig gekeurd.

Om de voorwerpen andere standen te geven, om nu eens zeer diep, dan weder minder diep, of een andere maal de étalage in prismatischen vorm te veranderen, was telkens de hulp van den timmerman noodig, waardoor niet alleen de

Bureau der Administratie: Paveljoensgracht 19, te 's-Gravenhage.