is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 12, 1897, no 3, 16-01-1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

31

M ».

gedragslijn werd uiteengezet, door u voor de naaste toekomst vastgesteld.

Hoofdbeginsel was daarbij het meer en meer bekend maken bij het Nederlandsche Volk van hetgeen de afsluiting en drooglegging der Zuiderzee, zooals onze Vereeniging zich die heeft gedacht, en zooals die door de Staatscommissie met geringe wijziging is goedgekeurd, voor het heden en de toekomst te beteekenen heeft.

Dit bleek te meer noodig, omdat niemand minder dan de tegenwoordige Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid bij de in den zomer van 1894 aan uw Bestuur verleende audiëntie ernstigen twijfel had uitgesproken, of de Natie het werk inderdaad wel verlangde.

Drieërlei middelen werden in genoemde circulaire aangegeven om het voorgestelde doel te bereiken:

I. Het houden van voordrachten.

Daaraan is op vrij ruime schaal gevolg gegeven; in verschillende plaatsen, over ons gansche land verspreid, waar slechts éénigszins van belangstelling bleek, zijn de aard en de strekking der groote onderneming uiteengezet en met behulp van een stel goede kaarten daartoe expresselijk op last der Z. Z. V. vervaardigd, verklaard en toegelicht.

De heeren A. A. Beekman, Mr. H. Smeenge, ingenieur Coomans, kapitein Van der Veur hebben te dien opzichte uwe Vereeniging krachtig gesteund en geholpen, waarvoor hun hier ter plaatse zeker een warm woord van erkenning verschuldigd is.

De heer C. Lely besprak het onderwerp te Lochem, te Rotterdam en te Utrecht, uw secretaris te Arnhem, te 's-Gravenhage en te Dordrecht.

Uit den aard der zaak droegen al deze verschillende voordrachten het individueel stempel der verschillende sprekers en hadden beurtelings een technisch, oeconomisch, financieel, agrarisch, of meer algemeen karakter.

Zelfs te Antwerpen werd kort geleden op uitnoodiging van de Cercle militaire door kapitein Van der Veur eene voordracht gehouden; morgen zal de heer Beekman in «Ons Huis» over de Zuiderzee spreken, terwijl Mr. Smeenge onvermoeid voortgaat om in verschillende provinciën, deze maand in Noordholland, Groningen en Drenthe, het groote werk te brengen onder de aandacht van het Nederlandsche Volk.

Opmerking en waardeering verdient het voorzeker, dat ook de groote redenaar «Dr. Schaepman», ofschoon niet namens uwe Vereeniging, maar op uitnoodiging van den Zuiderzee-bond optredende, deze zaak in eene dichterlijke improvisatie, te 's-Gravenhage gehouden, tot de zijne heeft willen maken.

Met het maken van propaganda op deze wijze wordt dus geregeld voortgegaan; aan elk maar eenigszins gemotiveerd verlangen tot het bekomen van een voordracht wordt ingevolge uw besluit onbekrompen voldaan.

M. Het tweede in de circulaire van December 1894 aangegegeven middel, was het wekken van een adresbeweging om zooveel mogelijk den twijfel der Regeering te doen ophouden en haar te overtuigen, dat de meerderheid van het Nederlandsche Volk inderdaad de uitvoering van het groote werk wenscht en het oogenblik zal zegenen, dat daarmede wordt begonnen. Door verschillende Gemeenten en Vereenigingen werden dan ook verzoekschriften in dien geest verzonden. _

Harderwijk, een der visschersplaatsen bij uitnemendheid, richtte o. a. een zeer krachtig en tegelijk kernachtig betoog tot de Regeering.

Het is zeker te betreuren, dat uw Bestuur hier helaas aan moet toevoegen, dat tot op den huidigen oogenblik van de zijde der Landsbestuurders hoegenaamd niets is vernomen en dat uit geen enkel stuk, noch uit de minste mededeeling is gebleken, waartoe de gezette overweging van den arbeid onzer Vereeniging en van het Rapport der Staatscommissie heeft geleid, welke overweging toch zoowel door het geëerbiedigd Hoofd van den Staat in April 1894, als door de Regeering korten tijd daarna, werd toegezegd.

Er is zeker geen beter en passender middel om dit stilzwijgen verbroken te krijgen, dan dat de Natie zich krachtiger, klemmender, onomwondener uitspreke, hare wenschen nederlegt voor den Troon, op de tafel der Ministers, in de handen van hare wettige Vertegenwoordigers.

Moge daartoe ook strekken de oprichting van den ZuiderzeeBond, die sedert de laatste Algemeene Vergadering uwer Vereeniging tot stand kwam en wiens doel het eveneens is de uit¬

voering van de afsluiting en drooglegging der Zuiderzee, zij het dan ook uit een meer industrieel oogpunt, te bevorderen.

III. Het derde middel zoude zijn de uitgave van een bevattelijk geschrift, dat, zich aan de vroegere oeconomische Beschouwingen uwer Vereeniging aansluitende en met de uitkomsten der Staatscommissie rekening houdende, een overzicht moet geven van de onderneming, hare beteekenis gedurende de uitvoering en hare gevolgen reeds na de voltooiing voor het Vaderland in financieelen oeconomischen, agrarischen en socialen zin.

De opdracht daartoe aan uwen Secretaris door uw Dagelijksch Bestuur gedaan, was voorzeker meer eervol dan gemakkelijk. Des ondanks heeft hij gemeend die te moeten aanvaarden, doch niet dan dan nadat hij zich de hulp had verzekerd van Mr. G. Vissering te Amsterdam, voor velen uwer zeker een niet onbekende naam, en dien ik zou willen noemen den «bekwamen werkzamen zoon van een onvergetelijken vader».

Bij deze taak eenigszins aan redelijke eischen te beantwoorden : een zaakrijk, helder betoog te leveren van hetgeen de Z Z. V. wil, hoe zij dit wil, en wat er de gevolgen van zullen zijn voor Nederland is inderdaad een gansch niet eenvoudig werk, dat studie en veel onderzoek eischt. Dit wordt er niet minder op, omdat we juist op sociaal-oeconomisch gebied leven in een fel bewogen, zeer merkwaardigen en vooral onzekeren tijd. Men weet te dezen opzichte vaak den eenen dag niet, wat de andere brengen zal en stellingen, die jaren lang voor onaantastbaar werden gehouden, beginnen te wankelen.

Welke rentestandaard bijv., welke arbeids-en productenprijzen, welke sociaal-oeconomische beginselen zal men aan die beschouwingen over een Staatsonderneming van twee honderd millioen, waarbij de belangen van bijna alle burgers groot en klein betrokken worden, ten grondslag leggen?

Doch ik wil u op dit oogenblik en op deze plaats niet vermoeien met u de zorgen te schetsen, waarmede wij — om eene uitdrukking van Dr. Schaepman op het congres te Arnhem te gebruiken — ons Potje te vuur moeten zetten om u een dragelijk en eetbaar gerecht te kunnen voordienen.

In elk geval vordert dit werk tijd, vooral om kort te zijn, om in eenvoudige en heldere woorden het resultaat onzer overwegingen saam te vatten en u aan te bieden. De man, die schreef dat hij geen tijd had om een korten brief te schrijven en daarom een langen zond, had ter dege gelijk. Wij vleien ons echter, dat thans het meeste is gedaan. De kaarten, die onzen arbeid zullen vergezellen liggen hier reeds in proefdruk voor u ter tafel.

Ik stap van dit punt af met de opmerking, dat het naar onze meening van groot gewicht is, om juist te dezer zake alle misverstand te vermijden; daarbij tevens een dringende eisch oni goed te wikken en te wegen, voor door eene Vereeniging als de onze in bijzonderheden en met cijfers wordt uitgesproken, wat de afsluiting en de drooglegging van de Zuiderzee voor het heden en de toekomst van ons Vaderland zeggen wil.

De uitnoodiging, bij de circulaire van December 1894 gedaan aan allen, die onze vereeniging een goed hart toedragen, om het Bestuur wel te willen opmerkzaam maken, wat bovendien kon worden verricht om haar doel nader te komen, bleef helaas onbeantwoord: geen enkel denkbeeld, raad of advies werd te zijner kennis gebracht.

Het ledental onderging eene trapsgewijze vermindering en bedroeg: in 1894, 469

in 1895, 451 in 1896, 435 en zal in 1897, 412 bedragen, voor zoover daar tenminste op dit oogenblik over te oordeelen valt.

De wensch is gerechtvaardigd, dat de leden en vrienden der Zuiderzee-zaak onze Vereeniging getrouw en van het gewicht van gemeenschappelijk werken doordrongen zullen blijven, goed wetende wat zij willen, met vasten gang voortarbeidende om op het gegeven oogenblik gereed te zijn. In vredestijd bereide men zich tot den oorlog, want komt eenmaal het oogenblik, dat het roer van Staat wordt bestuurd door eene Regeering, die bereid is de onderneming aan te vangen, dan moet de vraag, of de Natie zulks wil, feitelijk geen vraag meer zijn.

Helaas! het is er nog ver van af, dat ons Volk beslist en eenstemmig die groote bron van arbeid eischt, dat, gelijk een onlangs uitgekomen blad in San Francisco veronderstelde, Hans (de weinig vleiende naam voor ons Hollanders) is in a hurry to plant more cabbages in the new polders, doch daarom juist is de taak der Zuiderzee-Vereeniging niet afgeloopen. Het moet haar streven blijven alles voor te bereiden, en met bestaande vragen op te lossen den grooten dag te verhaasten.