is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 12, 1897, no 14, 03-04-1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE

12e Jaargang.

INGENIEUR

157

Orgaan

1897. — JÏ214.

VEREENIGING VAN BURGERLIJKE INGENIEURS.

ffuttM EBWiifl aai Jb titiuiik bi Jb (Bconomie van Opentiare Werten bi WtMt

Prils rer Jaargang:

Franco per post.

Voor Nederland: ƒ 8.—

Voor het Buitenland met vooruitbetaling ... - 10.50 Voor leden der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs

worden bovenstaande prijzen met ƒ 2.— verminderd. Men abonneert zich voor een jaargang. Over het bedrag der abonnementen in Nederland

wordt halfjaarlijks door de Administratie beschikt. Afzonderlijke nummers 20 cents. — Bewijsnummers

10 cents.

Verschijnt elten Zaterdag.

Abonnementen, stukken en niededeelingen, boekeu brochures, enz. te richten aan de Redactie: Schevehmgsche Veer no. 7, te 's-Graveuhage.

Advertentten uiterlijk VrijdagB 12 ure des voormiddags intezenden aan de Directie en Administratie van dit Blad, Païeljoensgracht No. 19, te 's-Gravenhapo

Hoofdvertegenwoordiger voor Nederland: C. W. BETCKE, Advert.-Bureau, Botterdam.

Afzonderlijke Nummers worden, voor zoover de voorraad strekt, alléén aan Abonnés geleverd.

s-Gravenhage, 3 April.

Prijs ier Aivertentiën:

Per regel / o_25

Groote letters naar plaatsruimte.

Abonnementen volgens afzonderlijke overeenkomst.

Bjj eene eerste plaatsing van annonces voor Aanbestedingen is de prijs per regel/0.15; bij eene tweede en meerdere plaatsing van dezelfde annonce ƒ 0.10.

Bij abonnement op Advertentiëu wordt het blad gratis toegezonden.

Verantwoordelijk Redacteur: J. van Heurn, Civ.-Ing., 's-Gravenhage.

INHOUD.

De vuurtoren van Beien (Met plaat), door J. Kratjs. — Dr. Schaepman in den Zuiderzeebond. — De Spoorweg Luik—Limburg. — Staten-Generaal. — Statistieke Mededeelingen (opbrengst en vervoer van spoor- en tramwegen over November 1896.) — Weerkundige Waarnemingen. — Bivierberichten. — Binnen- en Buitenlandsche Berichten. — Benoemingen en Verplaatsingen. — Open Betrekkingen. — Advertentien.

ERRATUM.

In het artikel over «Een IJsopruimer», voorkomende in het vorige nummer, staat in de noot op blz. 148 6« regel v. o. «Nos. 15,16 en 17 van dezen jaargang» dit moet zijn «van den zesden jaargang (Sept. 1894)».

De vuurtoren van Beien.

{Met plaat).

estemming. — De baai van Talcahuano, aan de

Ghileensche kust, had vroeger twee ondiepten, die gevaarlijk waren voor de scheepvaart, de Bank van Marinao- en die van Beien, waarvan de een on 500 M.,

de andere op 2100 M. van de kust wordt aangetroffen in een zelfde lijn loodrecht op het strand.

Op aanwijzing van den schout bij nacht E. Simpson werd indertijd van de Bank van de Marinao partij getrokken voor den bouw van een droogdok met zijn grondaanvullingen en wanneer — tot betere bescherming van de toekomstige krijgsen handelshaven — zal worden overgegaan tot de verlenging van den zeebrekenden dam, die de kust met het droogdok verbindt, daarbij in gebogen richting den rand van de ondiepte volgende, zal weldra haar naam geheel van de kaart verdwenen zijn.

Tusschen de Bank van de Marinao en die van Beien bestaat een volkomen veilige doorvaart met een diepte van 15 M. of meer over 450 M. breedte, doch de gezagvoerders der binnenloopende schepen durven hiervan geen gebruik maken en zijn verplicht een weg te volgen die vele mijlen langer is, omdat de Bank van Beien slechts door een eenvoudige boei was aangewezen, die de gevaarlijke plaats niet dan bij benadering en alleen over dag aanduidde.

Toen ten vorigen jare de president der Republiek en viceadmiraal Moutt met andere hoofdofficieren der Marine te Talcahuana samenkwamen, werd onder meer besloten tot het vervangen van genoemde boei door een vast en permanent licht.

De directie der havenwerken werd belast met den bouw van den vuurtoren, die in de laatste dagen van December gereed kwam, zoodat vanaf den lsten Januari van het löopende jaar het licht kon worden ontstoken.

De toren. — De Bank van Beien bood, zooals te verwachten was, een voldoenden vasten bouwgrond aan om de constructie te dragen. De bovenste laag van den bodem bestaat er uit schelpen en bevindt zich, in het hoogsle punt, op 6.70 M. beneden de nul van Talcahuano, of wel hoogwater doodtij. Van af dit peil tot aan ~ 0.70 M. bestaat de onderbouw uit lagen kunst-

blokken van 3.40 M. X 2.00 M. X 1-50 M. of 10 M3., die op hun plaats zijn gezet door middel van een groote drijvende 50tons kraan en met behulp van den duiker. De eerste laag, die op den te voren schoon en met een kleine hoeveelheid stortsteen gelijk gemaakten bodem rust, bestaat uit zes blokken, zoodanig gezet dat zij een basis van 7.60 M. bij 6.90 M. oppervlak vormen. De overige lagen, vier in getal, bevatten elk vier blokken met verspringende voegen en beslaan een oppervlak van 5.50 M. bij 5.50 M. De kern tusschen de blokken is opgevuld met stortsteen rondom oude rails die tot op den zeebodem reiken en die ingemetseld zijn met hunne uiteinden in het massief gewoon metselwerk, dat van + 0.80 M. tot + 2.35 M. reikt. Stukken rails, opgesloten in de kettingsponningen der kunstblokken van de bovenste laag, verzekeren bovendien de innige verbinding tusschen deze en het doorgaand metselwerk daarboven, zoodat het blok tusschen -i- 0.70 M. en + 2.35 M., hetwelk het meest aan de werking van den golfslag is blootgesteld, gerust als een enkel massief van ongeveer 225 ton gewicht beschouwd kan worden.

Op het platform, op 2.35 M. boven water, met afgeschuinde hoeken en toegankelijk met ijzeren ladders, die in de vier zijden van het muurwerk zijn ingelaten, verheft zich de toren als een afgeknotte kegel tot het peil van + 11.25 M., met een basis van 3.40 M. middellijn en een talud van 75 mM. per M. De dikte van den muur is beneden 1.00 M. en vermindert naar boven tot 0.60 M.. alwaar het kapiteel begint, waardoor een plateau van 3.00 M. middellijn voor de plaatsing van den lantaarn wordt verkregen. Deze lantaarn heeft 1.70 M. middellijn, laat dus ruimte over voor een met een ijzeren hek afgesloten omgang, en is toegankelijk door een luik in den ijzeren vloer, waarop de kandelaber rust. Met een lager gelegen houten vloertje is een soort schutkolk gevormd om de sterke tocht te breken, die in den toren bij het openen der deuren kan ontstaan en het licht zou kunnen uitblazen.

Men gaat door een ijzeren deur naar binnen en met een verticaal geplaatste ijzeren ladder naar boven.

De lantaarn. — Bij stormen uit het noorden, die dagen achtereen kunnen duren, zal het niet altijd gemakkelijk zijn den vuurtoren te naderen om het licht aan te steken. Daarom had men eerst gedacht aan electrische verlichting, gebruik makende van de installatie, die het droogdok voor zijn exploitatie bezit. De groote kosten echter van den onderzeeschen kabel van 1600 M. lengte en het moeilijk onderhoud ervan vanwege den vrij aanzienlijken stroom, die het licht zou moeten onderhouden, hebben dit denkbeeld doen verwerpen en men heeft eenvoudig een petroleumlamp aangebracht, een lamp echter die de bijzonderheid heeft een licht van nagenoeg constante sterkte gedurende veertig tot zestig dagen te onderhouden, zonder dat men noodig heeft petroleum bij te gieten of de pit op te draaien. Daartoe is een groot petroleumreservoir onder den koepel aangebracht, die de lamp voedt door middel van een buisgeleiding, welke van een automatischen drukregelaar met cylindervormi-

gcu iiuinïiunci vuurzien is. veiuci wuiui ue pit aan een

afgaande bewerking onderworpen, waartoe men haar gedurende

DB vereniging m Bnrgerlitte Ingenieurs stelt zien in geenen deele TerantwoorflelilK voor de denïoeelden in de onderscneidene bildragen ontwiKMd ol toegelicht.