is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 12, 1897, no 18, 01-05-1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M 18.

218

Overal ook eene verrassende, ja verbazing wekkende aangroeiïng, uitbreiding en verbetering van de middelen tot onderling verkeer in al zijne verschillende vormen. Het is op dat gebied, dat de ingenieur zijn meest uitgebreid arbeidsveld vindt. De bouw en de exploitatie van de land- en waterwegen, de spoorwegen in verschillenden vorm, de posterijen, de telegrafen en de telefonen omvatten de denk- en werkkracht van millioenen personen, die samen den regelmatigen gang der maatschappelijke machine te bezorgen hebben. De zeer uiteenloopende, kolossale behoeften van deze middelen van openbaar verkeer vorderen in steeds stijgende mate de medewerking van schier alle takken van bedrijf en zetten op hunne beurt honderdduizenden hoofden en handen aan het werk. In welke mate deze arbeidslevering niet alleen aan de stoffelijke belangen, maar ook aan de zedelijke en de zuiver wetenschappelijke belangen ten goede komt, laat zich in enkele woorden niet schetsen. Gij, die ons verheugdet door uit de verte tot ons te komen, of in het belang der wetenschap op prijs stelt, dat de vruchten van Uwen geestesarbeid in één oogwenk over de geheele aarde bekend worden, of gewoon zijt kennis te nemen van de onderzoekingen der latere jaren in Fabrieks-laboratoria en Technische-proefstations zult in de eerste plaats deze laatstgenoemde voordeelen kennen en waardeeren.

Mag ik, als ingenieur het meest van nabij betrokken bij dien hoogst gewiehtigen factor van het maatschappelijk leven, enkele ©ogenblikken in de richting van het internationaal verkeer Uwe aandacht bepalen.

Allen, die zich den goeden ouden, tijd der heerschappij van de postwagens, diligences en trekschuiten herinneren, kunnen op het gebied van het openbaar verkeer van ontwikkeling en vooruitgang getuigen. Nadat de oudheid over duizen.de jaren had beschikt om den last van de schouders der slaven op den rug van het paard over te brengen, is in minder dan eene eeuw het stoomros opgekweekt, dat met tienvoudige snelheid en honderdvoudige kracht- zijn mededinger voorbij snelt. Ook de bewoners der zeeën zijn in dien tijd verbijsterd door de snelle vaart, waarmede het stoomschip de golven doorklieft. Verder gaat de techniek nog niet.

Na jarenlange inspanning is de m.ensch nog niet in staat de postduif te volgen op haren veüigén weg en toch moet eene oplossing gevonden worden, want er bestaat behoefte aan sneller, veel sneller personen-verkeer. Evenals men er in geslaagd is op het gebied der gedachtenwisseling den afstand te doen wegvallen, wordt ook bij het verkeer eene reductie van den afstand door vermeerdering der snelheid met volle kracht nagestreefd. Reusachtige uitgaven worden allerwege verantwoord geacht door dikwijls slechts geringe tijdsbesparingen. Groote kapitalen zijn overal beschikbaar tot den bouw van nieuwe verkeerswegen en. al doet de concurrentie den natuurlijken ontwikkelingsgang soms voorbij ijlen, die voorsprong is spoedig ingehaald, doordien de handel gestadig uitbreiding van zijn afzetgebied behoeft en gewillig groote offers brengt aan het sneller middel van. vervoer, dat verre, afglegen landen onder het bereik zijner mededinging brengt. Zoo leven wij te midden van een drang naar meerdere snelheid, die veel sterker is dan het publiek bespeurt, dat er de voordeelen van geniet. Om een voorbeeld te noemen, herinner ik U aan Jules Verne's wondervertelling: „De reis om de wereld in tachtig dagen", die eenige jaren geleden zoo groote sensatie maakte.

Zoodra de in aanbouw zijndei Trans-Siberische spoorweg voltooid zal wezen, wordt gerekend, dat die reis ongeveer de helft van dien tijd of 40 dagen zal vorderen. Of een ander voorbeeld. Een alge, meen bekende sneltrein, die tussohen Londen en Edinburg, sedert 1870 in de technische wereld, beroemd, omdat hij den afstand tusj schen de twee hoofdsteden in tien uren aflegde, verricht sedert 1895 dien arbeid in 7| uur en rijdt over een deel van den weg met eene snelheid van 100 K.M. per uur, een record intusschen, dat op spoorwegen in Amerika reeds geslagen is. Ook in ons land en overal elders diezelfde drang naar tijdsbesparing. De locomotieven zijn nog steeds in staat aan deze sterk klimmende eischen met de noodige zekerheid te voldoen, doch in verschillende richtingen rijzen bezwaren, die het naderen, van zekere grenzen aanduiden. Zoo zullen eerlang de spoorbanen verbreed en verzwaard, de middelen tot voortbeweging versterkt moeten worden, tenzij een geheel nieuw stelsel het tegenwoordig vervoer komt aanvullen of vervangen.

Op het gebied van het goederenvervoer wordt evenzoo allerwege een soortgelijke drang naar vermeerdering der snelheid waargenomen, die bij transport te water samengaat met eene behoefte aan vergrooting der laadruimte. Hier treden het vervoer per spoorwagen en per vaartuig in grooten wedijver met elkander. De snelheid der passagiersbooten tusschen Europa en Amerika bedraagt thans niet minder dan gemiddeld 41 K. M. per uur, terwijl de

proefnemingen van Bazin te Parijs juist de laatste maanden het vooruitzicht schijnen te openen op eene nog veel snellere vaart. En ook de afmetingen der vaartuigen vertoonen eene verrassende aangroeiing. Als een sprookje in de scheepvaartwereld waarde sedert 1860 de reus „The Great Eastern" rond, Scott-Russell's meesterwerk, dat geheel zeewaardig is gebleken, maar van uitputting moest ondergaan, omdat het geene regelmatige-, voldoende voeding kon vinden.

Ruim dertig jaren later, nu drie jaar geleden, is voor de White Star Line het stoomschip „The Gigantic" ontworpen, dat de lengte van den reus overtreft, terwijl de grootste handelsvaartuigen van de laatste jaren den diepgang van „The Great Eastern" tot op minder dan 1 voet na zijn genaderd. Het gevolg van deze verbazende ontwikkeling van den scheepsbouw is, dat al de groote' zeehavens onbruikbaar worden en een geheelen ombouw behoeven. Op dat gebied worden thans allerwege de meest belangrijke en kostbare ingenieurs-werken tot stand gebracht, die ten doel hebben de diepte van de haven en den haventoegang van ongeveer 6 M. a 8 M. te brengen op 9 M. a 12 M. en, meer; de dwarsdoorsnede van den haventoegang zooveel noodig te regulariseeren en te verruimen,' en de middelen tot laden en lossen tot stand te brengen, die aan de hedendaagsche eischen van snelheid en minkostbaarheid voldoen. De plaatselijke gesteldheid der havens loopt natuurlijk aanmerkelijk uiteen en de bezwaren, aan de reconstructie verbonden, zijn dan ook zeer ongelijk. Biedt de natuur op eenige plaatsen een blijvend regelmatig-en toegang tot de zee zonder banken, een vasten bodem, een matig tijverschil, elders ontbreken een of meer van deze gunstige factoren en worden sommige van de meest beteekenende oude havens, zelfs Liverpool, door nieuwe havengebieden op den achtergrond gedrongen. De grootte en de diepgang der schepen volgt de verruiming en verdieping der haventoegangen op den voet. De drang naar massaal goederenverkeer is steeds klimmende en zoodra tot eenig vervoer vaartuigen gebezigd worden van te grooten diepgang voor een of ander havengebied, is die haven feitelijk voor dat vervoer gesloten en daalt hij tot een lageren rang. Of, is de diepte voldoende, maar de toegang uiterst smal, zoodat het zeer groote schip niet dan bezwaarlijk en langzaam door dien nauwen koker kan worden gesleept, dan wordt het vervoer naar die haven gedrukt, omdat het gebruik van andere havengebieden den handel voordeeliger uitkomt. Biedt een dergelijke toegang bovendien nog hinderlijke belemmeringen aan, dikwerf gesloten bruggen, hooge scheepvaartrechten als anderszins, dan wekt dit in de geheele wereld der reeders en zeevarenden een slechten naam, een roep van onbruikbaarheid, die veelal overdreven, maar altijd zeer schadelijk is. In den zwaren strijd om het bestaan doen de concurrenten ook op het scheepvaartgebied op eikaars gebreken een zeer helder licht vallen. Het is daarom niet alleen noodig, dat verruimingen en verbeteringen worden ter hand genomen, maar tevens-, dat zij onverwijld, in den kortst mogelijken tijd, worden ten uitvoer gebracht. In deze periode van reconstructie der groote havens moet ongeveer met gelijke krachten om een billijk aandeel in het wereldverkeer kunnen gestreden worden. De plaatselijke gesteldheden kunnen dan zeer- uiteenloopend wezen ; doch elke bijzondere havenvorm moet eigenaardige voordeelen met zich brengen, waardoor aanwezige schaduwzijden door aanlokkelijke l ichtpunten worden opgewogen. Is dit het geval en leidt een goed gerichte, goed verruimde en verbeterde toegang tot eene aanzienlijke, oude koopstad met groot kapitaal, uitgebreide handelsrelatiën, flinke spoorweg- en waterwegen, die de verbinding vormen met een ruim achterliggend verkeersgebied en die het vooruitzicht openen op eene gezonde ontwikkeling der retourvrachten, dan zijn de gegevens, die eene krachtige concurrentie behoeft, aanwezig en zal de wakkerheid van de handelsorganen in hoofdzaak beslissen over het succes in de toekomst. De vraag, of de uitbreiding van het verkeer voor onbepaalde uitzetting vatbaar is, behoeft in onzen tijd nog niet te wegen. Daartoe zijn de vier werelddeelen, in hun geheel genomen, bij Europa in dichtheid van bevolking en ontwikkeling der cultuur nog te ver ten achter. Een onbegrensde uitbreiding en verwisseling van het vervoer kan in de twintigste eeuw niet uitblijven. De artikelen, als gevolg van sneller vervoer op een markt binnengeleid, worden niet alleen met gretigheid ontvangen, maar doen weldra nieuwe behoeften lijzen. Zoo zijn goedkoop graan en goedkoop vee uit het zuidelijk halfrond welkom aan den bewoner van Noord-Europa, tot wiens dagelijksche levensbenoodigdheden ook de schoone bloemen der Riviera behooren en die den zeevisch vele honderde meters boven de natuurlijke grens van zijn gebied opvoert om daar in zeer dringende behoeften te voorzien. Ernstiger weegt de vraag, of men niet over eenige weinige jaren verplicht zal zijn nieuwe werken te maken, waardoor de eerst uitgegeven millioenen als verloren zijn te beschouwen. Het antwoord kan geheel geruststellend luiden. Ook ingeval de aangroeiing der