is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 12, 1897, no 34, 21-08-1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

405

M »4.

aankoop f ^

gereed maken van het terrein » oöi

draineering ,....» 144

gebouwen, wegen, enz. » 150

te zamen . . f 2054

Van het oppervlak der landerijen werden:

pl. m. 54 pCt. bevloeid: 3842 heet. in stadsbeheer, 1093 heet. verpacht; .

pl. m. 29 pCt. op de gewone wijze bebouwd: 1560 heet. in stadsbeheer, 1149 heet. verpacht;

pl. m. 17 pCt., 1615 heet., ingenomen door huizen, wegen, sloten, greppels, onbruikbaar terrein, enz. n

Op elke hectare bevloeiingsveld werd per jaar geleid, 13UUU M3 rioolvocht, hetgeen als te veel wordt beschouwd.

De bevloeiingsvelden, met hetgeen er op staat, vertfg<;"^001'" digen eene waarde van 31 millioen mark. Op 1 April '95 had de stad Berlijn voor deze velden nog te delgen: 29 millioen mark schuld. ,

Omtrent de ontvangsten kan worden medegedeeld, dat net eene jaar belangrijk verschilt bij het andere (+ 2.05 pU. tot —0.67 pCt.). De gemiddelde bruto winst over de laatste 1U jaren was 0.75 pCt. van het kapitaal, d. w. z. zonder Ujrekening van rente noch van amortisatie.

Te Berlijn stelt men zich geen hooger eisch dan dat de ontvangsten van de bevloeiingsvelden de exploitatiekosten zullen dekken. De 16/10 millioen mark, noodig voor rente en amortisatie, beschouwt men als eene gewone belasting, die de l6/io millioen inwoners te dragen hebben. Heb ik goed verstaan, dan wordt van de huiseigenaren te Berlijn voor dit doel 1 pCt. der huurwaarde geheven.

Van verschillende zijden heb ik hooren beweren, dat de tuinvruchten van de bevloeiingsvelden afkomstig niet puik zijn; hohhpn min of meer een wansmaak, ziin grof van vezel en

waterig; het gras is te gebruiken voor versch voeder, doch niet om hooi te winnen; de halmvruchten geven veel stroo en weinig korrel, enz. Gelooft men niet hetgeen «men» zegt, men zal moeten aannemen wat in het officieel rapport over 1895/96 te lezen is, nl.: «een groot deel van het gemaaide gras was onverkoopbaar (zelfs niet tegen 21 cent de 100 KG.) en moest ondergeploegd worden. De vetweiderij gaf geen winst. De melker'y kon niet met voordeel gedreven worden, enz.

Dit resultaat is niet bemoedigend, als men in het oog houdt, dat elders zuivering van het vocht hoofddoel is, terwijl te Berlijn landbouwbedrijf werd vooropgesteld en met zorg beoefend.

De Fransche commissie is door haar onderzoek tot het besluit gekomen dat men te Berlijn zich misrekend heeft. Dit is van groot gewicht, aangezien alles met veel zorg, met kennis, met toewijding en financieele opoffering gedreven wordt.

De commissie meent tegen de inrichting der velden te kunnen aanvoeren: . ,

1°. dat het vocht op den akker in open greppels vloeiende, bij eenigszins warm weder, een onaangenamen reuk verspreidt. (Andere reukgetuigen hebben mij hetzelfde in sterkere bewoordingen verzekerd.)

2°. dat de slikbassins, die natuurlijk op het meest zandige en waardelooze gedeelte zijn aangelegd, wat de zuivering betreft, geene voldoende resultaten hebben opgeleverd (zie hierboven over Danzig); bovendien klagen de pachters over het afvloeiende vocht dat zij gebruiken moeten.

3°. dat op verschillende plaatsen de doorlaatbaarheid van den bodem niet voldoende is, zoodat zich stinkende moerassen vormen.

4°. dat de financieele uitkomst slecht is.

5°. dat de oogst van de landerijen in geen verhouding staat tot de hoeveelheid opgebrachte meststof.

6°. dat, behalve bij den groentenbouw, nergens de uitkomst beter is dan bij bebouwing op de gewone wijze het geval zou zijn.

7°. dat zoowel wat de reiniging als de financiën betrett, men met de uitoefening van het landbouwbedrijf geen beter resultaat heeft bereikt, dan wanneer men zich bepaald had tot de eenvoudige zuivering van het rioolvocht.

Het bovenstaande werd door mij niet geschreven, om «de bevloeiing» als onderwerp op zich zelf noch als voorlichting voor het een of ander gemeentebestuur, evenmin als gratis advies voor bankiers.

Ik wenschte in de eerste plaats de aandacht er op te vestigen, dat de voldoende reiniging eener gemeente, ten allen tijde meer zal kosten dan opbrengen, en wel, hoe grooter de gemeente, hoe proportioneel hooger de uitgaven, zulks op grond van toenemende o-eneigdheid der burgers om, zelfs in buitengewone

omstandigheden, elke zorg omtrent de stadsreiniging, van hunne schouders af te schuiven, op die der gemeenschap.

Eene goede stadsreiniging staat, (in groote steden waar de menschen in betrekkelijk slechte conditiën opgehoopt zijn, nog meer dan in kleine gemeenten) in nauw verband met de gezondheid en het leven der inwoners.

Daarom is het onraadzaam, dat een gemeentebestuur de zorg der reiniging of een belangrijk deel daarvan overdraagt aan particulieren of maatschappijen, die uit den aard der zaak, het financieel belang op den voorgrond moeten stellen. Op uitgestrekte terreinen is controle moeilijk, toezicht tegen fraude bijna ondoenlijk, en toch kan ééne onachtzaamheid, of verkeerd toegepaste zuinigheidsmaatregel, het leven van duizenden in gevaar brengen.

In de tweede en voornaamste plaats wenschte ik de aandacht te vestigen op onze duinen en heiden als uitsluitendeprises d''eau voor drinkwaterleidingen.

Voor eenigen tijd betoogde ik tegen een voornaam ingezetene van eene andere stad, het irrationeele om de rivier eerst te vervuilen en dan hetzelfde water later als drinkwater te gebruiken. «Och», was het antwoord, «de rivier reinigt zich zelf en het water wordt gefilterd alvorens het in de leiding komt». Op mijne opmerking: «in elk geval drinkt u verdund faecaalwater», kreeg ik tot bescheid: «Neen, ik drink bij mij in stad altijd Victoria water».

Niet ieder echter kan bronwater bekostigen. Van een ander hoorde ik: «Sedert de ziekte drinken wij altijd gekookt water, en in geval dit niet voorhanden is, doen wij een weinig verdund zoutzuur in het rauwe water».

Zoo het hier gaat, zoo is het op vele plaatsen, soms erger.

Wanneer wij nagaan, dat de duinwaterleidingen uitmuntend van vrii r-nnst.arit.e s»menstellin£r leveren, wanneer wü

nagaan dat de heidewaterleidingen best water geven, waaraan men weinig anders heeft kunnen verwijten dan dat het in enkele gevallen een weinig te hard is of een weinig te veel ijzer bevat, dan rijst bij mij de vraag:

Waarom duin en heide bederven voor een doel dat bij groote kostbaarheid op zijn best onvolkomen te bereiken is ?

Waarom gebruiken wij de rivieren, wier besmetting niet is te voorkomen, wier bevuiling niet op eenvoudig practische wijze te controleeren en tegen te gaan is, voor prises d'eau der waterleidingen ? Is het niet verstandiger de zaken om te keeren, door duin en heide die meer gemakkelijk te bewaken en minder gemakkelijk te verontreinigen zijn, voor drinkwaterboezem te houden en de rivieren te gebruiken voor de scheepvaart en tot ontvangst van het zooveel noodig gezuiverd (ontsmet) rioolvocht der steden?

Bedenkingen hiertegen, waarschijnlijk financieele, zullen misschien aan te voeren zijn, doch hebben zij voor ons land een redelijken grond, als men de zaak niet uitsluitend van een locaal standpunt gaat beschouwen?

Leger, marine, politie, worden door den Staat onderhouden, ter bescherming van eer, vaderland en bezittingen. De Staat zorgt voor goede medici, opdat de burgers genezing kunnen vinden. De Staat beheert Post en Telegraphie en regelt het Spoorwezen, als zijnde van algemeen belang.

Is het dan vreemd, dat ik den Staat wil belasten met de zorg, aan iederen burger voldoend en goed drinkwater te verschaffen ?

Ik schreef het bovenstaande, en verzoek beleefd den redactiën van andere bladen, het in zijn geheel of bij uittreksels over te nemen, opdat in wijden kring het denkbeeld ingang moge vinden dat onze duinen en heiden gereserveerd moeten blijven voor drinkwatervoorziening onder afwachting dat de Staat „het drinkwater-wezen regele."

Danl. J. Sanches.

Amsterdam, Augustus 1897.

NASCHRIFT.

Twee geschriften mij dezer dagen geworden, versterken het boven aangevoerde.

1° Omtrent bevloeiingsvelden. Prof. Froskauer deelt het navolgende mede. «Een groote misstand is bij de Gharlottenburger bevl.-velden aan het licht gekomen. Landerijen die vrij ver van de bedoelde bevl.-velden lagen werden onder water gezet (van onderen uit verdronken). Het grondwater drong in de kelders der woningen. Hieruit zien wij, dat zelfs zeer goed ge-