is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 12, 1897, no 40, 02-10-1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

461

M 40.

binding met de ontworpen transportloods en kan zonder beduidende kosten ook verbonden worden met den spoorweg van den Hoek naar Rotterdam.

I. Los- en Laadhaven.

De los- en laadhaven heeft een bodemvlak van ongeveer 2 3 hectare, dat gelegen is op 4.56 M. -H D.P. Bij gewoon laagwater (0.40 M. -H D.P.) hebben dus de geladen schepen bij een diepgang van 3 meter nog eene waterdiepte onder de kiel van 1.16 M., hetgeen zeker ruim voldoende is voor het doorstampen bij het meest onstuimige weêr en lage waterstanden. De toegang tot de haven wordt gevormd door de tegenwoordige haven, bekend onder den naam van berghaven. Deze wordt noordwaarts verlengd en loopt dan uit in de ontworpen los- en laadhaven, loopende van oost naar west.

Aan de noordzijde van deze haven bevindt zich een kaaimuur ter lengte van 365 M., waarin op afstanden van 25 M. trappen ontworpen zijn om het laden en lossen bij verschillende waterstanden te vergemakkelijken. De kaaimuur reikt tot eene hoogte van 2.84 M. + D.P. Langs deze muur loopt op dezelfde hoogte de loswal ter breedte van 8 M., buiten de trappen gemeten, terwijl daarachter het terrein oploopt onder een helling van 10 op 1, tot de hoogte van 6 M. + D.P.

Op deze hoogte is ook ontworpen een transportloods. Zij staat evenwijdig aan den kaaimuur en heeft aan de zuidzijde een weg van 8 M. breedte en aan de noordzijde voorioopig drie sporen, welke in verbinding staan met den spoorweg naar Scheveningen en ook verbonden kunnen worden met den spoorweg naar Rotterdam.

Aan de oostzijde der haven is gelegenheid tot eventueeie uitbreiding, terwijl aan de westzijde de toegang. is tot de berghaven.

II. Berghaven.

De berghaven is ontworpen in het terrein ten noorden van het stations-emplacement te Hoek van Holland en heeit zoodanigen vorm, dat daarbij vermeden is het gedeelte van 's Rijks grond, dat bestemd is voor den bouw van stallen en woningen door de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij.

De bodem van de haven heeft eene oppervlakte van ruim 11.3 hectare, zoodat met behoud van een ruime doorvaart meer dan 300 visschersschepen geborgen kunnen worden.

Het peil van de haven is dat van gewoon hoogwater ot 1.25 M. + D.P. De bodem is gelegen op 0.75 M. D.P.. met uitzondering van een gedeelte nabij den ingang, waarvan de bodem ligt op 2.00 M. -r D.P. Voor het geval dat eventueel in de los- en laadhaven geen plaats meer mocht zijn, kunnen dan geladen schepen ook in de berghaven worden toegelaten, zoodra het water voldoende gerezen is om de schepen te kunnen schutten.

Langs de berghaven loopt een weg ter breedte van 8 M-, terwijl daarachter zich nog een strook grond bevindt, geschikt voor kantoren, magazijnen, pakhuizen, woningen, enz. enz. Aan de oostzijde van de haven is voorts voldoend terrein gereserveerd voor scheepswerven om de schepen te kunnen repareeren, teeren enz.

III. Schutsluis.

De schutsluis bestaat uit twee sluishoofden en een schutkolk. De doorvaartwijdte bedraagt 10 M. In het westelijk sluishoofd, waarover een draaibrug is ontworpen ten behoeve van den om te leggen spoorweg naar de abri aan den Hoek en ten behoeve van het gewoon verkeer naar het station, bevinden zich twee stel deuren, namelijk: een stel stormdeuren reikende tot 5 M. + D. P. en een stel schutdeuren. Het oostelijk sluishoofd heeft een stel dergelijke schutdeuren. De drempels zijn gelegen op 2 M. 4- D. P., zoodat bij gewoon laagwater (0.40 M. D. P.) boven de drempels nog een waterschijf is ter dikte van 1.60 M. en dus zeker voldoende is om ongeladen schepen toe te laten.

De schutkolk heeft eene lengte van 35 M. en eene breedte van 18 M., zoodat zoo noodig twee schepen tegelijker tija geschut kunnen worden. M

De draaibrug komt met het bovendek te liggen op t> m. + D. P. , .

In de onmiddellijke nabijheid der sluis is een sluis- en brugwachterswoning ontworpen.

IV. Om te leggen spoorweg. De om te leggen spoorweg, loopende van het station naar

de abri aan den Hoek, wordt vanaf het station in eene meer noordelijke richting verlegd, loopt vervolgens over de draaibrug van het westelijke sluishoofd, buigt daarna westwaarts af en volgt dan de grens van 's Rijks eigendom om weer op dezelfde plaats als thans aan de abri aan te sluiten.

Zooals op het plan is aangegeven kan eene aansluiting met den ontworpen spoorweg naar Scheveningen, alsmede met de sporen voor de transportloods zonder belangrijke kosten verkregen worden.

V. Spoorwegverbinding.

De spoorweg, die zal dienen om de haven aan den Hoek met Scheveningen te verbinden, loopt door den Buiten Nieuwlandschen polder, den Nieuwlandschen polder en Noordlandschen polder en volgt daarna den Slaperdijk en overigens vrijwel den binnenvoet van de duinenrij, gaat ten zuiden van de zeesluis over het Ververschingskanaal tot het ontworpen station bij de Duinstraat te Scheveningen. Even voorbij Kijkduin is een zijlijn ontworpen naar 's-Gravenhage, eindigende aan de laan van Meerdervoort aldaar. Emplacementen met stationsgebouwen enz. langs de lijn zullen worden gebouwd te Hoek van Holland, te 's-Gravenzande, Monster, Kijkduin (Loosduinen) en Scheveningen. Het is de bedoeling den spoorweg aan te leggen voor dubbel spoor.

De spoorweg, waarvan de hoofdlijn naar Scheveningen eene lengte zal hebben van ongeveer 17 kilometer, heeft eene spoorwijdte van 1.435 M1., terwijl de spoorstaven van jh 30 KG. per M1. op houten dwarsliggers zullen worden bevestigd.

Belangrijke kunstwerken, met uitzondering van de vaste brug over het ververschingskanaal, komen er niet in voor.

N. J. Bevbrsen.

J. VAN HeüRN.

Een eigen gebouw voor het Koninklijk Instituut van Ingenieurs.

Een verrassende mededeeling bracht ons de Voorzitter van het Kon. Instituut van Ingenieurs in zijne feestrede op den middag van den 31™ Augustus 1.1. Aan het 50-jarig bestaan van het Instituut zou worden verbonden de stichting van een fonds tot oprichting van een eigen gebouw. Geen wonder, dat die mededeeling werd begroet met een luid applaus !

Een ontwerp tot oprichting van dit bouwfonds werd door den Raad van Bestuur in de Instituutsvergadering van 14 Sept. 1.1. voorioopig ter tafel gebracht met de bedoeling dit ontwerp dooide notulen ter kennis van alle leden te brengen en daarna in een volgende vergadering aan de orde te stellen.

In «De Ingenieur» van 18 Sept. 1897, n°. 38, vindt men een verslag van het behandelde in deze vergadering. Ofschoon de volledige tekst van het ontwerp niet daarin is opgenomen, is de omschrijving voldoende om thans reeds tot eenige algemeene opmerkingen te veroorloven en in de meening, dat eene gedachtenwisseling over het voorstel van den Raad van Bestuur in dit Weekblad bevorderlijk kan zijn voor de juiste beoordeehng, hoopt de ondergeteekende met het onderstaande deze gedacbtenwisseling in te leiden.

Het is misschien niet aan alle leden bekend, dat ook in vroegere jaren ernstig is gestreefd naar het verkrijgen van een eigen gebouw.

In de Juni-vergadering van 1865 werd de Raad van Bestuur gemachtigd tot aankoop van een gebouw voor een som van f 20,000, doch zonder eenig gevolg. Elf jaar later werd voor hetzelfde doel een krediet verleend van f 40,000. Eindelijk werd in de Juli-vergadering van 1877 de Raad van Bestuur gemachtigd tot het uitschrijven van een prijsvraag voor een gebouw, dat (zie Notulen 13 Nov. 1877, bijlage 5) zou moeten bevatten een vestibule met jassenkamer, een vergaderzaal voor 200 toehoorders, vertrekken voor een bibliotheek van 20.000 banden en verder een kamer voor commissie-vergaderingen, een kamer voor den secretaris, een kamer voor den amanuensis en een woning voor den conciërge. De kosten voor de uitvoering mochten niet booger zijn dan f 50,000.

Op deze prijsvraag kwamen 18 antwoorden in, waarvan geen enkel voor de toegestane bouwsom was uit te voeren. Het ontwerp, gemerkt met een rood kruis (zie plaat XVI, behoorende bij dé notulen van de vergadering van den 9e" April 1878), dat nog het best werd geacht, besloeg een oppervlak van 850 M2.; het ontwerp Minerva besloeg 630 M2. Rekent men den aankoop van den grond toen ter tijde op f 20 de M2., dan werd daar-