is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 12, 1897, no 44, 30-10-1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

511

M 44.

f 7,000. Baggerwerk benedenwaarts van de grens tusschen Mook en Heumen.

Waterweg langs Rotterdam naar zee tot verbetering tusschen Krimpen a/d Lek en Rotterdam. f 19,663. Baggerwerk tusschen Krimpen a/d Lek en Rotterdam, f 29,400. Geulbezinking bij het Kralingsche veer en verhooging van den scheidingsdam aan den Hollandschen Usel.

De rivierverbeteringen waarvoor thans gelden worden aangevraagd bestaan in :

Art. 29. Bijn en Lek. Van het bedrag van f 1,000,000, waarop blijkens de Memorie van Toelichting bij de verhooging van het IXde hoofdstuk der Staatsbegrooting voor 1893 de verbetering van NederRijn en Lek boven Vreeswijk werd geraamd, blijft voor 1898 nog een bedrag van f 145,000 beschikbaar. Vermoedelijk zal dit bedrag voor den aanleg der nog noodige werken voldoende blijken.

Verder wordt voorgesteld een bedrag van f 25,000 te besteden totverbetering van het winterbed van den Neder-Rijn boven het separatiepunt bij Westervoort, door aanleg van twee hooge dwarsdammen, aansluitende tegen den Bijksleidijk aan den rechteroever, teneinde door uitbouw van de sterke holle bocht die de leidijk daar ter plaatse maakt, het water bij hooge standen meer geleidelijk in den bovenmond van den Neder-Rijn beneden het separatiepunt en van den IJssel te doen stroomen.

De slingeringen, die thans de stroom bij hooge waterstanden daar ter plaatse vertoont, veroorzaken zeer hinderlijke en telkens terugkeerende zandneerzettingen in de bovenmonden der beide laatstgenoemde rivieren.

Het voor onderhoud van Neder-Rijn en Lek voorgedragen bedrag is eenigszins hooger dan het daarvoor voor 1897 toegestane, wegens ae steeds voortgaande aanzienlijke uitbreiding, die de te onderhouden rivierwerken, als gevolg van de in uitvoering zijnde verbetering, ondergaan.

Art. 30. Waal. Op dezelfde gronden als vermeld werden in de Memorie van Toelichting bij de ontwerp-begrooting voor 1893, wordt ook thans voor de instandhouding van de vaargeul, hoofdzakelijk door baggerwerk, het bedrag van f 152,000 uitgetrokken.

Art. 31. IJssel. In verband met hetgeen daaromtrent werd medegedeeld in de Memorie van Toelichting bij de Staatsbegrooting voor 1896, wordt voor de verbetering van den IJssel een gelijk bedrag als voor 1897 is toegestaan, aangevraagd.

Met het niet voor baggerwerk bestemde bedrag zal de verbetering worden voortgezet.

Art. 32. Merweden. Voor de verbetering van de Merweden kan, in verband met den tegenwoordigen gunstigen toestand daarvan met een lager bedrag dan voor 1897 was toegestaan, volstaan worden.

_ Het aangevraagde bedrag zal hoofdzakelijk besteed worden voor het uitvoeren van baggerwerken, tot het op eenige punten verbreeden en verdiepen van het vaarwater en verder tot het voortzetten der oeververdediging langs nog onbeschermde gedeelten van den oever der Nieuwe Merwede.

Art. 33. Dordtsche waterwegen. De voorgedragen som tot verbetering der vaarwaters, zal worden besteed tot het voortgaan met de in 1897 aangevangen verruiming van het vaarwater in de Noord, tot eene bodemsbreedte van 80 M. bij eene diepte van 4 M. ~ N.A.P. (3,73 M. — M. E.), en tot verruiming door baggerwerk van het vaarwater op de Bieningen, aangezien, met het oog op de tot heden verkregen resultaten, wel eenig uitzicht bestaat op het in stand houden van een voldoend breed vaarwater on de Bieningen door baggerwerk

Art. 34. Hollandsch Diep en Haringvliet. Wegens de redenen vermeld in de Memorie van Toelichting voor de Staatsbegrooting van 1896, wordt voor de voortzetting der verbetering van het Aardappelengat een

geujK Deorag aangevraagd als voor löyY werd toegestaan. De resultaten van het in April—Augustus 1896 uitgevoerde baggerwerk zijn gunstig, kunnende het Aardappelengat bij gewoon hoog water in Mei 1897 nog door schepen van 67 d.M. diepgang bevaren worden, zonder dat tusschen Augustus 1896 en Mei 1897 aldaar baggerwerk werd verricht.

In 1896 bleek, dat de westelijkste, meest blootgestelde der twee uitbouwen in het Hollandsch Diep tusschen de haven van Lage Zwaluwe en de Moerdijksche spoorwegbrug met het voor dat jaar toegestaan bedrag van f 20,000 niet afdoende kon worden versterkt.

Alleen de plaatsen die het dringendst versterking noodig hadden, konden toen worden voorzien.

In 1897 zal de oostelijke uitbouw worden versterkt.

Het is noodig, ter voorkoming van verzinkingen, om de verdere voorziening van den westelijken uitbouw in 1898 te doen plaats hebben. De instandhouding der uitbouwen toch blijft in het belang van de getijbeweging in den Amer en den Nieuwen Maasmond hoogst wenschelijk, terwijl daardoor mede inschaling van den onderoever wordt voorkomen.

Art. 35. Maas. Xa 1898 zal de verbetering van eenige riviervakken worden voortgezet.

Art. 36. Verlegging ran den Maasmond. Sedert de wet van 26 Januari 1883 (Staatsblad n°. 4) is tot 1 Juni 1897 voor deze werken besteed :

vooraankoop van gronden en gerechtelijke onteigening f 6,403,367

aanbesteed aan werken (1) 11,427,644

aan bezoldiging, bureelbehoeften, terreinopnemingen enz f 813,391

f 18,644,402

Voor den aanleg van het kanaal 's-Hertogenbosch—Drongelen is aangevangen met den bouw der uitwateringssluis aan den benedenmond, met een daaraan verbonden grondduiker en uitwateringssluis en bijbehoorende werken ten behoeve van de landen uitwaterende op het Oude Maasje ten oosten van het kanaal. Het aangevraagd bedrag is bestemd tot gedeeltelijke betaling van dat kunstwerk, alsmede voor het eerste gedeelte van het buitenkanaal tusschen de sluis en de nieuwe rivier.

Voor het kanaal van Engelen naar de Henriettewaard is het noodige bedrag aangevraagd ten behoeve van den aangevangen bouw der schutsluis met den aanleg van de dijken en het kanaal binnendijks, alsmede tot het voortzetten van dit werk naar de Maas.

Van de werken in het belang der afwatering ten zuiden van de nieuwe rivier kan het in aanleg zijnd gedeelte kanaal buitendijks onder Raamsdonk in 1897 gereedkomen ; het aangevraagde bedrag is zoowel voor loopende contracten als tot voortzetting • der werken bestemd.

Het uitgetrokken bedrag voor de schutsluis en keersluis met daartoe behoorende werken in de Dieze beneden de spoorweghaven te 's-Hertogenbosch, is bestemd voor den bereids aangevangen bouw dezer werken.

Art. 41. Bouw van eene brug bij Heusden. Het aangevraagd bedrag strekt voornamelijk voor te betalen termijnen op den bovenbouw en overigens voor enkele bijkomende werken.

Tot dusver werd voor dit werk besteed :

aan den onderbouw f 269,829

aan den bovenbouw - 411,017

aan bezoldiging, bureelbehoeften enz - 32,850

f 713,696

Art. 44. A' ieuwe Maas boven en beneden de Oostpunt van Rozen™rg, Scheur enz. Overeenkomstig de mededeeling in de Memorie van Toelichting voor de Staatsbegrooting van 1897 betreffende de opruiming van eene zandneerzetting aan den linkeroever bij het worteleinde jan het Zuiderhoofd, is een bedrag van f 100,000 uitgetrokken als £ deel van de kosten, waarop de opruiming geraamd is.

Gerekend is om in 1898 een aanvang te maken met de verlenging van den veerdam in de Brielsche Nieuwe Maas aan den rechteroever, tegenover Brielle in het belang van den veerdienst tusschen Brielle en Rozenburg.

Hierdoor zal mede worden voorzien in de behoefte aan loswalruimte voor uit den Rotterdamschen Waterweg te baggeren grond. De kosten der verlenging tot aan den rechter normaaloeverlijn worden geraamd op f 35,000 en kunnen gevoegelijk over twee dienstjaren verdeeld worden.

Art. 49. De Vecht. Nadat bij de wet van 15 Juli 1896 (SM. n°. 131) de verbetering der Vecht in Overijssel voor rekening van den Staat was bepaald, is met de voorbereidende werkzaamheden aangevangen.

In de eerste plaats is, wegens het ontbreken van kaarten van voldoende nauwkeurigheid en schaal om het verbeteringsontwerp definitief te kunnen uitwerken, de hand geslagen aan het vervaardigen van eene kaart, gegrond op driehoeksmeting en nauwkeurige terreinsopnemingen.

(1) Deze werken zijn :

Beteugelingswerken, dammen en kribben, zoomede van grond in

den Amer f 951,484

Peilschaal aan de Donge - 5,746

Riviervak Heleind—Dongemond - 5,788,143

Kunstwerken voor het Noorderafwateringskanaal Hees£een—Drongelen en voor het riviervak Hooge Maasdijk—■

Hagoort - 149,639

Uitwaterings-, inlaat- en scheepvaartsluizen nabij Keizersveer, voor het Zuiderkanaal met woning voor sluis-

Personeel - 191,158

Stoomgemaal en werken ten behoeve van het Noorder-

afwateringskanaal Hagoort—Keizersveer - 191,777

Stoomgemaal en werken ten behoeve van de afwatering

fen zuiden der nieuwe rivier - 275,565

Veerinrichting met materieel en woningen - 237,165

Gebouwen en werktuigen voor den stoomwatermolen

nabij het Heleind - 44,846

Dienstwoningen op dijken - 40,005

Brug over het Oude Maasje bij Capelle - 50,653

Brug over het Heusdensch kanaal - 280,766

Beteugeling der Heerewaardensche overlaten met inbegrip van onderhoud en winterbewaking - 1,057,342

Afsluitingswerken beneden Andel - 648,895

Afwateringskanaal 's-Hertogenbosch—Drongelen - 280,900

Scheepvaartkanaal Engelen—Henriettewaard - 800,000

Sluizen en bijbehoorende werken in de Dieze nabij

's-Hertogenbosch - 433.500

f 11,427,644