is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 12, 1897, no 51, 18-12-1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

610

laatstgenoemden, die voor Ct-ingenieurs bestemd zijn, deze maar moet zien dat hij een plaats verovert. Uit dit oogpunt is een scheiding in die teekenzalen voor die twee cursussen zeer noodzakelijk. Ook voor het aantal ingenieurs C2 is de speciaal voor hen beschikbare ruimte onvoldoende, reden waarom verandering in deze zeer gewenscht is.

De werktuigkundige ingenieurs zijn zeker nog slechter bedeeld dan de anderen.

Alle collegezalen, die eenigszins gemist kunnen worden, zijn als teekenzalen in gebruik. Zoo dient daartoe zaal 21 sedert 3 jaren; een portaal, dat sinds de modellen er geborgen worden, modelzaal (zaal 30) werd genoemd, wordt ook als teekenzaal gebruikt. Het licht is er ten eenenmale onvoldoende, evenals de ventilatie.

67 personen missen de gelegenheid tot teekenen, 20 B1 en 47 Bu

Dat dus het geregeld teekenen in de eerste jaren onmogelijk is, dat een opeenhooping van werk en als gevolg daarvan een overhaaste en vluchtige behandeling in de laatste jaren uit dezen allertreurigsten toestand voortvloeien, is een niet te loochenen feit, waarvan het gevolg: weinig praktische kennis bij het verlaten der Polytechnische School, herhaaldelijk geconstateerd is.

De dagverlichting is in 't algemeen slechts voor hen voldoende te noemen, die dicht bij de ramen een plaats konden machtig worden. Kunstverlichting ontbreekt in zaal 30 geheel, is in zaal 21 en 22 onvoldoende, in de zalen 23 tot en met 25 zeer goed. De verwarming is centraal (stoomkachels) en voldoende.

Wat het oude portaal, daarna modelzaal betreft, hebben we reeds opgemerkt, dat dit voor teekenzaal wordt gebruikt! Veel op te ruimen was daartoe niet noodig, aangezien er nagenoeg geen modellen van werktuigen aanwezig zijn. Enkele oude, geconserveerde modellen van ouderwetsche stoomwerktuigen vormen de glanspunten; overigens niets dan grootendeels verouderde houten modellen van werktuigonderdeelen, die in allesbehalve goeden toestand verkeeren.

De bouwkundigen hebben over 't algemeen de beste zalen. De zalen voor bouwkundig teekenen voldoen aan billijke eischen.

De zalen voor hand- en ornamentteekenen zijn 9 en 47.

Zaal 9 is veel te klein, en zonder de minste ventilatie, zoodat na een paar uur teekenen (de uren zijn 's avonds van 7—9) de atmosfeer ondragelijk is.

Hoewel de verlichting van zaal 47 beter kon zijn, voldoet deze zaal overigens aan redelijke eischen.

Omtrent de bibliotheek moeten we alweer constateeren dat de verlichting totaal onvoldoende is, waardoor het overnemen van teekeningen niet mogelijk is.

EENIGE ALGEMEENE OPMERKINGEN.

De gebouwen der Polytechnische School zooals zij zich aan het Oude Delft bevinden, bestaan uit 5 volkomen van elkander gescheiden deelen. Het spreekt vanzelf dat men zich bij het begeven door de open lucht van het eene college naar het andere, met 't oog op den kleinen afstand niet altijd behoorlijk van overjas en hoofddeksel zal voorzien, vooral daar men zich bij den tegenwoordigen grooten toeloop van studeerenden zeer moet haasten om een behoorlijke plaats machtig te worden. Dat dit voor de gezondheid ten zeerste nadeelig is begeeft geen betoog.

Vertrekken voor de bedienden in de verschillende gebouwen zijn, behalve in het hoofdgebouw, nergens aanwezig. Het bezit van vestières behoort eveneens tot de vrome wenschen : jassen en andere kleedingstukken worden in de gangen onmiddellijk op de buitendeuren uitkomende opgehangen, hetgeen zoowel met het oog op de veiligheid (gevallen van ontvreemding hebben zich nog onlangs voorgedaan) als wegens de kans tot kou vatten zeer nadeelig is. Privaten, voor zoover die er zijn, verkeeren in den meest primitieven toestand, hun aantal is zeer onvoldoende. Voor zoover de zitplaatsen niet amphitheatersgewijze zijn aangebracht, moeten de studenten plaats nemen op losse bankjes zonder lendenleuning, hetgeen niet in overeenstemming is met de bepalingen vervat in het K. B. 4 Mei 1883, Stbl. No. 41,

Nog zijn wij verplicht mede te deelen, dat, volgens den nieuwen rooster der lessen, eenige colleges zullen worden overgebracht naar de lokalen, welke verleden jaar voor den artillerie-cursus in gebruik waren, terwijl tevens een teekenzaal voor Beschrijvende Meetkunde daar zal worden ingericht. Dat dit teekenen daardoor niet meer op de plaatsen der civiel-ingenieurs behoeft te geschieden is zeker een tijdelijke verbetering. De collegezalen echter welke in dat gebouw zullen worden ingericht, zullen onzes inziens zelfs de eenvoudigste meest bescheiden eischen niet kunnen bevredigen, als men in aanmerking neemt dat deze zaal 20 M. lang is en 6,50 M. breed en dat van de 169 personen, welke hier college moeten loopen dus velen genoodzaakt zullen zijn op een afstand, welke tot 3 X 200 groot is als de in het K- R van 4 Mei 1883, Stbl. No. 41 als maximum genoemde (6,5 M), van het bord zullen moeten plaats nemen. Totaal echter vervalt het belang van deze wijziging (hetgeen bij de geleverde beschouwing in zekeren zin gelukkig is), als men bedenkt, dat deze lokalen slechts tot 1 Juni 1898 beschikbaar zijn, daar ze dan tot militair Hospitaal worden verbouwd.