is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 13, 1898, no 5, 29-01-1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52

„commission technique" uit Parijs, welke in het afgeloopen jaar de gemeente Amsterdam bezocht, „tout au canal" betiteld, liet de heer Waring in een aan mij gericht schrijven zich' als volgt uit: „I can only say that it seems to me to „indicate a very horrible state of affairs to be tolerated by a modern community".

Dit oordeel slaat niet op het Liernurstelsel als zoodanig, maar op het loozen in het algemeen van alle stoffen in de openbare wateren, welke op deze wijze vervuild slechts door ververschen in dragelijken toestand te houden zijn. Worden de wateren niet vervuild, het vraagstuk der verversching is dan, zooal niet van de baan, toch hoogst eenvoudig geworden.

Het zwaartepunt van het ververschen der wateren in eene bebouwde omgeving is gelegen in de rioleering.

Mijne bezwaren tegen het Liernurstelsel betreffen uitsluitend de groote financieele offers, welke moeten gebracht wor¬

den om dit stelsel m te riemen ook voor nei vervoer van i menagewater, voor het vervoer van waterleidinghoeveelheden, het vervoervermogen van het bestaande Amsterdamsche stelsel 30- tot 40-voudig te verhoogen. Waren de financiën geen bezwaar, dit stelsel ware het beste ter wereld, hygiënisch is het volmaakt.

Dat het Liernurstelsel niet heeft opgelost „wat met de stoffen te doen", is geen fout van de pneumatische vervoerwijze. Van af een Liernurpompstation kunnen de stoffen worden weggeperst ter loozing in rivier of zee, ter bevloeiing, ter klaring, als bij elk ander stelsel en in elk speciaal geval het beste zal voorkomen. Naar mijn gevoelen zal elk rioolstelsel fiasco maken, dat niet rekent op een afvoervermogen van 100 a 150 liter per hoofd en per dag, dat niet afvoert de hoeveelheden, welke de waterleiding in huis, werkplaats en fabriek brengt en als faecaliën, keukenwater, waschwater, badwater, fabriekswater de perceelen verlaat. Een gemiddeld cijfer, waarop ook elders de rioolstelsels zich baseeren, is 140 liter per hoofd per etmaal, 140 liter is het Hamburgsche cijfer, Rotterdam nam aan 250 liter, voor Amsterdam zal een gewenscht toekomstig vermogen der uit te breiden waterleidingen zijn 150 liter per hoofd en per etmaal.

Geeft men zich nu rekenschap van het feit, dat het Amsterdamsche Liernurstelsel thans vervoert 3V2 liter faecaliën per hoofd en per etmaal, dan ligt voor de hand de conclusie, dat het vergrooten van het vervoervermogen van dit stelsel 40-voudig, technisch wellicht uitvoerbaar doch financieel onuitvoerbaar is.

Het pneumatisch transporteeren van waterleidinghoeveelheden is ondoenlijk, men heeft daartoe noodig hoogeren druk, dan het pneumatisch stelsel beschikkende over een druk

kleiner dan een atmosieer geven Kan.

Ook het onderbroken werken van dit stelsel, dat niet „continu" maar „intermitteerend': van relai op relai werken moet, maakt het ongeschikt voor het vervoeren door leidingen met talrijke stijgingen en dalingen van hoeveelheden, als waarop bij 150 liter per hoofd per etmaal, bij een maximum dag- en uurverbruik van stel 14 liter per hoofd moet gerekend worden.

Op deze gronden geef ik aan het veel eenvoudigere en zooveel minder kostbare „Waring's separate-system" de voorkeur voor de nieuwe stadskwartieren te Amsterdam.

Het vraagstuk echter is door deze keuze niet opgelost, daar het in deze gemeente wordt gecompliceerd door de aanwezigheid in verspreid gelegen kwartieren van het Liernur-stelsel, door het niet gescheiden zijn van huis- en hemelwater binnen de peTceelen, welke scheiding eerst in den laatsten tijd als verplichting bij nieuwen bouw voorgeschreven wordt.

Daar met het bestaande moet rekening gehouden worden, zal eerst in de nieuwe wijken, welke nog verrijzen moeten, geheele vrijheid bestaan in de keuze van het stelsel.

Daar de definitieve voorstellen betreffende de wijziging der rioleering nog moeten ingediend en goedgekeurd worden acht ik mij niet gerechtigd bij den huidigen stand van dit vraagstuk omtrent die voorstellen nadere mededeelingen te doen.

Het bovenstaande beoogt slechts het bevorderen eener billijke beoordeeling van hetgeen vroeger op het gebied van Liernur-rioleering te Amsterdam met groote toewijding, zaakkennis en groote kosten is verricht, eener billijke beoordeeling ook dan als ondervinding en hoogere eischen wijziging brengen in vroegere denkbeelden.

Wat betreft bevloeiing met rioolvocht, aanbevolen door den heer Holleman, wensch ik op te merken, dat m. i. door den

geachten schrijver wordt over het hoofd gezien, dat er gemeenten zijn waar bevloeiing eene rationeele werkwijze te achten is, andere waar bevloeid moet worden als de eenige oplossing, dat hiertegenover staan plaatsen waar bevloeien geheel onnoodig is, en eindelijk andere waar bevloeien onmogelijk is.

Men spreekt gaarne van de schatten aan mestwaarde van het rioolvocht der groote steden. Gelijk echter dit rioolvocht deze schatten medevoert, zijn ze onbereikbaar ; nu is de vraag, wat kost het verwerken van het rioolvocht om daaruit de mestwaarde te kunnen benutten. Goud uit een goudmijn, welke meer kost aan ontginning en verwerking van het erts dan de waarde van het opgebrachte metaal, heeft voor den eigenaar geen waarde.

De opbrengst der bevloeiingsvelden dekt m de beste gevallen de kosten van oppompen op het veld; te Berlijn is geen sprake van rente van het in die velden gestoken ka-

^Jtdst groote ontevredenheid met het Parijsche stelsel_ en zijne de Seine vergiftigende bevloeiingsvelden te Gennevilliers en te Achères deed la chambre syndicale des propriétés imun:* „ a„ in -,t;Uo /Ia Paria ni+.wnrlf'n eene reeds ver-

LUUUllieiCD u.o ia iiiiv ^ -—

melde commission technique ter bestudeering der verschillende rioleeringsstelsels in de hoofdsteden van Europa.

Een hoogst belangrijk verslag is juist dezer dagen daarover uitgebracht. .....

Men neme nota van de conclusien bl. ^19. (,1) Si 1'on se reporte aux raisons qui ont été invoquées pour iustifier 1'application a Paris, du tout a 1'Egout avec épan"dage, on voit figurer comme arguments les nécessites de "l'hygiène, 1'intérêt de 1'agriculture, 1'exemple de 1'Angleterre, "la simplicité et 1'économie de ce procédé d'assaimssement. " Or, tel qu'il est en voie d'organisation, ce système ne „remp'lit aucune des conditions de son programme.

Iets verder heet het: L'agriculture est-elle intéressée réellement a 1 epandage „qüe 1'on fait a Gennevilliers et a, Achères des eaux pan"siennes? Certainement non". ^ ' .

Hiermede nu is volstrekt niet veroordeeld het bevloeien met rioolvocht; aangehaalde uitspraak moet gelezen worden in verband met het geheele betoog, tegen bevloeiingsvelden is deze technische commissie volstrekt niet m beginsel gekant. Doch deze uitspraak spoort tot voorzichtigheid aan bij het aanprijzen van bevloeiing en het als voorbeeld aanhalen van de stad Parijs.

tt.i „ ,„r, V.oirlnpiinasvfildon is nuttig en noodig,

waar het rioolwater niet onmiddellijk m zee of eene groote machtige rivier, die het ongestraft opnemen kan, geloosd kan worden, waar voorafgaande reiniging noodig is, alvorens het rioolwater zonder gevaar in rivier of kanaal kan afvloeien. Het doel van het bevloeien is reinigen, het vruchtbaar maken

^VooTBerlijn en Maagdenburg is het bevloeiingsstelsel noodig, voor Hamburg en Rotterdam overbodig, aangenomen het ware mogelijk. Voor steden in de landprovinciën, met name MoordBrabant kan het bevloeien zeer raadzaam zijn, voor steden in het polderland onmogelijk.

De heer Holleman verwijst naar het Gooi. Vooreerst ïsm het Gooi geen terrein beschikbaar, maar stel het ware beschikbaar, meent men dat eenig waterschapsbestuur bereid zoude zijn in zijnen polder water op te nemen het meer ot minder gereinigde rioolvocht van Amsterdamsche bevloeiingsvelden'? En de duingronden ? Het is een vraag van cijfers.

(i) De titel van het aangehaalde werk luidt:

«1'Assainissement comparé de Paris et des grandes v.1 es de 1 Europe, Berlin Amsterdam, La Haye, Bruxelles, Londres. lout a i egout— canalisation séparée - épandage - traitement chimique — filtration nar Edmond Badois, vice-président de la Societé des Ingenieurs civils de France, chevalier de la légion d'honneur et Albert Bieber ingenieur civil, ancien Directeur des Etudes a 1'école centrale des Arts et Manufactures. Paris Librairie polytechnique Baudry et Cie., editeurs 15 rue des Saints-Pères, 1898.» ., .. .

Voor Waring's separate system verwijs ik naar zijn jongste werk

geSew2rage and Land-drainage by George E Wabim Jr. Honorary member of the royal institution of Engineers (Holland) -member of the institution of civil Engineers (England); fellow of the Sanitary . tute of Great Britain, corresponding member of the American lnstitute of Architects. New-York, D. van Nostrand Company, London, E. and F. N. Spon, 1896.