is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 13, 1898, no 6, 05-02-1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

63

M e

aan, die zich echter niet kunnen ontwikkelen, zoolang nog voldoende bederfwerende stoften in het hout voorbanden zijn.

't Is geconstateerd dat eenmaal aangevangen rotting de vrije zuurstof der lucht ontberen kan, dat echter de oxydeerende werking daarvan de rotting zeer bevordert.

Nu spreekt het van zelve dat de werking eener bederfwerende stof langer zal duren, naarmate die stof minder vluchtig of in water oplosbaar is, op grond waarvan de werking van licht vluchtige oliën en alle m water oplosbare zouten steeds eenigermate beperkt is.

Niet-vluchtige en in water onoplosbare ohen ot barsen zullen daarentegen beter diensten doen.

Niet ten onrechte wordt dus de bereiding met teerolie uit een oogpunt van duurzaamheid boven die met chloorzink gesteld; dat desniettegenstaande ook laatstgenoemde wijze van bereiding, althans op spoorweggebied, nog zoovele voorstanders vindt, vindt zijne oorzaak in het groote onderscheid in prijs tusschen beide bereidingswijzen, waarbij waarschijnlijk eenige overschatting van de waarde van het chloorzmk-procédé wel 't noodige zal bijdragen. (1)

In Duitschland en Oostenrijk wint de bereiding met chloorzink het verre van haar concurrent. Van 27 spoorwegdirectien, welke rapporteerden voor de Techniker vergadering van het Verein Deutscher Eisenbahn Verwaltungen m 1893 te btraatsburg gehouden, melden 21 directiën, dat zij voor de bereiding der dwarsliggers chloorzink gebruiken en er zich goed bij bevinden; 4 directiën gebruiken teerolie, 'tzy uitsluitend, t zii voor de hardere houtsoorten, terwijl zij 't chloorzink voor de weekere houtsoorten handhaven en 4 anderen bezigen een mengsel van chloorzink en teerolie, dat nog nader besproken zal worden. , , . •,

Terwijl dus bij onze Oostelijke naburen de teerolie m de groote minderheid is, wordt, volgens de rapporten der internationale Spoorwegcongressen te Petersburg en bonden, m Engeland uitsluitend teerolie voor de bereiding der dwarsliggers gebezigd. In Frankrijk treft men beide stelsels verdeeld aan, maar slaat de balans naar de zijde der teerolie over en vergissen we ons niet, dan kan 't zelfde van Uelgie gezegd Worden. . , ., j ui

In ons land gebruikt de H. IJ. S. M«. uitsluitend chloorzink, zoo voor het eiken- als voor 't greenen hout.

De Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen bezigt voor 't greenen hout het bovengenoemde mengsel van chloorzink en teerolie, waarmede in den vervolge zeer waarschijnlijk ook 't eikenhout bereid zal worden terwijl zij voor 't beukenhout de bereiding met teerolie handhaait; de Centraal Spoorweg-Maatschappij treedt getrouw in de voetstappen der Exploitatie-Maatschappij en laat hare grenenhouten liggers met mengsel bereiden.

De inrichting, zooals die thans algemeen voor de bereiding zoo met teerolie als chloorzink, wordt gebezigd, werd t eerst in 1831 gebruikt door Breant, destijds Directeur der J^ransche munt, voor het impregneeren met lijnolie en hars; dezellde inrichting werd door Bethell en Bürnett voor hunne bereidingswijzen aangenomen.

In hoofdzaak bestaat die uit een horizontalen ketel van ongeveer 2 M. middellijn en 10 tot 20 M. lengte. Het hout wordt zoodanig geladen op eigenaardig gebouwde wagentjes, welke over rails in den ketel geschoven worden, dat de ketel, waarvan de voorzijde met een deksel gesloten kan worden, daarmede zoo goed mogelijk gevuld is.

In verbinding met dezen ketel staan de noodige lucht- en vloeistofpompen; bij de nieuwere inrichtingen kan tevens de stoomketel daarmede in verbinding worden gebracht.

Den gang van zaken volgende, zooals deze althans plaats heeft in de Houtbereidingsinrichting der Exploitatie Mij. te Dordrecht, wordt de ketel, na met 't te bereiden hout gevuld te zijn, eerst gedurende 20'—45' uitgestoomd bij eene spanning van l>/2 atmosfeer en, nadat het condensatiewater is afgespuid, de ketel luchtledig gehaald tot 63 a 65 mM„ welke luchtledig ± 1 uur wordt onderhouden. Nadat de bij het luchtledig halen uit het hout verwijderde sappen en vochtdeelen die zich in den ketel verzameld hebben

zijn afgetapt, waarvoor dus het luchtledig te loor moet gaan, wordt de ketel andermaal luchtledig gehaald, echter niet meer dan noodig is om dezen vol te doen stroomen met de bereidingsvloeistof uit het reservoir, waarin deze te voren op de gewenschte temperatuur is gebracht en waarmede de bereidingsketel in verbinding wordt gesteld. De vloeistofpompen brengen den ketel, wanneer deze zich geheel heeft gevuld, op den gewenschten druk van 6 a 7 atm. en onderhouden dezen druk gedurende 1 a VJt uur waarbij, bij bereiding met chloorzink of mengsel, de uit de veiligheidsklep afvloeiende vloeistof op hare gehalte gemeten wordt. Is het proces afgeloopen dan wordt de overtollige vloeistof door luchtdruk in het reservoir teruggebracht.

De duur der geheele operatie wordt geregeld naar de houtsoort, de vochtigheidstoestand daarvan en de hoeveelheid vloeistof die men wil inpersen. v

Per werkdag geschieden met 3 bereidmgsketels b a 7 operatiën ieder van gemiddeld 160 dwarsliggers; in de zomermaanden als het hout het droogst en de dagen het langst zijn kan het dagelijks aantal te verwerken dwarsliggers tot ruim 1300 worden opgevoerd.

Op voldoenden voorraad goed winddroog hout wordt grooten prijs gesteld; de aanvoer — van uit de Oostzee — wordt dan ook zoodanig geregeld dat de liggers minstens 4 maanden, in de wintermaanden zelfs minstens 6 maanden vóór de bereiding op de stapelplaats aanwezig zijn, gedurende welken tijd zij een gewicht van ongeveer 25 KG. water verliezen. In verband met de jaarlijksche behoefte van ruim 150000 dwarsliggers, wordt dus een uitgebreide stapelruimte voor den regelmatig aanwezigen voorraad vereischt.

Omtrent het bereidingsproces zelve zal aan het boven medegedeelde hier weinig meer worden toegevoegd, evenmin eene nadere beschrijving worden gegeven van de inrichting, waarvan fig. 1 en 2 een denkbeeld geven.

Een belangstellend lezer, die neiging mocht gevoelen om nader met deze inrichting kennis te maken, zal een welkome bezoeker zijn en ons, zoo verre onze krachten reiken, tot nadere inlichtingen bereid vinden. _

Hij verzuime echter niet te voren kennis te nemen van de belangrijke mededeelingen over „het Creosoteeren" mdelSos. 28, 29, 30 en 31, jaargang 1896 van dit tijdschrift voorkomende. . i

De opinie die daarin wordt weergegeven over de waarde der voorbereidende bewerkingen „uitstoomen en luchtledig halen" wordt door ons gaarne onderschreven.

m 'de onder onze leiding staande Houtbereidmg worden deze bewerkingen dan ook nimmer achterwege gelaten, al wordt de duur van het uitstoomen in de warmste zomermaanden tot slechts 20 min. beperkt. Hetzelfde verschijnsel dat de schrijver dier mededeelingen in enkele gevallen waarram betreffende de gewichtsvermeerdering van zeer droog hout zoo door het uitstoomen als door het luchtledig halen, werd' bij enkele proeven ook door ons waargenomen.

Maar ons dunkt, juist deze feiten wijzen er op dat de wijze van contróle op de ingeperste hoeveelheid, die deze schrijver aanseeft niet geheel juist is; wil men deze hoeveelheid met volmaakte zekerheid weten, dan blijft o. i. niets anders over dan de eerste weging van het hout te doen geschieden, zoo voor door en door droog- als voor vochtig en nat hout, na de voorbereidende bewerkingen. Eerst dan toch heeft men zekerheid dat ieder gewichtsverschil van deze weging met die na de bereiding in de ingeperste vloeistof wordt teruggevonden; door droog hout te wegen vóór het uitstoomen, blijft de onzekerheid bestaan of het gewichtsverschil bij de laatste weging

gevonden, bereidmgsvloeistot dan wei water veriegeuwuui^g,Wij voegen hier echter onmiddelijk aan toe dat bij de Houtbereiding voor de S.S. de eerste weging van bet hout steeds vóór het uitstoomen plaats heelt; die weging geschiedt per Vetelwasen, bij iedere operatie doorloopend van de geheele ladmg van den ketel. Waar de bereiding in eigen beheer „laats heeft, dient deze maatregel toch uitsluitend om eene maatstaf te verschaffen ter beoordeeling van den gang van zaken en draagt die een ander karakter dan wanneer men een levering op gecontracteerde hoeveelheid heeft te controleeren.

(Wordt vervolgd).

(1) Bij de tegenwoordige materiaalprijzen kost de bereidingsvloeistof ner dwarsligger voor de beide gevallen:

pei awa co chloorzink 308KG. 2 °/0 oplossing - cents.

teerolie 15 » » — *