is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 13, 1898, no 11, 12-03-1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

137

M 11.

verhardt om afwisselende belasting te kunnen dragen zonder te verpoederen, behoort tot de meest gewenschte zaken van allen, die met onderhoud van spoorwegen zijn belast. Om die echter te vinden, zijn uitgebreide proeven noodig, waartoe juist hun de tijd ontbreekt; terwijl zij, die daartoe wel de gelegenheid hebben, staande buiten deze praktijk, bezwaarlijk kunnen inzien hoeveel duizenden door eene zoodanige uitvinding kunnen worden bespaard. , .

Met al de hier genoemde methodes blijft het stellen van eene draagslof, taatspot enz. zuiver waterpas op hare juiste hoogte zoo niet onmogelijk, dan toch zeer moeielijk. In geval van herstelling worden de bezwaren nog grooter, vooral bij draaibruggen. Aan dezen ontbreekt bijna altijd de gelegenheid om de ondersteuning, voor iederen hoofdligger afzonderlijk, anders te regelen dan door de ligging der draagsloffen. Om de juiste hoogte te vinden, moet de brug boven deze sloffen worden gebracht en proefondervindelijk de gewenschte stand worden bepaald. Zijn eindelijk, na veel tobbens, de maten afgeschreven, dan eerst kan men met het stellen beginnen. Kleine fouten hierbij, geringe zettingen in den bovenbouw onder het verkeer, zakkingen in landhoofden of pijlers, enz., maken al het werk maar al te dikwijls weer ongedaan.

Deze moeilijkheden kan men ontgaan door de draagsloffen, taatspotten enz., te doen bestaan uit twee deelen welke op eenvoudige wijze ten opzichte van elkaar verstelbaar zijn. Het onderste stuk wordt dan op de gewone wijze op den draagsteen bevestigd, terwijl de nauwkeurige stelling van het bovenste wordt verkregen door hunne verbinding die, eene bevestiging van ijzer op ijzer (met tappen, schroeven, wiggen enz.) daartoe beter geschikt is.

Om nu het aantal verbindingen te verminderen en tevens de altijd zwakke band tusschen platte steen- en ijzervlakken te vermijden, kan men verder gaan en den draagsteen zelve vervangen door een gegoten ijzeren stoel, die in het muurwerk is ingemetseld. Deze draagstoelen moeten op dezelfde wijze worden gesteld als voor draagsteenen is aangegeven. Zij kunnen tot ondersteuning, zoowel van draagsloffen, als van taatspotten, kussenblokken enz. dienen.

Met het oog op hetgeen omtrent zettingen in den onderbouw is medegedeeld doet men goed ook tandrepen op draaipijlers zóó aan te brengen, dat zij zonder groote bezwaren versteld kunnen worden. .

Hiertoe is het voldoende hen te doen rusten op een beperkt aantal hooge steunpunten, b.v. steenen teerlingen Kleine herstellingen geven dan weinig hinder, hetgeen wel het geval is wanneer de handreep onmiddellijk op het py'lervlak ligt.

Alvorens van de dragende steenen en daarmede van den onderbouw af te stappen, moet nog op het volgende worden gewezen.

Ieder jaar worden twintigtallen losse draagsteenen weer opnieuw gesteld zoowel bij vaste als beweegbare bruggen. Bijna altijd zijn dergelijke werkjes zeer kostbaar en steeds storend voor de exploitatie. Doch de meeste moeite wordt ondervonden daar waar de ruimte tusschen de draagsteenen en den bovenbouw te gering is om eene geschikte ondervanging van den laatsten aan te brengen. Zoo treft men b.v. gewoonlijk bij draaibruggen, welke aan eene zijde worden opgezet, dat by de vaste kussens de hoogte tusschen draagpenant en onderkant hoofdliggers niet grooter is dan een tiental cM.

Waar plaatselijke omstandigheden zooals waterstanden, enz. het niet onmogelijk maken is het ten zeerste aan te bevelen gebruik te maken van hooge kussens op de dragende muren en in het algemeen van zoodanige onderdeelen, welke by herstellingen aan draagsteenen de ondervanging aan den bovenbouw vergemakkelijken. Het mag eenigszms vreemd klinken, doch de praktijk heeft de dure bewijzen er van geleverd, dat bij het ontwerpen van elke brug de mogelijkheid moet worden onder de oogen gezien dat een of meer draagsteenen kunnen losraken, zoodat gezorgd moet worden dat men deze op eenvoudige wijze kan ondervangen.

(Wordt vervolgd).

Een derde kolentip te Rotterdam.

In het jaar 1896 is er van de beide hydraulische kolentippen in vergelijking tot de voorafgaande jaren een zeer druk gebruik gemaakt. De vraag naar die werktuigen, uit den aard der zaak niet gelijkmatig over het jaar verdeeld, is toen meermalen zoo groot geweest, dat er niet dadelijk aan is kunnen worden voldaan.

Daarom heeft de heer Roosing reeds eenige maanden na zijn optreden als directeur der handelsinrichtingen het belang betoogd van de aanschaffing van een derden tip.

Met de commissiën voor de handelsinrichtingen en voor de plaatselijke werken enz. zoowel als met den directeur der gemeentewerken, zijn Burg. en Weths. van oordeel geweest, dat zooals de omstandigheden toen lagen, omtrent de noodzakelijkheid van den maatregel wel geen verschil van gevoelen mogelijk kon zijn. Daarom hebben zij goedgekeurd, dat, — natuurlijk zonder de gemeente tot iets te binden, — aan een zevental fabrikanten, waarondereen tweetal Nederlandsche, plan en prijs werden gevraagd voor een tip, en wel, omdat die aan de Katendrechtschekade niet met de hydraulische centrale in verbinding is te brengen, voor een door electriciteit te bewegen tip.

Vier van de zeven fabrikanten, waaronder de beide Nederlandsche, hebben bericht, dat zij voor deze levering niet in aanmerking wenschen te komen. Van de door de drie overigen ingezonden plannen is het goedkoopste dat van den leverancier der beide bestaande tippen ; maar daarbij wordt de electriciteit niet direct als beweegkracht gebruikt, doch gebezigd om water onder druk te brengen, zoodat de tip wederom zou zijn een hydraulische, bij vriezend weer aan belemmeringen blootgesteld. Vermits uit een ander plan blijkt, dat deze krachtsomzetting te vermijden is en de electrische stroom rechtstreeks werken kan, raadt de directeur der gemeentewerken aan, niet het goedkoopste plan te kiezen, doch een der beide door de heeren Nagel & Kaemp te Hamburg ingezonden typen, en wel dat, waarbij de grootste tipsnelheid wordt gewaarborgd en dat, gewijzigd naar hetgeen tienjarige ondervinding hier als doelmatig heeft leeren kennen, volgens het aanbod van Augustus 1.1., geleverd kan worden voor f 97,750.

Het project van de heeren Armstrong wordt aangeboden voor f 73,200, maar vordert, behalve soortgelijke wijzigingen als in het 'aanbevolene gebracht zijn, de stichting van een gebouw voor den hydraulischen druk: zoodat het verschil in prijs ten slotte van geringe beteekenis blijft; de laatst gebouwde tip heeft f 80,688.60 gekost. Dat de nieuwe duurder is vindt zijne verklaring hierin, dat de eischen wat het hefvermogen betreft andermaal hooger zijn gesteld, en dat de constructie voor de beweging door middel van electriciteit eene geheel andere is.

Voor de opstelling van den derden tip wordt aanbevolen een punt der Katendrechtschekade, tusschen de Eerste en de Tweede Katendrechtschehaven, welk vak eene lengte heeft van 120 M. Daarvan zijn echter slechts de hoeken van kaaimuren voorzien.

Aan de stichting van een derden kolentip achtte de directeur der gemeentewerken de volgende uitgaven verbonden; als voor:

Levering en opstelling van het werktuig

Kaaimuur, tundeenng enz. Electrisch kabelnet . . . Montage en toezicht enz.

97,750 75,000

6,000 6,250

Totaal

f 185,000

Toen deze voorstellen, door de commissie voor de plaatselijke werken enz. ondersteund, Burg. en Weths. bereikten, was intusschen bekend de belangrijke vermindering in het gebruik der tippen, die in 1897 viel waar te nemen.

B. en W. deelen echter de opvatting, die bij alle geraadpleegden blijkt te bestaan, dat de vermindering in den uitvoer van Duitsche kolen en cokes, waardoor vooral het eerste gedeelte van het afgeloopen jaar zich heeft gekenmerkt, uitsluitend aan tijdelijke oorzaken is toe te schrijven. Het meerdere gebruik dat van de tippen in de laatste maanden van 1897 en in de eerste weken van 4898 weder gemaakt is, steunt deze meening. Men mag aannemen, dat de uitvoer van cokes en kolen op de basis der in 1896 verkregen, slechts tijdelijk afgebroken ontwikkeling weder toenemen zal, dan wordt het van het grootste belang, dat het besluit tot uitbreiding der tipgelegenheid, welks uitvoering l1/* a D/2 jaar vorderen zal, thans worde genomen, wil Rotterdam niet verliezen, wat het op dit gebied reeds verkregen heeft. Immers slechts dan zullen cokes en kolen hun weg over deze haven blijven nemen, wanneer de verschepers zekerheid hebben, dat hen het gevaar niet bedreigt van kostbaar tijdverlies, dat hunne berekeningen kan doen falen Van welk belang het is, dat de verscheping van dit artikel hier plaats hebbe, behoeft wel niet in herinnering te worden gebracht.

Evenmin als de dokken en de kranen zijn de kolentippen ondernemingen waarvan de gemeente zich in de eerste plaats rechtstreeksche winsten heeft voorgespiegeld ; zij behooren tot