is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 13, 1898, no 15, 09-04-1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE

INGENIEUR.

Orgaan

1898. -12

187

13e Jaargang.

1898. -12 15.

VEREENIGING VAN BURGERLIJKE INGENIEURS.

WaekHlafl EBWijfl aai ïe toeknik ei ile mconomiB van Oplffl Wem ei NiiTerlÉ.

Prijs 5er Jaargang:

Franco per post.

Voor Nederland: f 8.—

Voor het Buitenland met vooruitbetaling . . - 10.50 Voor leden der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs

worden bovenstaande prijzen met / 2.— verminderd. Men abonneert zich voor een jaargang. Over het bedrag der abonnementen in Nederland

wordt hal/jaarlijks door de Administratie beschikt. Afzonderlijke nummers 20 cents. — Bewijsnummers

10 cents.

Verscbiint eiken Zaterdag.

Abonnementen, stukken en mededeellngen, boeken brochures, enz. te richten aan" de Redactie: Scheveningsche Veer no. 7, te 's-Gravenhage.

Advtrcentten uiterlijk Vrijdags 12 ure des voormiddags intezenden aan de Directie en Administratie van dit Blad, Paveljoensgracht No. 19, te 's-Gravenhage

Hoofdvertegenwoordiger voor Nederland: C. W. BETCKE, Advert.-Bureau, Rotterdam.

Afzonderlijke Nummers worden, voor zoover de voorraad strekt, alléén aan Abonnés geleverd.

's-Gravenhage, 9 April.

Prijs der Adyertentiën:

Per regel ■ 10.26

Groote letters naar plaatsruimte.

Abonnementen volgens afzonderlijke overeenkomst.

By eene eerste plaatsing van annonces voor Aanbestedingen is de prijs per regel ƒ0.15; bij eene tweede en meerdere plaatsing van dezelfde annonce ƒ 0.10.

Bij abonnement op Advertentiën wordt het blad gratis toegezonden.

Verantwoordelijk Redacteur: J. van Heurn, Civ.-Ing., 's-Gravenhage. INHOUD.

Onderzoek naar de theorie der Beton- en cement-ijzer constructiên, door L. A. Sandeks. Met plaat (wordt vervolgd). - Pe nieuwe beurs te Amsterdam. - StatenGeneraai. — Weerkundige Waarnemingen. — Rivierberichten. — Binnen- en Buitenlandsche Berichten. — Benoemingen en verplaatsingen. — Open betrekkingen. -

Onderzoek naar de theorie der Beton- en

cement-ijzer constructiên

DOOR

L. A. SANDERS, technisch ambtenaar bij de Amsterdamsche Fabriek van Cement-ijzerwerken, Systeem „Monier".

(Met plaat.)

Pnder de materialen, die in den laatsten tijd de aan¬

dacht getrokken hebben van bekende personen op het gebied der theorie van bouwconstructiën, bekleedt zeker het cement-ijzer naar het systeem

„Monier", een eerste plaats.

De technische tijdschriften in binnen- en buitenland bevatten toch tegenwoordig herhaaldelijk artikelen over de berekening van cement-ijzerwerken, meer of minder op ervaringen in de praktijk gegrond (1).

De verschillende theoriën loopen daar, waar getracht wordt benaderende formules vast te stellen, belangrijk uiteen.

Steller dezes heeft het voorrecht gedurende eenige jaren verbonden te zijn aan de Amsterdamsche fabriek van cementijzerwerken en heeft als zoodanig met belangstelling gevolgd hetgeen over berekeningen van beton- en cement-ijzerconstructiën werd gepubliceerd, waarbij hij ruimschoots in de gelegenheid was de theorie door proefnemingen aan de praktijk te toetsen.

Op deze wijze is hij er toe gekomen, datgene wat hem het meest nabij de waarheid toescheen op schrift te stellen,

(1) R. P. J. Tütein Nolthenitjs. «Notulen van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs».

Ed. Coignet et N. de Tedesco. «Mémoires et compte rendu des travaux de la Société des Ingénieurs Civils de France».

P Planat. «Recherches sur la théorie des ciments armés».

Paul Neumann. «Wochenschrift des Oesterreichischen Ingenieur- und Architekten Vereines»,

J. Melan. «Oesterreichische Monatschrift für den öffentlichen Baudienst».

Grdt en Nielsen, Prof. Ostenfeld, Deensch tijdschrift «Ingenoren».

v. Thüllie, Melan, Latowsky, Ostenfeld, Spitzer, Emperger, Mandl. «Zeitschrift des Oesterreichischen Ingenieur und Architekten Vereines».

Hennebique. «La construction moderne». G. A. Wayss. «Das System Monier».

waarna de proeven van Prof. Bach hem aanleiding gegeven hebben de door hem gewijzigde theorie der elastische vormveranderingen op de berekening der cement-ijzerwerken toe te passen en formules op te stellen voor de in de praktijk het meest voorkomende gevallen, van welke studie een eenigszins beknopt overzicht hieronder volgt.

HOOFDSTUK I Algemeene beschouwingen.

Ter bepaling van de sterkte van cement-ijzeren platen of balken heeft men rekening te houden met het hieronder volgende:

1°. de dikte van de plaat of balk,

2°. de menging van de drooge materialen of de samenstelling van de cement-beton, 3°. de soort cement, 4°. de soort zand, •5°. de soort grind,

6°. de trek- en drukvastheid van de cement-beton, 7°. de ouderdom van idem,

8°. de elasticiteitscoëfficienten voor trek en voor druk van

de cement-beton, 9°. de dikte van de ijzerschicht of de gezamenlijke doorsnede der staven, 10°. de vorm dier staven, 11°. de trek- en drukvastheid van het ijzer, 12°. de elasticiteitscoëfficienten van het ijzer, 13°. de proportionaliteitsgrens van het ijzer, 14°. de ligging van het ijzer in de doorsnede van de plaat, 15°. de adhaesie tusschen de cement-beton en het ijzer, 16°. de eventueele oorzaak van de breuk, als:

a. het verbrijzelen van de cement-beton aan de bovenzijde van de plaat zonder nevenoorzaken,

b. het scheuren van de cement-beton aan de onderzijde van de plaat, waarna in den regel weer de definitieve breuk intreedt tengevolge van verbrijzeling aan de bovenzijde, en

c. door onvoldoende adhaesie tusschen de cement-beton en het ijzer, eene kwaal waaraan niet veel cementijzeren platen zullen lijden doch welke bestaat.

Wij kunnen de sub 1 tot en met 7 en de 9 tot en met 15 genoemde zaken als in den regel genoegzaam bekend zijnde beschouwen.

De sub 8 genoemde elasticiteitscoëfficienten voor trek en druk van de cement-beton zijn echter voorloopig wei voldoende bekend en, hoewel Prof. Bach vele proeven heeft genomen ter bepaling van de elasticiteitscoëfficienten voor druk van cement, cement-mortel en cement-beton ontbreken ons nog ten eenenmale de noodige gegevens ter bepaling van de waarde dier coëfficiënten op trek.

Of men zou de vier proeven van de Ingenieurs Grut en Nielsen, gepubliceerd in no. 9, jaargang 96 van het Deensche tijdschrift „Ingenoren" als voldoende moeten beschouwen.

De Yereenieiiiï Tan Bnreerlifte Inmienrs stelt ücn in seenen fleele 7erantwoordeli]i tooi de denioeelden in de onderscneidene Mliragei ontwü&eld ol toezelicnt;