is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 13, 1898, no 26, 25-06-1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

335

M «6.

aard is, dat zij gemakkelijk uit den wagen kan worden verwijderd om dezen voor een ander doel te bezigen.

De wagens loopen op twee assen. Zij zijn voorzien van de Westinghouse-snelrem en treeplanken langs de geheele lengte van den wagen. Daardoor en door hunne lange veeren, hun in verhouding—tot de wagen lengte — grooten radstand zijn deze wagens geschikt om in alle sneltreinen te kunnen worden vervoerd. Hun gewicht onbeladen bedraagt met inbegrip van de assen 12700 KG.

De uitvoering werd opgedragen aan de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel te Amsterdam en had deze bij de aflevering wederom gelegenheid te toonen, dat haar werk bij dat van geen enkele binnen- of buitenlandsche firma behoeft achter te staan.

H. Kepper.

INGEZONDEN STUKKEN.

Mijnheer de Bedacteur! Ik wensch er op te wijzen dat in de «Beschouwing over afschuivingen enz.» van den heer A. G. den Boestehd in No. 24 van Uw blad, een elementaire hydrostatische fout voorkomt: de drukking op het vlak hf ■— aangenomen dat des schrijvers beschouwing juist ware overigens — is niet = P (1 — Q), maar

Verder de redeneering van den schrijver weêr volgende, waarbij deze den oorspronkelijk aangenomen coëfficiënt Q = O stelt, komt men dan tot het resultaat, dat, wanneer hf> % hb, (en niet cd) er altijd afschuiving zou moeten volgen.

Mogelijk ook dat ik de «Beschouwing» verkeerd begrepen heb; het getallen voorbeeld toch uitwerkende volgens schrijvers formule, vind ik voor K — Kt -j- 121 K°, zoodat er dus in het beschouwde geval geen afschuiving zou plaats hebben in tegenstelling met de uitkomst waartoe de schrijver geraakt.

Het komt mij voor dat de verklaring van het bedoelde verschijnsel eenvoudig deze zou kunnen zijn, dat de tengevolge van overvloedigen regenval in verband met de geaardheid van de gebezigde specie, onder in het lichaam der ophooging aanwezige slappe weeke massa zijdelings wordt weggeperst en de bovengrond daarop nastort.

's Schrijvers beweren dat het opwerken met waterpasse in stede van met afwaterende vlakken de «gewone wijze van werken» zou zijn, is onbetwistbaar nieuw. Hoogachtend

Botterdam, 21 Juni '98.

Uw Bw. E.

üit het Verslag van de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Amsterdam over het jaar 1897.

I. Algemeen Overzicht.

Het jaar 1897 is Amsterdam weder niet onvoordeelig geweest.

De scheepvaartbeweging is opnieuw belangrijk toegenomen. Denijverheid bloeit en vertoont in de meest belangrijke takken, diamantindustrie, suikerraffinaderij, scheepsbouw en werktuigbouw, een niet onbeteekenenden vooruitgang. Kenmerkend voor den fondsenhandel van het jaar 1897 zijn de groote emissiën van mijnwaarden, afspiegeling van den eerst in de laatste jaren de aandacht trekkenden rijkdom onzer koloniën aan minerale producten, in het bijzonder petroleum en goud.

De toestand van de nijverheid in het jaar 1897, gaf, over het geheel genomen, reden tot tevredenheid. De ijzerindustrie had meer werk; aan de scheepstimmerwerven heerschte groote bedrijvigheid; de diamantnijverheid beleefde in de tweede helft des jaars, sedert he't invoerrecht op geslepen diamant in de Vereenigde Staten van Noord-Amerika van 25 pCt. op 10 pCt. was teruggebracht, een tijdperk van grooteren bloei; suikerraffinaderijen en bierbrouwerijen verwerkten grootere hoeveelheden dan in de vorige jaren; de likeurstokerijen zagen haar uitvoer vermeerderen.

Het aantal gaskrachtmachines nam van 173 tot 217 toe; het totaal paardekrachten dezer motoren steeg van 569 tot 745. Van stoommachines nam het aantal iets af, n.1. van 422 tot 419 ; het aantal paardekrachten echter steeg van 7734 tot 7989. Langzamerhand beginnen ook electrische motoren ingang te vinden; er waren tegen het einde des^ jaars 15 in werking met te zamen een vermogen van ongeveer oO paardekrachten.

Het scheepvaartverkeer in de haven was in 1897 belangrijk grooter

dan in het vorige jaar; de vooruitgang bedraagt in aantal schepen ongeveer 5 pCt., in tonneninhoud ruim 10 pCt. Vergeleken met de cijfers van het jaar 1893, dus vier jaar vroeger, vertoonde die voof het afsreloopen jaar een vermeerdering in aantal schepen van 25 pCt.

en in tonneninhoud van 36 pCt. . Ingeklaard werden in de jaren:

1885 1,635 zeeschepen metende 3,923,000 W bruto 1890 1,675 » » 4,200,000 » »

1893 1,558 » » 4,510,000 » »

1894 1,666 » » 4,986,100 » »

1895 1,676 » » 4,987,300 » »

1896 1,848 » » 5,577,250 » »

1897 1,940 » » 6,153,370 » »

Uitgeklaard werden in de jaren:

1885 1,647 zeeschepen metende 3,921,051 M3 bruto 1890 1,680 » » 4,145,352 » »

1893 1,555 » » 4,489,478 » »

1894 1,660 » » 4,971,480 » »

1895 1,684 » » 5,030,903 » »

1896 1.850 » » 5,553,072 » »

1897 1,942 y> » 6,146,316 » »

Wat de ingeklaarde ladingen betreft, vertoonen vooral de rubrieken hout, petroleum, erts en steenkolen een belangrijke vermeerdering tegenover het vorige jaar.

In ballast kwamen aan 64 schepen, tegen 81 in 1896 en 115 in 1895. Daarentegen was het aantal van in ballast vertrokken schepen iets grooter dan in het vorige jaar, n.1. 604 tegen 505 in 1896.

De gemiddelde inhoud der ingeklaarde schepen is tegenover dien van vorige jaren weer gestegen. De gemiddelde inhoud bedroeg in de jaren :

1885 2,400 M3

1890 2,507 »

1893 2.895 »

1894 2,993 »

1895 2,989 »

1896 3,018 »

1897 3172, »

Wat de afmetingen der ingeklaarde schepen betreft, mag hier wel gewezen worden op den invloed dien de openstelling der nieuwe zeeschutsluis te IJmuiden in December 1896 reeds blijkt te hebben gehad. Terwijl toch in vorige jaren geen schepen dieper gaande dan 73 d.M. m onze haven konden binnenkomen, is door de openstelling der nieuwe sluis en de in de laatste jaren uitgevoerde verdieping van het Noordzeekanaal de toegang voor veel dieper gaande schepen mogelijk gemaakt. Een blik op de tabel (achter hoofdstuk Scheepvaart) aantoonende den diepgang der door de Noordzeesluizen geschutte schepen, toont aan hoé reeds dadelijk van den ruimeren toegang is gebruik gemaakt. Sloot vroeger die lijst op 73 decimeter, en kwam slecht zelden een schip van 72 decimeters en in de meeste jaren geen enkel van 73 decimeters op het kanaal; voor het afgeloopen jaar moest de lijst tot 79 worden doorgetrokken, en kwamen reeds 10 schepen van 72, 11 van 73 en 9 schepen van 74 tot 79 decimeter diepgang op het Noordzeekanaal.

Het verkeer door de Noordzeesluizen te IJmuiden was, zoowel in aantal schepen als in tonneninhoud, belangrijk grooter dan in 1896. Geschut werden:

Naar zee 2,364 zeeschepen, metende bruto 6,927,285 M3 Uit » 2.359 » » » 6.942,191 »

te zamen 17723 » » » 13.869,476 »

tegen in 1896 4,352 » » » 12,399,468 »

» » 1895 4,429 » » » 11,373,415 »

» » 1894 3,960 » » » 10,949,161 »

* » 1893 3,675 » » » 10,027,576 »

Het aantal visschers- en andere vaartuigen, door de sluizen geschut, bleef beneden dat van vorige jaren. In beide richtingen toch werden geschut:

Visschersvaartuigen. Andere vaartuigen. Aantal. M3 bruto. Aantal. M3 bruto, in 1897 . . . 3,119 120,199 620 61,633

» 1896 . . . 4,739 249,930 490 43,975

» 1895 . . . 6,119 229,853 376 43,838

De vermindering van door de sluizen geschutte visschersvaartuigen, staat in verband met het ruim gebruik van de met 1 Juni 1896 in gebruik genomen visschershaven, welke buiten de sluizen gelegen is.

De omvang der scheepvaartbeweging in de visschershaven te IJmuiden, gedurende het jaar 1897, kan blijken uit het onderstaande staatje.

Tot de vorming van een spoorwegterrein bij de visschershaven werd het een en ander verricht. De noodige aardwerken, terreinbekleedingen en bestratingen kwamen gereed, de sporen werden grootendeels gelegd, een goederenloods en een weegbrug bijna voltooid. Een tijdelijke inrichting voor de levering van zoet water, ten behoeve van de vischhal en voor levering aan de visschersvaartuigen, werd in den loop van het jaar aanbesteed en gedeeltelijk uitgevoerd.

De opbrengst der in de Rijks-vischhal verkochte visch bedroeg in 1897 f 1.223.447.

Noordzee-kanaal.

Zooals in het vorig Jaarverslag vermeld werd is de nieuwe groote zeeschutsluis te IJmuiden op 12 December 1896 voor de scheepvaart opengesteld. Het werk was toen echter nog niet voltooid.