is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 13, 1898, no 29, 16-07-1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

378

Deze tak van volksnijverheid staat niet vijandig tegenover het fabriekswezen, en kan een zegen zijn voor streken, waar veel fabrieken gevestigd zijn. Onze ijverige secretaris, die deze zaak in Zweden en Noorwegen bestudeerd heeft, en in Nederland behartigt en ingang doet vinden, zal ongetwijfeld aan belangstellenden meerdere inlichtingen daaromtrent willen verschaffen.

Onze Maatschappij moet zich echter tot taak stellen ons Museum van Kunstnijverheid in die richting uit te breiden, en dienstbaar te maken aan de opwekking en de ontwikkeling van den kunstzin deiarbeidende klasse; een heerlijk doel voorwaar, en dat ongetwijfeld bereikbaar is, omdat wij van oudsher zijn een volk van kunstgevoel en die kracht niet uitgedoofd is.

Onze Maatschappij is in den laatsten tijd nog krachtig werkzaam geweest. Zooals ge u zult herinneren, Mijne Heeren, heeft onze Maatschappij, naar aanleiding van een voorstel van het tij dens de algemeene vergadering in Juli 1888 te 's-Gravenhage gehouden Congres in samenwerking met de vereeniging Arti et Industriae den eersten stoot gegeven aan het in de wintermaanden van 1893 op 1894 verwezenlijkt denkbeeld om, na het afleggen van proeven van bekwaamheid in het timmer-, meubelmaker-, huissmid- en huisschildersvak bewijzen van bekwaamheid uit te reiken aan 7 meesters en 1] gezellen in die vakken.

Door de daartoe benoemde commissie is in Augustus 1894 een uitvoerig verslag harer handelingen uitgebracht.

Inmiddels vereenigde de algemeene vergadering in Juli 1894 zich met het voorstel van de directeuren om de quastie betreffende de opleiding van toekomstige werklieden en de veredeling van het ambacht te doen behandelen op een door onze Maatschappij te houden Congres, dat dan ook op 17 April en 4 Juni 1895 te Amsterdam gehouden werd.

De voorstellen van dat Congres waren tweeledig en betroffen:

1°. het doen samenstellen en uitgeven van Nederlandsche handboeken voor het onderwijs en de beoefening van ambachten;

2°. de voortzetting van de in 1894 aangevangen poging tot veredeling van het ambacht door proeven van bekwaamheid, uitgebreid tot alle ambachten, die in ons land van beteekenis en daarvoor vatbaar zijn.

Het eerste voorstel is door de algemeene vergadering van Juli 1895 aangenomen, en daarvan is de uitvoering reeds zoover gevorderd dat in 1899 het eerste handboek voor het timmervak het licht zal zien.

Omtrent het tweede voorstel werden directeuren gemachtigd met de vereeniging Arti et Industriae en met verschillende andere lichamen te overleggen, hoe de aangevangen poging op de doelmatigste wijze kon worden voortgezet.

Ben commissie, samengesteld uit afgevaardigden onzer Maatschappij en veertien medewerkende vereenigingen, is daar werkzaam, zoodat ook gevolg is gegeven aan de opmerking, gemaakt in de algemeene vergadering van Juli 1897, dat deze commissie als een nieuw orgaan niet geheel worde losgemaakt van de Maatschappij, maar deze blijve toezien, dat dit orgaan richtig blijft werken.

Punt XIV van de onderwerpen, die in deze algemeene vergadering aan de orde zijn gesteld, zal de gelegenheid aanbieden om u mede te deelen, hoever de commissie voor de veredeling van het ambacht door het uitgeven van handboeken en het instellen van proeven van bekwaamheid bij ambachtslieden met haar taak gevorderd is.

Uit mijne rede zult u, mijne heeren, met mij het besluit trekken, dat nog een wijd arbeidsveld voor onze maatschappij open ligt.

Laat ons allen samenwerken om de taak, die ons is opgelegd krachtig voort te zetten, en tot een goed einde te brengen, en dat de leus onzer maatschappij op het cachet van 1752 gegraveerd, bewaarheid moge blijven. „Zij groeie onder een gelukkig gesternte!"

Ik open, mijne heeren, de 121e algemeene vergadering der Nederlandsche maatschappij ter bevordering van nijverheid.

( Wordt vervolgd).

Maandelijksch Overzicht van het Weder,

medegedeeld door het Kon. Nederl. Meteorologisch Instituut.

JUNI 1898. Normaal. WaarSen°-

men.

Gemidd. barometerstand 760.8 mM. 759.6 mM.

Hoogste » den 17<len Juni . 765.8 » 766.4 »

Laagste » » lsten » . 755.6 » 747.5 »

Gemidd. temperatuur 16.9° C. 18.6° C.

Hoogste » den 7d™ Juni . . 20.4° » 26.6° »

Laagste » » 18ien » . . 14.2° » 4.0° »

Gemidd. betrekk. vochtigheid 73 %• 76 °/Q

Hoeveelheid verdampt water 137.7 mM. 147.2 mM.

» gevallen » 56.1 » 75.6 »

Aantal dagen met neerslag 14.2 13

» » » » van 0.5 mM.

of meer 10.2 10

Gemiddelde bewolking 5.5 6.7

Aantal bewolkte dagen 3.5 10

» heldere » 3.5 1

Tengevolge van een depressie ten W. van Denemarken begon de maand met koud buiig weder, hetwelk tot 4 Juni bleef aanhouden, toen de verdeeling der luchtdrukking over Europa meer gelijkmatig was geworden. De temperatuur steeg belangrijk en op die dagen waren verschillende warmte-onweders hiervan het gevolg. De wind was

na 10 Juni hoofdzakelijk NO.-lijk, waardoor het weder toen, wel is waar droog, maar koud en veelal somber was. De depressie, die op 20 Juni ten W. van Schotland verscheen, maakte aan dezen toestand een einde, en, terwijl zij zich al meer en meer naar Midden-Europa uitbreidde, werd het weder hier te lande op 24 Juni weder buiig, wat tot het einde der maand voortduurde. Alleen op 27 Juni was het vrij goed weder.

Weerkundige waarnemingen te de Bildt, 8 uur voormiddag.

Barometer- wi„, Win"ir*01"' I Tempera- Neerslag

8 Juli 764.8 N. 4 17.2 1

9 » 765.6 N. 3 14.1 —

10 » 767.4 N.O. 3 13.6 —

11 » 767.7 N.N.O. 3 13.4

12 » 767.4 N. 1 12.4 —

13 » 756.4 W. 1 14.4 —

14 » 762.2 N. 2 15.8 1

Rivierberichten.

Waterhoogten, in Meters + N.A.P. 8 uur voormiddag.

Keulen. tïh™« Am Wester- Maas-

1898 7 uur Lobith. r™" voort, tricht. Venlo. Grave.

vm. gen- bem- (reg. pl.) brug).

9 Juli 39.15 11.65 9.36 9.52 10.02 41.80 9.32 5.57

10 » 3911 11.57 9.27 9.45 9.95 41.62 9.40 5.55

11 » 39.04 11.53 9.23 9.40 9.90 41.66 9.35 5.60

12 » 39.12 11.49 9.17 9.37 9.87 41.71 9.37 5.53

13 » 39.14 11.67 9.29 9.46 9.99 41.67 9.57 5.62

14 » 39.13 11.74 9.41 9.55 10.07 41.77 9.46 5.63

15 » 39.17 11.73 9.39 9.55 10.06 41.81 9.52 5.62

Na I Januari 1893 worden de opgaven der waterwaarnemingen aan de peilschalen langs de rivieren voorkomende in de Staatscourant herleid tot het Amsterdamsche peil volgens de UITKOMSTEN DER NAUWKEURIGHEIDSWATERPASSINGEN en de waterpassingen van den Algemeenen dienst van den Waterstaat.

Het Amsterdamsche peil wordt voor de hoogten, die dienovereenkomstig zijn bepaald, aangegeven door N.A.P. en de waterhoogten worden dus voortaan in meters volgens N.A.P. uitgedrukt.

De waterhoogten, betrekkelijk de nul der oude schaal blijven natuurlijk onveranderd.

BINNEN- EN BÜITENLANDSCHE BERICHTEN.

Den 12den Juli overleed te Hoek van Holland, in den

ouderdom van ruim 80 jaren, de heer | J- Lokker Sr., | opzichter van den Waterstaat. De overledene was begiftigd met de gouden eere-medaille van Oranje-Nassau.

De Eerste Kamer der Staten-Generaal heeft in hare zitting van 13 dezer met 34 tegen 7 stemmen aangenomen het wetsontwerp betreffende den Noord-Ooster locaalspoorweg en met 32 tegen 3 stemmen het wetsontwerp betreffende voorziening in de verdediging der Noordzeekust in Noord-Holland.

De sinds enkele jaren verlangde concessie voor de spoorlijn Enschede— Ahaus zal eindelijk door de Duitsche Regeering verleend worden.

Door de heeren J. B. A. Kessler te 's-Gravenhage, graaf de Marchant d'Ansembourg te Amstenrade en Mr. J. P. Sprenger van Eijk te 's-Gravenhage is concessie aangevraagd tot ontginning van het steenkolenveld „Emma", ter grootte van circa 1600 hectaren, gelegen in de gemeenten Schinnen, Oirsbeek, Merkelbeek, Brunssum, Heerlen, Amstenrade en Nieuwenhagen.

Technische Vakvereeniging, Afd. Amsterdam.

Vergadering van 13 Juli 1898.

Bij de opening heette de Voorzitter de aanwezigen en in het bijzonder de nieuwe leden welkom en deelde mede, dat een donateur de bibliotheek der afdeeling met een boekwerk had verrijkt.

Hierna werden de notulen der vorige vergadering gelezen en vastgesteld en de ingekomen stukken behandeld.

De heer M. Couturier Jr. hield alsnu een kunstbeschouwing over het werk «La Plante Ornementale» van E. Grasset.

Na eenige mededeelingen van den Bibliothecaris en de rondvraag werd deze vergadering gesloten.

Prijsvraag.

In zijne vergadering van 7 Juli is het Bestuur der Maatschappij tot bevordering der Bouwkunst teruggekomen op zijn besluit, waarbij alleen de leden der Maatschappij tot mededinging worden uitgenoodigd in den wedstrijd voor plannen voor «Een vorstelijk Paviljoen op het