is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 13, 1898, no 33, 13-08-1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE

13e Jaargang.

INGENIEUR.

Orgaan

417

1898. -12 33.

VEREENIGING VAN BURGERLIJKE INGENIEURS,

ffoefflai EBWijfl aai ie tittatt in in mconomie van OimOnn Werken ei NiwMi.

Prils Der laargang:

Franco per post.

Voor Nederland; f 8.—

Voor het Buitenland met vooruitbetaling , . - 10.50 Voor leden der Vereeniging van Burgerlyke Ingenieurs

worden bovenstaande prijzen met / 2.— verminderd. Men abonneert zich voor een jaargang. Over het bedrag der abonnementen in Nederland

wordt halfjaarlijks door de Administratie beschikt. Afzonderlijke nummers 20 cents. ~ Bewijsnummers

10 centB.

Yerickijit eiken. Zaterdag.

Abonnementen, stukken en mededeellngen, boeken brochures, enz. te richten aan de Redactie: Scheveningsche Veer no. 7, te 's-Gravenhage.

Advertenttèn uiterlijk Vrijdags 12 ure des voormiddags intezenden aan de Directie en Administratie van dit Blad, Pavelj oensgracht No. 19, te 's-Gravenhaee.

Hoofdvertegenwoordiger voor Nederland: C. W. BETCKE, Advert.-Bureau, Botterdam.

Afzonderlijke Nummers worden, voor zoover de voorraad strekt, alléén aan Abonnés geleverd.

's-Gravenhage. 13 Augustus.

Prijs ier AiYertentiên:

Per regel ƒ U.26

Groote letters naar plaatsruimte.

Abonnementen volgens afzonderlijke overeenkomst.

Bh' eene eerste plaatsing van annonces voor Aanbestedingen is de prijs per regel ƒ0.15; bij eene tweede en meerdere plaatsing van dezelfde annonce ƒ0.10.

Bij abonnement op Advertentién wordt het blad gratis toegezonden.

Verantwoordelijk Redacteur: J. van Heurn, Civ.-Ing., 's-Gravenhage. INHOUD.

Een en ander over openbare slachthuizen, door J. de Koning. — Bijdrage tot de oplossingstheorie van ijzer en staal, door Hans Baron v. Jüptner (slot, vervolg van blz. 360). — Ingezonden stukken. — Staten-Generaal (vervolg van blz. 413). — Uit de jaarverslagen der Spoor- en Tramwegmaatscbappijen over 1897. — Weerkundige waarnemingen. — Rivier berichten. — Binnen- en Buitenl. Berichten. — Benoemingen, verplaatsingen enz. — Open betrekkingen. — Gezochte betrekkingen.

Een en ander over openbare slachthuizen.

>e Denoeite aan openoare slachthuizen, ook voor

kleinere steden en voor die van middelbare grootte,

1? beemt zich m INederland meer en meer te doen

gevoelen en ik acht den tiid niet ver verwilderd,

waarin zij zoo algemeen zullen zijn als thans de gasfabrieken en waterleidingen. Het komt mij daarom voor dat het zijn nut kan hebben eenige algemeene gezichtspunten te ontwikkelen, die zich bij deze inrichtingen voordoen. Ik wensch reeds dadelijk voorop te stellen dat ik de zeer uitgebreide inrichtingen van dien aard als thans voor ons van minder practische waarde wensch buiten beschouwing te laten.

De eischen waaraan het emplacement van een openbaar slachthuis moeten voldoen vallen onmiddellijk in het oog. Het moet niet zoo dicht bij de stad gelegen zijn dat het gevaar loopt bij uitbreiding van deze daardoor omsloten te worden, ook weder niet zoover, dat het vleesch over grooten afstand moet worden vervoerd. Het moet zoo dicht mogelijk gelegen zijn bij de spoorweglijn waarlangs het vee wordt aangevoerd, liefst in de onmiddellijke nabijheid der veemarkt, en tevens zoodanig, dat het spoelwater en de afval gemakkelijk kunnen worden afgevoerd. Ook behoort men een ruim terrein beschikbaar te hebben, daar de gebouwen en de noodzakelijke open ruimte veel plaats innemen. Een en ander is zoo duidelijk, dat het onnoodig is daarbij lang stil te staan, bovendien zal men door plaatselijke omstandigheden slechts zelden geheel vrij zijn in de keuze van het emplacement.

De inrichtingen bij elk slachthuis noodzakelijk zijn de volgende:

1°. een directiegebouw; 2°. een slachthal; 3°. veestallen; 4°. darmwasscherij ; 5°. mestbergplaats;

6°. een koelhuis met machine- en ketelgebouw;

7°- reinigingsinrichting voor afvalwater.

Het directiegebouw moet bevatten behalve een woning (dikwijls die van den directeur): de noodige bureaux voor de administratie, een klein laboratorium voor het vleeschonderzoek, een vertrek voor het microscopisch onderzoek voornamelijk op trichinen. Liefst worden ook de overige woningen van het personeel op het terrein van het slachthuis gebouwd, althans die van den halopzichter en van den

machinist. Overigens zijn slechts hoogstens een paar arbeiders noodig, daar het slachten ongeveer overal geschiedt door het personeel van den slachter: deze arbeiders kunnen gevoeglijk buiten het terrein wonen.

Slaehthallen zijn er in den regel twee; een voor groot en klein vee en één voor varkens, soms is er slechts één voor beide diersoorten, bij enkele groote inrichtingen zijn de hallen voor groot en klein vee gescheiden. De hal moet zijn ruim en vooral luchtig en is dikwijls van een ventilatiekap voorzien; tot op manshoogte is het voor de reinheid gewenscht de wanden met gladde tegels te bekleeden; de vloer is in den regel van cementbeton, ook wel asfalt, een enkele maal met vloertegels bekleed, die echter op den duur zeer glad en glibberig worden en daardoor minder aan te bevelen zijn. De hal wordt door een middengang in twee niettemin gemeen liggende deelen gedeeld, de vloeren worden afwaterende bewerkt en zijn plaatselijk van roosters voorzien waardoor het slachtwater wegloopt. Ter weerzijden van het gangpad heeft het slachten plaats. Aan de zolderbalken hangen de jukken, die elk afzonderlijk door een aan der muur bevestigd windwerk kunnen op en neder worden gelaten en waaraan het gedoode dier wordt opgehangen ter verdere behandeling. In de nieuwere slachthuizen is bovendien aan de zoldering een loopkraan inrichting aangebracht waarmede het afgeslachte dier door één persoon zonder eenige moeite van de jukken kan worden afgenomen en hangende in de koelruimte worden geschoven. In de slachthal voor varkens staan bovendien een of twee groote ketels met water, dat door toelating van stoom wordt verwarmd en waarin het geslachte varken met behulp eener kraan wordt gedompeld om het daarna op een bol gebogen tafel van de borstels te ontdoen. De ruimte waarin dit geschiedt is dikwijls van af den kap tot op bijv. 3 meter van den vloer door een muur van de slachthal gescheiden opdat de dampen niet in de hal doordringen ; soms wordt echter deze afscheiding onnoodig geacht en bepaald men zich tot het aanbrengen eener deugdelijke ventilatie boven de broeiketels.

Bakken voor het opvangen van bloed en voor het opnemen der ingewanden benevens wagentjes om deze weg te rijden, behooren voorts tot de inrichting der hal. Zoo ook ringen in den vloer waaraan het te slachten vee wordt vastgebonden.

Ter loops zij nog opgemerkt, dat in verschillende groote slachthuizen de hal in afzonderlijke ruimten is verdeeld, waarvan elke slachter er eene ter beschikking heeft; het behoeft wel geen betoog dat deze inrichting voor kleinere slachthuizen niet aan te bevelen is.

Veestallen maken een noodzakelijk onderdeel uit van een slachtinrichting, al ware het slechts om het vee, dat aangevoerd is te laten uitrusten, daar het in gejaagden of verhitten toestand niet behoort te worden geslacht.

Zoodra het geslachte dier geopend is wordt er het vet en de ingewanden uitgenomen en op de bovengenoemde karretjes gelegd. Soms worden deze in de slachthal van elkaar

Be Vereeniging yan Burgerlijke Ingenieurs stelt zien In geenen deele verantwoordelijk voor ie denkbeelden in de onderscheidene Bijdragen ontwikkeld of toegelicnt.