is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 13, 1898, no 36, 03-09-1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M »«

456

Men vraagt de afmetingen van een der stellen voedingsleidingen te berekenen, waarvan de belasting = I is, indien een spanningsverlies e wordt toegelaten.

Uit het onderstelde volgt

p = 4,

zoodat

| :VTÏ - Vy en f = V\ = Va

Het maximale spanningsverlies in een der hoofdleidingen mag dus bedragen:

e

' = 1 + Va VT zoodat we vinden voor de doorsnede der hoofdleidingen:

D = — = (1 + Va K"2) —, <x f cc e

en voor die van den middenleider:

d = D = (1 + V~% —.

a e

De totale koperdoorsnede zal dus bedragen

2D + d = (3 + 2/2)- = 5,83 —.

ae ae

Hadden wij de 3 leidingen van gelijke doorsnede genomen, zoo zou het maximaal toe te laten spanningsverlies in iedere

leiding -| geweest zijn, zoodat we dan voor ieder der doorsneden

zouden gevonden hebben:

1 e ae «2

en voor de totale doorsnede:

3 A = 6 —.

ae

Men ziet dus dat door het zwaarder nemen van den middenleider eene, zij het dan ook geringe, koperbesparing verkregen wordt.

Uit de gevonden formules:

D = Do + Va V 2 Do d0 d = d0 + V 2 D0 d0 is nu verder gemakkelijk af te leiden welke koperbesparing hoogstens door toepassing van het drieleider-systeem te verkrijgen is.

Om met een tweeleidernet dezelfde hoeveelheid electrische energie, bij dezelfde spanning en hetzelfde verlies over te brengen, moet de stroomsterkte bedragen 2 1 en mag in iedere

leiding slechts een verlies van Yolt toegelaten worden.

De doorsnede van ieder der leidingen zal dus bedragen:

D, = = 4 — = 4 D0,

e ae

«2

de totale koperdoorsnede is dus : 2 Dx = 8 Do.

Bij het drieleidersysteem is de totale koperdoorsnede :

2D + d= 2D0 + d0+2 V 2 D0 d0

of daar

d0 i

2D + d = D0[2 + £ + 2 V~2p] = A> LK2"+ V^p¥.

De benoodigde hoeveelheden koper voor de overbrenging van gelijke hoeveelheden electrische energie, bij gelijke verbruiksspanning en gelijk verlies, verhouden zich dus bij een 3- en een 2-leidernet als:

(K2 -t- vpy (l + V\)

2 = g = -A •

Voor p = 0 (gunstigste geval) is q = 1ji en bedraagt dus de besparing 75 pet.

Voor p = 1 (ongunstigste geval) is q = ll—^ ^ ^ =

= 0,73 en bedraagt dus de besparing slechts 27 pet.

4

Fig. 3.

In fig. 3 is de betrekking tusschen p en q graphisch voorgesteld, en men kan dus uit deze figuur direct aflezen welke bespai-ing bij gegeven maximaal belastingverschil tusschen beide helften van het net door toepassing van het drieleidersysteem kan verkregen worden.

P. M. Verhoeckx.

De Haarlem-Zandvoort Spoorwegmaatschappij.

Aan de Haarlem-Zandvoort Spoorwegmaatschappij is onder de navolgende voorwaarden concessie verleend voor het inrichten van den locaalspoorweg van Haarlem naar Zandvoort tot gewonen spoorweg:

Art. 1. De richting en het lengteprofiel van den spoorweg van Haarlem naar Zandvoort zullen zoodanig worden gewijzigd, dat de straal der bogen over het algemeen 500 meter of meer zal bedragen, behalve in de nabijheid der stations, waar hij tot 300 meter zal mogen verminderen; terwijl de hellingen tot hoogstens 5 mM. per meter zullen worden teruggebracht.

De kruinsbreedte der aardebaan, gerekend ter hoogte van den bovenkant der spoorstaven, zal minstens bedragen bij ophooging: bij enkel spoor .... 4.50 M. » dubbel » .... 8.00 »

en bij ingraving:

bij enkel » .... 6.00 » » dubbel » .... 9.50 »

Waar de bestaande spoorweg noch in hoogteligging, noch inrichting wijziging ondergaat, zal de bestaande kruinsbreedte der aardebaan onveranderd kunnen blijven, totdat de Minister van Waterstaat, H. en N. het noodig oordeelt, dat ook op die gedeelten de aardebaan op de in de vorige zinsnede bepaalde minimum afmetingen wordt gebracht.

De afstand tusschen de assen der sporen zal, bij dubbel spoor op de vrije baan, minstens 3.60 M. en op de stations minstens 4 M. bedragen.

De bovenbouw zal worden verzwaard; de spoorstaven zullen zijn van staal en minstens 33.7 K.G. per M. moeten wegen. De bovenbouw van de brug over de Zanderij vaart zal worden versterkt.

De spoorweg zal over de geheele lengte worden afgesloten. De werken tot afsluiting en de werken tot bewaking en bevei-