is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 13, 1898, no 40, 01-10-1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

50]

M 40.

verplichtend zou moeten worden gesteld. Op bovenaangegeven wijze zou, eene rationeele verbinding van de Zuid-Hollandsche eilanden (Voorne en Putten, Goeree en Overflakkee) en van de Zeeuwsche eilanden Schouwen en Duiveland met Botterdam worden tot stand gebracht.

Ter beoordeeling werden den Raad toegezonden een ontwerp en voorwaarden voor het maken van de aardebaan, het leveren van ballast, het leggen van sporen en wissels, benevens het inrichten van twee bruggen voor tramverkeer, enz. voor de lijn Rotterdam—Hoeksche Waard.

Door het bestuur der Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij werd voorgesteld de trambaan, voor zoover die is ontworpen over den Stougiedijk in de gemeenten Westmaas en Klaaswaal in plaats van op den dijk, op den oostelijken onderberm aan te leggen. Met dit voorstel kon de Raad zich vereenigen en in dien geest is door den Minister eene beslissing genomen.

Brouwershaven—Steenbergen. Nadat in 1894 een onderzoek was ingesteld naar aanleiding van eene concessie-aanvrage van een comité voor den aanleg van een stoomtramverbinding ten behoeve van Schouwen en Duiveland, n.1. van Brouwershaven naar Steenbergen, waarin begrepen was het maken van eene verbinding tusschen twee gedeelten van den tramweg door een stoombcotveer aan het Zijpe, werden van den Minister ter beoordeeling ontvangen de teekeningen door de Rotterdamsche , Tramweg-Maatschappij, welke de uitvoering van dit denkbeeld op zich heeft genomen, ingezonden voor den aanleg van den tramweg voor het gedeelte in de provincie Zeeland van Brouwershaven naar het Westelijk beginpunt van den Slaakdam. De bestekken 1, 2 en 3 betreffende de levering van dwarsliggers, van den bovenbouw en den aanleg van verschillende kunstwerken zijn onderzocht en daarop door den Minister goedgekeurd.

Schagen— Wognum. Een contract voor de exploitatie van den Stoomtramweg Schagen—Wognum, door het bestuur der Stoomtramweg-Maatschappij „Westfriesland" aan den Minister ter goedkeuring ingezonden, werd aan 's Raads beoordeeling onderworpen.

Veghel—Eindhoven—Belgische grens. De door de Tramweg-Maatschappij de „Meyerij" ingezonden plannen voor de richting van den tramweg van Veghel over Eindhoven naar de Belgische grens werden onderzocht en bij beschikking van 15 Februari 1897 door den Minister goedgekeurd. Aangaande de aansluitingen aan andere spoorwegen, waartoe de onderneming verplicht is ingevolge de overeenkomst van 29 September 1896, werd bepaald dat de aansluiting te Eindhoven aan den Staatsspoorweg zal worden gemaakt volgens een plan, opgemaakt in overleg met de Exploitatie-Maatschappij en goedgekeurd bij beschikking van 9 Februari 1897 n°. 148 afd. Waterstaat (2e o. a.) en voorts dat te Veghel aansluitingen zullen worden tot stand gebracht aan den NoordBrabantsch-Duitschen spoorweg en aan de stoomtramwegen 's-Hertogenbosch—Helmond en Veghel—Oss, waarvoor de tramweg van Sluis n°°. 4 der Zuid-Willemsvaart door of langs de kom der gemeente Veo-hel zal zijn door te trekken. Daar door de gemeente Veghel vooralsnog bezwaar werd geopperd tegen het gebruik maken van de bestaande wegen, om deze aansluitingen tot stand te brengen, kon op 18 Augustus 1897 de lijn van de Belgische grens niet verder geopend worden dan tot bovengenoemde sluis n°. 4 bij Veghel. Onder dagteekening van 28 December 1897 is eene suppletoire overeenkomst aangegaan tusschen den Staat en de Tramweg-Maatschappij „de Meijerij", waarbij is bepaald, dat een gedeelte van het Rijkssubsidie wordt ingehouden, totdat de bedoelde aansluitingen gemaakt en zoodoende de tramweg voltooid zal zijn.

Joure—Lemmer. In 1894 was een onderzoek ingesteld naar eene concessie-aanvrage voor den aanleg van een locaalspoorweg van Joure naar Lemmer. Nadat sedert dien tijd over deze aangelegenheid geen verdere mededeelingen waren ontvangen, werd in het afgeloopen jaar door den Minister een voorstel van de Nederlandsche Tramweg- i Maatschappij toegezonden betreffende de richting te geven aan den i stoomtramweg van Joure naar Lemmer, ten behoeve waarvan bij de i wet van 2 Mei 1887, Staatsblad n°. 123, een renteloos voorschot is beschikbaar gesteld. ;

De Raad gaf in overweging, de voorgestelde richting goed te keuren, s doch daarbij te bepalen, dat aan het emplacement te Lemmer eene 1 gelegenheid moet worden toegevoegd, om passagiers en bagage in directe verbinding te brengen met eene buiten de sluis liggende stoomboot.

Hengelo— Vorden—Zutphen. Een onderzoek werd ingesteld naar een ] concessie-aanvrage voor den aanleg van een stoomtramweg van Hengelo 1 (Gelderland) over Vorden naar Zutphen, waarvan het eerste gedeelte I in de plaats zou komen van den aanvankelijk ontworpen paardentram- ' weg van Hengelo (G.) naar Vorden, waarvoor ten vorigen jare Rijks- 1 subsidie was toegestaan. De bedoeling was te Vorden aansluiting te 1 geven aan het station van den Nederlandschen Westphaalschen spoor- 1 weg, van Vorden tot Zutphen den tramweg langs den Rijksstraatweg c te leggen, terwijl te Zutphen de lijn zou worden doorgetrokken tot het 1 voorplein van het station van de Staatsspoor met eene verbinding met c het goederenstation van dien spoorweg. * Voorts werden nog onderzocht: 1 1°. Eene aanvrage om concessie voor den aanleg van een elee- c tnschen spoorweg van Rotterdam naar 's-Gravenhage, zonder aansluiting I aan de bestaande spoorwegen en uitsluitend bestemd voor een snel vervoer van reizigers tusschen genoemde hoofdplaatsen • I

b 2°. Een concessie-aanvrage voor den aanleg van een gewonen spoorweg ï van Rotterdam langs Pijnacker, Nootdorp en Voorburg naar VGraven" 3 hage, te Rotterdam aansluitende aan de in aanleg zijnde verbindingsbaan 1 en in de nabijheid van Voorburg aan den Staatsspoorweg Gouda— s-Gravenhage;

3°. Eene concessie-aanvrage voor den aanleg van een stoomtramweg op den Rijksweg van Almelo langs Borne, Hengelo en Enschedé in de ; richting naar Gronau, waarvan de bedoeling was: eerstens een nieuw vervoermiddel te scheppen voor het locale verkeer tusschen de genoemde plaatsen en voorts om eene gelegenheid te verschaffen om de verschillende fabrieken langs de ontworpen lijn gelegen, in rechtstreeksche verbinding te brengen eenerzijds met de spoorwegen te Almelo anderzijds met de Duitsche Spoorwegen te Gronau.

4°. Een aanvrage om Rijkssubsidie voor den aanleg van een stoomtramweg van Hoogeveen over Oosterhesselen, Zweelo en Sleen naar Nieuw-Amsterdam (Emmen), waarvan de bedoeling is het zuidoostelijk gedeelte van Drenthe in verbinding met het Staatsspoorwegnet te brengen.

5°. Een verzoek om eene vroeger in uitzicht gestelde concessie voor den aanleg van een stoomtramweg van Drachten naar Groningen te verleenen aan de Nederlandsche Tramweg-Maatschappij te Heerenveen, en dat wel afgescheiden van de concessie Leeuwarden—Drachten, waarover vroeger mede onderhandelingen gevoerd waren.

6°. Een aanvrage om concessie en subsidie voor den aanleg van een stoomtramweg Kwadijk—Edam—Volendam, alsmede voor een stoomtramweg van Volendam over Edam naar Purmerend.

(Wordt vervolgd.)

STATEN-GENERAAL.

Toekenning van een renteloos voorschot uit 's Rijks schatkist ten behoeve van den aanleg van een stoomtramweg van Hoogeveen naar Nieuw-Amsterdam.

Bij Kon: Boodschap van 19 Sept. 1898 is bij de Tweede kamer ingekomen een wetsontwerp, waarvan art. 1 luidt: «Uit 's Rijks Schat«kist wordt een renteloos voorschot beschikbaar gesteld van 1/3 der aan«legkosten, doch tot geen hooger bedrag dan f140.000, ten behoeve van «den aanleg van een Stoomtram van Hoogeveen naar Nieuw-Amsterdam» Aan de M. v. T. ontleenen wij het volgende:

§ 1 Nu de aanleg van den Noordoosterlocaalspoorweg als verzekerd mag worden beschouwd, zal binnen enkele jaren voor een groot deel worden voorzien in de behoefte aan betere verkeersmiddelen van het oostelijk deel der provincie Drenthe. Over Zwolle verkrijgt deze streek eene verbinding met het centrum van het land, terwijl de zijtak Gasselternijeveen—Assen de aan den locaalspoorweg gelegen plaatsen met de hoofstad der provincie zal verbinden.

Toch blijft de locaalspoorweg nog op vrij grooten afstand van de Staatsspoorweglijn naar het Noorden verwijderd. Tusschen de op het gebied der gemeente Emmen gelegen veenjiolonie Nieuw-Amsterdam en de aan den Staatspoorweg gelegen markt- en handelsplaatsen Hoogeveen en Meppel heeft zich, niettegenstaande de gebrekkige middelen van vervoer, een niet onbelangrijk verkeer ontwikkeld, dat slechts afdoende door den locaalspoorweg zal worden gebaat, wanneer deze, evenals door de in het plan voor dien spoorweg opgenomen zijlijnen Gasselternijeveen—Assen en Marienberg—Zwolle, als door zoovele sporten van een ladder, met de lijn van den Staatsspoorweg wordt in verbinding gebracht. De wensch, om door het in stand houden en ontwikkelen van dit verkeer den bloei van de genoemde plaatsen te bevorderen, deed een tweetal belanghebbenden, de heeren J. F. Scholten te Groningen en J. Blom te Meppel, het plan opvatten Hoogeveen en Nieuw-Amsterdam door een stoomtramweg te verbinden. Door het kiezen van een doeltreffend tracé kan deze verbinding tevens worden dienstbaar gemaakt aan eenige landbouwende gemeenten van zuidoostelijk Drenthe, welke niet door den 'locaalspoorweg zullen worden aangedaan.

Niet het minst om deze reden vondt het plan in die mate sympathie, zoowel bij het provinciale bestuur als bij de belanghebbenden in de streek zelve, dat thans een voorstel tot het verleenen van eene Rijksbijdrage kan worden aanhangig gemaakt.

$ 2. Bovenbedoeld plan omvat den aanleg van een stoomtramweg, welke, om zooveel mogelijk van de bestaande wegen te kunnen gebruik maken, met eene spoorwijdte van 1,067 M. is ontworpen, loopende van het station Hoogeveen van den Staatsspoorweg, door de bebouwde kom van die gemeente en verder langs den straatweg en de Hoogeveensche vaart tot aan de Zwindersche brug, alwaar het tracé noordwaarts afbuigt langs Gees, Oosterhesselen, de Klenke, Sleen en Erm, om bij het eindpunt van het Stieltjes-kanaal te Nieuw-Amsterdam de Hoogeveensche vaart weder te bereiken. Niet alleen worden de genoemde plaatsen maar ook de kom van de gemeente Zweeloo zoo dicht genaderd, dat deze door den stoomtramweg eene verbinding verkrijgt zoowel met den Staatsspoorweg te Hoogeveen als met den Noordoosterlocaalspoorweg te Nieuw-Amsterdam. Voorts wordt dooide ontwerpers overwogen den tramweg langs de Hoogeveensche vaart door te trekken door Erica en om de hoofdkom van de gemeente Emmen door middel van een zijtak aan de lijn te verbinden.

Deze lijn, welker lengte van Hoogeveen tot Nieuw-Amsterdam 34,6 K. M. bedraagt, wordt geraamd, incl. rollend materieel f420,000 te