is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 13, 1898, no 53, 31-12-1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M 53.

654

het nadeel van de toestellen onrein te maken door het opspatten, glycerine is dan beter, doch lang niet zoo goed als gewone petroleum die inderdaad zeer goed is voor het doel; wel wordt het op den duur ontleed en moet zoo af en toe vernieuwd worden, doch dat is met de andere ook het geval. Zonder te willen beweren dat een vonk in een vloeistof niet bestaan kan (zooals door sommigen beweerd wordt), zoo kunnen wij wel zeggen dat bij eenzelfde potentiaal verschil de vonklengte in lucht vijf- tot tienmaal grooter is dan in petroleum, ergo is de vonk in petroleum veel spoediger gebluscht, het verdwijnen der krachtlijnen dus sneller, de sekundaire E. M. K. dus grooter.

De vernielende werking van de vonk maakt het gebruik van platina voor de verbrekingsplaatsen bepaald noodzakelijk, tenzij de verbreking geschiedt in een vloeistof, dan kan kwik gevonden worden.

Verreweg de meeste groote induktoriums zijn voorzien van een kwikinterruptor, meestal afzonderlijk van het apparaat opgesteld.

Indien wij een stroom sluiten door eenvoudige aanraking van twee platinadraden, dan zijn hieraan een paar nadeelen verbonden, zoo bijv. is het kontakt te klein van oppervlak. Dit laatste euvel is niet te verhelpen door het nemen van dikke platina staafjes of een staafje en een plaatje, aangezien de aanrakingsplaats niet groot blijft; men kan wel beginnen met de twee aanrakingsplaatsen mooi vlak te maken en zoo een breed kontakt hebben, doch zeer spoedig vreet de vonk de kantjes weg en blijft na zeer korten tijd weer slechts een klein aanrakingsoppervlak disponibel voor stroomdoorgang.

Daarom was het een groote verbetering toen Poucault de naar hem genoemde kwikonderbreker bekendmaakte.

Twee voordeelen zijn nu bereikt, ten eerste dat het kontakt net zoo groot kan zijn als men wenscht en ten tweede dat de duur van stroomsluiting nu ook net zoo lang kan zijn als vereischt wordt voor goede werking van het apparaat; in de vrije lucht zou het kwik niet lang goed blijven bij die voortdurende vonken, onder petroleum echter is de oxydatie niet hinderlijk.

Met het oog op de wenschelijkheid van snelle interruptie moet het kwik zuiver zijn, daar verontreinigingen het, zooals bekend, dradig maken. Tegenover de bekende Foucault-onderbrekers, welke men electro-magnetische zou kunnen noemen, staan nu de meer moderne zoogenaamde roteerende interruptors.

Bij den roteerenden interruptor van Max Kohl, welke interruptor echter volstrekt niet roteert, komen eenige goede eigenschappen voor.

Een klein elektromotortje draagt op de as van het anker een vliegwieltje en een krukpen. Aan deze pen is door een stangetje een glijstuk verbonden dat tusschen leibaantjes

loopt, zoodat de ronddraaiende beweging in een recht op en neer gaande is omgezet.

Aan hetzelfde glijstuk zit nog een arm met stift en platina punt, welke laatste in en uit kwik beweegt; op de kwik wordt petroleum gebracht zoodat de onderbreking niet in de lucht geschiedt.

Ten eerste kan, door de motorsnelheid te varieeren ook de snelheid van interruptie gewijzigd worden tusschen zeer wijde grenzen, en ten tweede— en dat is een zeer belangrijk punt — door het hooger of lager stellen van het kwikreservoir de duur van stroomsluiting verlengd of verkort worden.

De aard van interruptie brengt hier mede dat betrekkelijk zware stroomen kunnen gebruikt worden — deze interruptor beantwoordt uitstekend aan het doel — de naam alleen is minder juist gekozen.

Een werkelijk roteerende interruptor is die van Hofmeister, waarbij op de as van een motor een ster van 8 staven zit, deze slaan in kwik; het komt ons voor dat deze oplossing van het vraagstuk niet de gelukkigste is.

Hoe sneller de verbreking, des te grooter de sekundaire E. M. K. maar de periode van verbreking moet kort zijn omdat anders voor bepaalde doeleinden met name bijv. het opwekken van Röntgen-stralen de intermitenzen te groot zijn en de flikkering van het licht hinderlijk wordt.

Het zou ons te ver voeren, wilden wij alle bestaande stroominterruptors vermelden; dat zou ook geen zin hebben, toch willen wij nog een bespreken omdat die juist is zooals het niet gewenscht wordt: wij bedoelen den interruptor van Cremieu.

De rol welke de interruptor speelt is deze — een rechtstroom moet vele malen in de sekunde verbroken worden, zoodanig dat de periode van stroomsluiting lang genoeg duurt om de strooms.terkte tot het maximum te laten aangroeien en dus de ijzerkern tot het maximum te magnetiseeren, en zoodanig dat de snelheid van verbreking zoo groot mogelijk zij, doch de verbreking zelve zoo kort mogelijk dure.

De stroominterruptor van Cremieu heeft dit eigenaardige dat behalve dat de stroom telkens verbroken wordt, ook telkens de stroomrichting omgedraaid wordt.

Cremieu meent daarmede te bereiken een gelijkheid van positieve en negatieve spanning, doch bereikt heel wat anders.

Het groote voordeel van de Ruhmkorff klos ligt juist in het feit dat een der sekundaire klemmen zoo overwegend sterker 4is dat de stroom in vele gevallen als unidirektional kan beschouwd worden, welke sekundaire pool dat is hangt van de primaire stroomrichting af, elke groote klos is voorzien van een stroomwender teneinde naar verkiezing elke pool sterk + te maken.

Maar als nu primair ook telkens de stroomrichting verandert, dan verdwijnt alle verschil van polariteit en men heeft een intermiteerenden hoogspannings golfstroom.

Wil men dit, dan is het veel gemakkelijker te bereiken