is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 13, 1898, no 53, 31-12-1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M 53.

656

extra stroom in zich op te nemen, dan zou het er niet toe doen hoe groot de kapaciteit was, mits groot genoeg.

Uit de kromme van Walter blijkt echter dadelijk dat er een kritische waarde is voor deze kapaciteit.

Het schakelen van een kondensator in shunt is lang niet de eenige methode om de extrastroom-vonk te neutraliseeren.

De toepassing van een zeer krachtige elektromagneet om de vonk te blusschen is wat omslachtig, in een krachtig magnetisch veld wil een vonk niet bestaan en dooft dus zeer snel.

Een ander middel zou gevonden kunnen worden in een diëlektrikum veel sterker dan lucht of olie, het is mogelijk de vonk te dooven door tusschenschuiven van bijv. glas tusschen de verbrekingspunten, m. a. W. door bijv. een glazen plaat met gaten aan den omtrek te laten roteeren tusschen de kontaktpunten — een ander isoleermiddel is óf een hoog luchtledig óf een hooge drukking bijv. 50 atm.; dit laatste is uit den aard der zaak zeer onpraktisch — het eerste, een luchtledig, is indertijd ook toegepast geworden, doch zonder succes; dit lag echter niet aan de methode, doch aan het feit dat het vakuum niet hoog genoeg was, de luchtverdunning dus eer bevorderlijk dan hinderlijk was voorstroomovergang.

Wil een vakuum inderdaad isoleeren, dan moet het ongeveer een millioenste atmosfeer bedragen.

Nog een ander middel is het gebruik van blanken draad voor de primaire wikkeling Carlier ; de uitvinder van blanken draad elektromagneten gaf aan Ruhmkorff den raad deze toe te passen voor zijn induktieklossen. Rumkorff slaagde hierin, maar het is mij niet bekend waarom hij de methode later weer verlaten heeft; denkelijk omdat die magneten wat sterker stroom vereischen en dat is zooals opgemerkt, voor induktoriums niet gewenscht.

Het derde punt van ons onderwerp was primaire wikkeling en ijzerkern.

Daar het vonken aan de verbrekingsplaats een gevolg is van de zelfinduktie van de primaire wikkeling en deze vonk schadelijk is, zoo is het raadzaam genoemde zelfinduktie zoo klein mogelijk te houden en dus het aantal primaire windingen niet grooter te nemen dan noodig is.

Vrij algemeen bedraagt dit aantal voor klossen van middelmatige grootte 400 a 500.

Het benoodigde aantal krachtlijnen moet natuurlijk verkregen worden met ampere-windingen en waar de eerste uit den aard der zaak niet veel zijn, moet het aantal windingen zorgen voor de sterkte van veld.

Daar er geen verband is tusschen sekundaire spanning en primaire spanning — heeft de eerste ook niets te maken met de verhouding, sekundaire wikkelingen tot primaire wikkelingen en schijnt ons de keuze van aantal primaire wikkelingen arbitrair te zijn, tot zekere mate althans.

Als voorbeeld dat er nogal verschil van opvatting bestaat tusschen verschillende fabrikanten mag vermeld worden dat mijn klos van Ducretet en Lejeune voor een vonklengte van 12 cM. volgens de fabrikanten een stroom van 14 amp, noodig heeft; een klos van Max Kohl, die slechts weinig grooter in omvang is, behoeft voor een vonk van 30 cM. slechts 4 amp. stroom.

Het aantal primaire windingen is bij beide tusschen 400 en 500.

Wat betreft de lengte van den ijzerkern, hieraan schijnt door slechts enkele fabrikanten aandacht te zijn geschonken, zij die een lange ijzerkern nemen — hetzij uit raisonnement met betrekking tot geringer magnetischen weerstand, hetzij uit praktische ervaring, zooals bijv. Max Kohl en Apps die ook tevens fabrikanten zijn van de grootste vonklengteklossen bij de kleinste afmetingen en het is zeer waarschijnlijk dat deze twee feiten in logisch verband met elkaar staan.

Gooding deelde als zijn ervaring mede dat hij bij een verlenging van een ijzerkern met 40°/0, een verdubbeling van de vonklengte kreeg.

De lange ijzerkern is een bizonderheid bij de geruchtmakende nieuwe induktoriums van Roohefort en Wijdts en wellicht zijn hieraan toe te schrijven de gunstige resultaten die deze heeren zeggen verkregen te hebben.

De Roghefort en Wijdts hebben getracht de menschen te verbazen door de mededeeling dat hun induktorium aan sekundairen draad slechts zou bevatten 600 gram (draad van 0,16 mm.) en dan met 6 volt 3.3 amp. vonken van 20—22 cm. zou geven, terwijl andere fabrikanten daarvoor 5 a 6 KG draad noodig hebben.

Ware het niet dat hun mededeeling, behalve dit weinig geloofwaardige, ook nog beschouwingen bevat die positief zeker onwaar zijn, dan zou er meer waarde aan gehecht zijn.

Waar zij echter meenen dat de fout van moderne induktoriums schuilt in slechte isolatie en foutieve sekundaire wikkeling, daar kunnen zij geen geloof verwachten aan de rest van hun mededeelingen.

Geen wonder dat de man, die sinds 30 jaar induktoriums fabriceert, en dat wel van vonklengten van meer dan een meter — wij bedoelen Apps —, een beetje verbaasd was toen hij aldus moest vernemen dat zijn isolatie en methode van wikkelen niet deugde, hoewel Apps's induktoriumsspanningen van eenige honderdduizenden volt met succes kunnen uithouden.

Aangezien genoemde heeren niet gewagen van een bizondere wijze van interruptie, zoo acht ik het niet onmogelijk dat de goede resultaten welke zij, ondanks hun foutieve wikkeling gekregen hebben, toe te schrijven zijn aan de buitengewoon lange ijzerkern.

Dat de ijzerkern nooit massief doch gespleten is, behoeft geen nadere vermelding.

In den regel bestaat de kern uit dun ijzerdraad, dat hiervoor zich beter leent dan ijzerplaat.

Dit leidt ons vanzelf tot punt 4, de sekundaire wikkeling.

De taak van deze is zeer lijdelijk, zij moeten door de krachtlijnen gesneden worden, en daar, theoretisch althans, de gereduceerde E. M. K. recht evenwijdig is aan het aantal windingen door die krachtlijnen gesneden, is van oudsher dat aantal zeer groot geweest.

De eerste klossen, door Ruhmkorff zelf gefabriceerd, waren sekundair eenvoudig gewikkeld van rechts naar links' en dan terug van links naar rechts, en zoo voort; het nadeel van deze methode is zeer blijkbaar, immers bij eenigszins aanzienlijke lengte van de klos zal het spanningsverschil tusschen de eerste draad van de eerste laag en de laatste van de volgende laag reeds vrij groot zijn en hun onderlinge afstand slechts tweemaal de isolatiedikte bedragen, en daar deze zijde is en dus dun, is de gelegenheid voor inwendige vonken zeer gunstig.

Poggendorff, deze fout ziende, volgde een andere methode van wikkelen die hij cloissoneeren noemde; deze is de volgende : in plaats van in eenen rit door te wikkelen van begin tot eind worden slechts platte schijven gewikkeld, zoodat het spanningsverschil tusschen opvolgende lagen gering blijft.

In plaats van 2000 draden naast elkaar en weer 2000 terug, waardoor dus draden van groot spanningsverschil vlak bij' elkaar komen, globaal kan men rekenen op 1 volt per winding, zijn er dan bijv. bij cloissons van 7,5 mM. dikte slechts 50 draden in elke rij, dus 100 op een dubbele rij ; daar nu het spanningsverschil bepaald wordt door i X r en r in het het laatste _ geval veertigmaal kleiner is zal ook het spanningsverschil veertigmaal kleiner zijn. Poggendorff ging zelfs tot een dikte der cloissons van 1 mM., maar de arbeid van het wikkelen wordt dan buitengewoon moeilijk; buitendien is deze overdrijving niet noodig.

Terwijl vroeger de klossen van Ruhmkorff zelve vonklengten hadden van enkele centimeters, werden door den Amerikaan Ritchie klossen van 30 cM. vonklengte naar Europa gestuurd. Maar niet heel lang duurde het of Ruhmkorff wijzigde ook zijn methode van fabrikage en kwam met klossen van 35 en 40 cM. De amateur Jean had reeds vóór Ritchie en vóór Ruhmkorff klossen van 30 cM. vervaardigd doch deze zijn onbekend gebleven.

In Engeland zijn het de induktoriums van Apps welke een zekere beroemdheid verworven hebben.

De Polytechnic Coil gaf met 40 Bunsen elementen vonken van meer dan 70 cM. en konden stukken glas van + 12'A, cM. dikte geperforeerd worden.

Noch geweldiger instrument was de bekende Spottiswoode coil door Apps voor Spottiswoode vervaardigd.

Deze gaf met 30 Grove elementen een vonk van 105 cM.

De primaire wikkeling bestond uit 1344 windingen, de sekundaire had 342000 windingen.

Deze reuzenklos, welks sekundaire draad een lengte van 400 KM. heeft, was bijna een meter lang en een halve meter in diameter.

Voor zoover mij bekend, is thans de grootste vonklengte 120 cM., bereikt door een klos ook van Apps. Als merkwaardigheid mag vermeld worden dat de interruptie, door Apps met voorliefde toegepast, is, de dubbele veer interruptor.