is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 2, 1887, no 2, 08-01-1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

tot onderzoek van natuurlijken en kunststeen, cement, kalk, tras, gips, buizen, enz. Eene hydraulische pers geeft gelegenheid tot het voortbrengen eener drukking van 140.000 KG.

Op deze mededeelingen volgen eenige voorschriften der K. Aufsichts-commission omtrent den vorm, het aantal, de afmetingen der voorwerpen, de hoeveelheden der bouwstoffen, die het station voor een normaal onderzoek behoeft en eindelijk de eenheidsprijzen van het tarief, die den indruk geven matig gesteld te zijn.

Verder bevat de eerste aflevering een besluit van den Minister van openbare werken, waarbij de drie proefstations worden aangewezen de noodige onderzoekingen te verrichten, tot beslechting van bij de keuring van bouwstoffen voor Rijkswerken gerezen geschillen.

Eindelijk geven de drie directeuren belangrijke, gedetailleerde mededeelingen omtrent eenige, in hunne afdeelingen verrichte onderzoekingen en studiën, die natuurlijk het hoofddeel der aflevering uitmaken.

De volgende afleveringen zijn steeds op denzelfden voet ingericht. In de eerste plaats mededeelingen der commissie, daarna berichten van de directeuren of in enkele gevallen van hunne

assistenten.

(Vervolg en Slot in het volgend nummer).

Werkt tras?

De heer Van der Kloes te Delft schrijft herhaaldelijk over het werken van tras, d. i. over eene eigenschap die zich voordoet bij trassoorten, welke, zooals mij bleek, zeer uiteenloopen wat hun hydraulisch vermogen, m. a. w. hunne aantastbaarheid door kalk, betreft.

Ik kan dit vermeende werken het best als volgt beschrijven.

Het openbaart zich, bij proeven in het labaratorium, in eene volumenvermeerdering van de bovenste lagen der mortelmassa, wanneer deze dadelijk na de bereiding onder water wordt gebracht. Wanneer de mortel zich bevindt in vormpjes voor trek-

proeven en zijne oppervlakte glad is afgestreken, dan verheft zich, in het genoemde geval, zeer spoedig een sponzige kop boven de vormranden.

De heer Van der Kloes zoekt klaarblijkelijk achter dit vermeende werken meer dan er inderdaad achter schuilt. Het volgende kan het genoemde verschijnsel toelichten. 4°. Doet het zich niet voor bij verharding van den mortel aan de lucht. .

2". Is dit evenmin het geval wanneer de mortel, voor hij m het water komt, eenige uren aan de lucht kan verharden. Voor een tras-vetkalkmortel van door kalk goed aantastbaar tras, bleek hiervoor 16 uren, bij 18° Cs., reeds meer dan voldoende.

3°. Wordt het vermeende werken voorkomen door het zeer fijn malen van het tras.

4°. Heeft het niet plaats, ook wanneer de proefblokjes dadelijk onder water worden gebracht, zoo men, bijv. een etmaal voor de mortelbereiding, het tras met veel water drenkt. Heeft er bij sommige proefblokjes dan wellicht nog eene oppervlakkige verweering of afschilvering plaats, dan zal men dit moeten wijten aan de te geringe aantastbaarheid van het tras door kalk, aan ongebluschte kalkdeeltjes in den mortel, aan te lage verhardingstemperatuur, aan een te slappen of slecht gemengden mortel, of, in het algemeen, aan onvolkomenheden of fouten in de bereiding der proefblokjes.

In geen geval kan ik aannemen, dat het vermeende werken van tras iets gemeen heeft met het gevreesde verschijnsel, dat men bij portland cement het werken heeft genoemd en dat men aan oorzaken van chemischen aard toeschrijft.

Het komt mij het waarschijnlijkst voor, dat het te voorschijn geroepen wordt door lucht die ontwijkt uit grove deeltjes van het tras, welke eerst door langer verblijf in water tot in het water gedrenkt worden.

Naarmate de mortel, zooals men hem voor de proefblokjes maakt, beter doorgewerkt en daardoor meer luchtvrij geworden is vertoont het verschijnsel, onder overigens gelijke omstandigheden, zich in mindere mate. Aan den anderen kant acht ik het mogelijk het te voorschijn te roepen bij proefblokjes van eiken trasmortel, door de bereiding er naar in te richten. Rotterdam, 7/1 '87. J. J. Pennink.

Algemeene Voorschriften voor de levering van Uzerconstructies

voor den bouw van bruggen en gebouwen.

(Vervolg en Slot van blads. 5.)

II. Vervaardiging van de Uzerconstructie § 3. Teekeningen en Berekeningen.

De teekeningen en gewichtsberekeningen waarop het contract berust, alsook de statische berekeningen die gedaan mochten zijn door den contractant, die de bestelling doet, ontvangt de aannemer bij de gunning van het werk. Ontvangt de aannemer ze later, zoo wordt ook de leveringstermijn zooveel verlengd.

Zijn deze teekeningen, afgezien van overzichtsplannen, als werkteekeningen uitgevoerd op den maatstaf van minstens 1/20 der ware grootte voor geheele hoofdliggers, en V10 tot 1/i voor afzonderlijke deelen, zoo worden geene verdere detailteekeningen van den aannemer verlangd.

Deze is echter wel verplicht de contractteekeningen te onderzoeken, fouten die hij vinden mocht aan te toonen, en onduidelijkheden die' hij zien mocht, in overleg met den besteder te verwijderen. De gebreken, die in de uitvoering gevonden worden, kunnen niet op grond van onduidelijkheid of onvolkomenheid der teekeningen verontschuldigd worden.

Veranderingen der constructie, alsook afwijkingen van de teekening, die de aannemer wenschelijk acht, heeft deze tijdig schriftelijk voor te stellen.

Veranderingen, die de besteder na sluiting van het contract mocht bevelen, heeft de aannemer uit te voeren. Eene overeenkomst ter regeling van schadevergoeding of verlenging van leveringstermijn, die hem in zulk een geval mocht worden toegestaan, is zoo mogelijk vóór de lastgeving tot verandering te maken.

Zijn de teekeningen, die door of wegens den besteder voor het contract gemaakt zijn, slechts oppervlakkig, zoo is de aannemer a-ehouden. od erond van de gelegaliseerde copiën van

die contractteekeningen, de voor de opstelling van het door hem aangenomen werk vereischte werkteekeningen te laten vervaardigen en deze, door hem onderteekend, zoo tijdig in duplo den besteller ter goedkeuring aan te bieden, dat het werk geen oponthoud lijdt.

Een nagezien exemplaar, dat als uitgangspunt dient voor de uitvoering en de eindkeuring, ontvangt de aannemer, zoo niet in het bestek een andere tijd vastgesteld is, niet later dan tien dagen na de indiening terug. Wordt de bepaalde termijn door den besteder overschreden, zoo moet de tijd, waar binnen de aannemer de ijzerconstructie leveren moet, even veel verlengd worden.

Heeft de aannemer werkteekeningen in te leveren, dan geschiedt de aanschaffing en het werk, voor zoover de afmetingen niet door de contractteekeningen geheel vastgesteld zijn, op risico van den aannemer, totdat hij de nageziene werkteekeningen terug ontvangen heeft.

Worden voor het sluiten van de overeenkomst afgeronde gewichtsopgaven voldoende geacht, dan is de aannemer gehouden, zoo het verlangd wordt, eene nauwkeurige gewichtsberekening in te dienen.

Als eenheidsgewichten zijn aan te nemen :

voor gegoten ijzer 7250 KG. per W.

voor smeedijzer 78n0 » » »

voor gewalsd staal, gegoten staal of flusseisen 7850 » » » § 4. Bewerking.

Alle onderdeelen moeten nauwkeurig met de teekeningen overeenkomen, en aan de volgende voorschriften voldoen :

1. De door klinkwerk of schroefbouten te verbinden ijzerdeelen moeten zuiver afgewerkt zijn, zoodat de naden dicht sluiten. Het koken (met stempel aandrijven) der naden vóór de beproeving en overname is niet geoorloofd.

2. Alle onderdeelen moeten, overeenkomstig met de afmetingen die de teekeningen aangeven, in één stuk gewalsd, gesmeed of gegoten zijn en mogen niet gevormd zijn door het samenwellen van afzonderlijke deelen. Uitzonderingen zijn in het bijzonder overeen te komen.

3. Alle gaten voor schroefbouten en klinknagels moeten geboord worden, alleen de gaten van vulplaten mogen geponsd worden. De braam rondom de gaten moet voor het in elkander zetten en klinken zorgvuldig verwijderd worden.

4. De gaten voor klinknagels moeten den voorgeschreven middellijn en de op de teekeningen aangegeven plaatsing en verzinking verkrijgen.